Open brief aan Andy Schleck

14/05/2012 at 13:30 Rick van Leeuwen

Beste Andy,

Andy SchleckJe wilt niet de tweede Joop Zoetemelk worden. Dat zei je in een interview, bijna een jaar geleden alweer. Je wilt geen zes keer tweede worden voordat je de Tour eens wint.

Ik moet sindsdien telkens aan die uitspraak denken als jouw naam valt, of die van Zoetemelk. Je zei het tijdens de Tour, misschien vlak erna, ik weet niet meer precies wanneer. Was het in een euforische vlaag van verstandsverbijstering? Op de rand van een inzinking, in de vrees dat het echt nooit zou lukken? Of zei je het gewoon met droge ogen na een kermiskoers?

In welke toestand je ook verkeerde, je bedoelde hetzelfde: je wilt geen eeuwige tweede worden. Dat begrijpen we best. Ook wij Hollanders, en we nemen het je zeker niet kwalijk dat je geen eeuwige tweede wilt worden. En dat je dat uitspreekt. Ook de wat neerbuigende bijklank van je uitgesproken angstbeeld zij je vergeven, je bedoelde het vast niet zo.

Want net als Joop Zoetemelk worden, dat weet jij, is zo verkeerd nog niet. Die man heeft zoveel gewonnen. Jij wilde alleen maar zeggen dat je gewoon niet net als hij heel vaak tweede wilt worden voordat je de Tour eens wint.

En daar komen we tot de kern van de zaak. Tot de reden dat ik je schrijf. Namelijk dat je zelf gelooft de Tour echt een keer te kunnen winnen. Vaker dan eens, zelfs.

Natuurlijk, de Tour van twee jaar terug staat officieel op jouw naam. Officieel kun je geen tweede Zoetemelk meer worden. Maar je gaf meteen aan jezelf niet als echte winnaar van die editie te zien. Dat meende je. Natuurlijk meende je dat. Op het asfalt, daar moet het gebeuren. Daar moet je Contador verslaan. Nu is het nog Contador.

Andy, laat ik je gerust stellen: je wordt geen tweede Joop Zoetemelk.

Maar je wordt wel een eeuwige tweede.

Ik – slechts een liefhebber, geen kenner, houd je daar aan vast – denk namelijk dat je de Tour nooit zult winnen. Er zal altijd een betere zijn. Alleen als die betere uitvalt, rijd jij in het geel Parijs binnen. Dat kan een keer gebeuren, en daar is niets mis mee, Zoetemelk heeft ‘m in 1980 ook zo gewonnen. Daar raken we hier in Nederland nog steeds opgewonden van. Over de opgave van Hinault hoor je bijna niemand. Dat hoeft ook niet, begrijp ik (toen nog niet geboren) van kenners; Zoetemelk had sowieso wel gewonnen, mede vanwege de sterke ploeg waarin hij reed. Die eer komt hem ook toe. Je kunt tenslotte niet winnen van mensen die niet meedoen.

Opgeven hoort bij de koers. Zoals met terugwerkende kracht een koers winnen er nu eigenlijk ook bij hoort, laten we eerlijk zijn. In die zin heb jij evenveel recht op erkenning als jouw voorgangers. Maar goed, zo het voelt het natuurlijk niet.

Komend jaar had de kans kunnen zijn om, bij afwezigheid van Contador, op eigen kracht de Tour te winnen. Maar met twee individuele tijdritten, slechts twee aankomsten bergop in een echte bergetappe en veel finishes na een afdaling, geef ik je weinig kans. Waar ga jij het verschil maken op, bijvoorbeeld, Evans?

En volgend jaar is Contador weer terug.
Het jaar erop weer. Als het goed is. Anders staat er wel een nieuwe topper klaar. Of het parcours is weer niet ideaal.
Zo zal er elk jaar iets zijn.
En toch zal jij er elk jaar in geloven, er vol voor gaan. Gelukkig maar.

Maar, hoezeer ik het je ook gun, ik geloof er niet in.

De nieuwe Joop Zoetemelk worden, is voor jou het hoogst haalbare. Het zou je doel moeten zijn, niet je angstbeeld.

Ja, je doel. Want vergeet niet: Zoetemelk heeft ‘m tenminste nog een keer gewonnen.