Thuis

21/04/2012 at 2:30 pm Sander Peters

Sander kijkt Amstel Gold RaceGekken en kinderen spreken de waarheid. Net als onwetenden. Neem mijn moeder. Ze weet niets van de koers. En dus zegt ze rake dingen als ze per ongeluk een glimp opvangt van de Amstel Gold Race op tv.
Er is nog 40 kilometer te koersen als mijn moeder verzucht: ‘Zo dom vind ik dat. Van die renners die wachten tot een ander achter een ontsnapte aan gaat. Dan win je toch nooit?!’ Mijn vader fronst, bijna onmerkbaar. Dan: een ferme slok van z’n pils.
Licht gebrom.
Ruim veertig jaar huwelijk heeft de angel uit dit soort relationele pijnpuntjes gehaald.   Valkenburg ligt 30 kilometer verderop.

Ik doe net of ik naar de koers kijk – dood- en doodsaai – en geniet stiekem van mijn ouders. De een kijkt wielrennen, de ander maakt lasagna. Het is een prachtig evenwicht. Een komen en gaan van kleine ergernisjes, grote verschillen en een diep, wederzijds begrip voor elkaar.
Zal ongetwijfeld iets met liefde te maken hebben.

Het gaat snel, nog maar 20 kilometer tot de streep.

Mijn moeder laat de lasagna even voor wat ‘ie is en steekt haar hoofd om de hoek. ‘Is het spannend, jongens?’, vraagt ze. De schat. Mijn vader begint enthousiast te vertellen welke renners op kop rijden, welke ploegen het achtervolgende werk opknappen, en ik zie mijn moeder alweer afdwalen.
De heg moet gesnoeid; het gras gemaaid.
Denkt mijn vader na al die jaren nog steeds dat zij écht wil weten of de Rabo’s een deuk in een pakje boter rijden? Ik weet het niet. Fascinerend.

De Keutenberg! Nog 10 kilometer.

Daar is ze weer, mijn moeder. Ze kietelt mijn vader even in z’n zij. ‘Wil je nog een biertje, ouwe brompot?’ Geen antwoord. Laat hem maar, het is spannend, gebaar ik naar mijn moeder. Ze staat op, brengt ons twee Brand-biertjes en gaat met een glaasje wijn stilletjes naast ons zitten. Met z’n drieën kijken we naar de ontsnapping van Freire, het zwemmen van Terpstra, en het jagen van de kleine achtervolgende groep favorieten.
Mijn moeder kijkt geboeid toe. Het verbaast me. Zou ze toch…?

Nog 1 kilometer, we draaien de Cauberg op.

Bam. Mijn moeder staat op en begint de tafel af te ruimen. Gedurende een seconde of tien, vijftien – een eeuwigheid – staat ze stil, precies tussen ons en de Amstel Gold Race in. Dan schuifelt ze heel voorzichtig met een tjokvol dienblad voor het beeld langs.
Mijn vader vloekt zachtjes, en doet verwoede pogingen om mijn moeder heen te kijken. Ik doe hetzelfde. Met gymnastisch kunst- en vliegwerk slagen we er nog net in om de razendspannende sprint van de stervende zwanen te zien.
‘Wie heeft er gewonnen?’, klinkt het uit de keuken.
‘Gasparotto, een Italiaan van Astana’, antwoordt mijn vader. ‘Freire heeft het net niet gehaald.’

Uit de keuken blijft het stil.
En ik denk: sommige dingen veranderen thuis nooit. Godzijdank.