Een haasje rent voor me uit. Ik kan het geritsel van zijn pootjes op het winterse gras horen. Het beestje heeft moeite om uit mijn lichtbundel te komen, maar slaagt er uiteindelijk in. Een haakse bocht naar rechts, recht in het struikgewas, doet de haas verdwijnen in het niets. Ik ben weer alleen. Het is stil en in de verte gloeit de straatverlichting van Groningen tegen het wolkendek. Het is donker en ik zit op de racefiets. Alert, goed ingepakt en content. Ik ben aan het trainen voor een gigantische onderneming en dat vereist nachtwerk.

Vorig jaar beklom ik, zoals enigen onder u wellicht gelezen hebben, met het nodige gevoel voor drama de Stelviopas in Noord-Italië. Een klus van jewelste, want ondergetekende is normaliter niet echt van het verticale. Als je wortels liggen in het Noord-Nederlandse platteland, is het vaak lang zoeken naar iets van reliëf in het wegdek en veel verder dan een viaduct of een kleine oprisping van Moeder Natuur zal je niet komen. Maar het beklimmen van de Stelvio was zo’n bevrijdende ervaring, dat het een klein schakelaartje in het hoofd heeft omgezet. Het smaakte, zoals dat heet, naar meer.

Dus toen ik vorig jaar las over The Ride, het initiatief van Bikegear en Fiets, werd dat schakelaartje getriggerd. 1.300 kilometer in acht dagen, voerend over 17.000 hoogtemeters. Beginnend met de Stelvio. Kauw daar even op; mijn complete doel van vorig jaar is slechts het begin van deze helleweek. Beraad onder mijn schedelpan werd koortsachtig en op hoogst emotionele toon gevoerd. Dit was dé kans om mezelf eens echt een krankzinnig doel te stellen, eentje waar ik de kleinkinders over een jaar of dertig (god willing) nog eens iets over kan vertellen. Bij gebrek aan degelijk en fatsoenlijk winterweer mag The Ride dan toch wel degelijk als de ‘tocht der tochten’ bestempeld worden.

Begin januari ging de knoop doormidden en schreef ik me in. Als alles goed gaat – mijn trainingsritten blijven vrij van valpartijen of ernstige blessures die mij noodgedwongen onder een dekentje op de bank doen belanden – rij ik van 12 tot en met 19 juni mee in een peloton kleppers die via Italië, Zwitserland, een hobbeltje Liechtenstein, Frankrijk, Luxemburg en België naar de Cauberg fietsen. Het teruglezen van deze zin alleen al zorgt ervoor dat ik het bijna besterf. Wat ga ik in vredesnaam doen?

Wel, wat ik ga doen, is dus in acht dagen 1.300 kilometer fietsen van Italië naar Nederland. Over een onmenselijke strook beklimmingen. Het start met de Stelvio (ik kan dat niet genoeg benadrukken: het stárt met de Stelvio) en eindigt met de Cauberg (die is wel okee, dat moet dan ook nog wel lukken). Tussen deze twee iconische beklimmingen, ligt het bezaaid met verticaal oplopend asfalt en kan ik dat omgezette schakeltje in mijn hoofd ongeveer 17.000 keer vIsaac Elementervloeken.

Het materiaal waarop dit gaat gebeuren is ook dit jaar niet kinderachtig en qua finishplaats ook wel toepasselijk. Ik mag het namelijk gaan doen op een Limburgse Isaac Element. De Nederlandse fabrikant is de fietsleverancier van Roompot Oranje Peloton en stelde een van deze prachtfietsen beschikbaar. Op deze Element ga ik me dus helemaal het schompes fietsen, om maar zo goed mogelijk aan de start van The Ride te kunnen verschijnen. Aan de fiets zal het niet liggen; compleet met vederlichte FFWD-wielen en afgemonteerd met Shimano Ultegra heb ik qua materiaal niets, maar dan ook helemaal niets te klagen.

En klagen zal ik doen, geloof me. Dat maakt het ook zo mooi, jezelf afvragen waarom je zo vreselijk aan het afzien bent en tegelijk het antwoord geven. Hierom. Om het afzien. Voor nu beperkt het afzien zich nog tot stervenskoude, donkere ritjes door het Groningse, maar dat is eindig. Ik zal regelmatig van me laten horen op Hetiskoers.nl, in mijn voorbereiding op, en uitwerking van, dit geschifte doel.

The Ride. Zeg dat wel.

Twitter

Ivo Pakvis

Ivo Pakvis (1981) heeft een achtergrond als sportjournalist, werkt nu voor Sterc Internet & Marketing. Fietst. Klopte ooit Lieuwe Westra niet in een sprintje.
Twitter

Related Post