Zondag finisht Parijs-Roubaix traditioneel op de Vélodrome van het Noordfranse stadje. Vroeger kwamen er heel veel wegwedstrijden aan op een wielerbaan, zoals een aantal Belgische klassiekers en vooral etappes van de Rondes van Frankrijk en Italië. Hoe zat dat in Nederland?

Zeeburgerbaan

De Zeeburgerbaan in Amsterdam, nu een deel van de Indische Buurt

Jan Janssen won de Tour van 1968 op de allerlaatste dag in het Vélodrome Municipale van Vincennes. Joop Zoetemelk legde de kiem voor zijn overwinning in 1980 in de elfde etappe, de tijdrit naar La Plume vanuit het baantje in Damazan.

Pas in 1976 schafte koersdirecteur Lévitan de aankomsten op wielerbanen in zijn Ronde van Frankrijk formeel af omwille van ‘het comfort voor de renners’. Wat dat dan ook mocht betekenen. Of zoals Hennie Kuiper zich liet ontvallen: ‘zolang er nog etappes van meer dan driehonderd kilometer tussen zitten, zal het met dat comfort wel tegenvallen’.

In Nederland bestond die traditie niet zo. Dat komt allicht ook door het verbod op wegwedstrijden. Daar werd slechts af en toe vergunning voor verleend. Daarom zijn er ook geen echte oude klassiekers in Nederland. Bovendien waren de (talrijke) vooroorlogse velodrooms er vaak niet op gebouwd: je hebt er een onderdoorgang en/of een bovengrondse invoegmogelijkheid voor nodig.

Toch zijn er wel wat aankomsten op Nederlandse banen geweest, een kleine greep:
– Al in 1910 was de Amsterdamse Zeeburgerbaan het toneel van de laatste etappe van Olympia’s Ronde.
– In 1916 werd de zgn ‘betrouwbaarheidsrit’ van de wielerbond NWB tussen Den Haag en Maastricht verreden. De finish, 11 uur later op de betonbaan van Amby, gaf een millimetersprint te zien tussen Frits Wiersma en Klaas van Nek. De jury kon geen winnaar aanwijzen, waarop besloten werd de twee opnieuw te laten sprinten. Van Nek greep de zege. Ondertussen bleven er renners binnenkomen op de baan, waardoor een onoverzichtelijke situatie ontstond.
– De Grote Prijs van ’s Hertogenbosch (1930) ging door half Brabant en eindigde op de baan aan het sportpark De Hooge Donken, vlak bij het station.
– In Oostburg finishte in ieder geval in 1934 een wegwedstrijd op de baan, de Ronde van Westelijk Zeeuwsch-Vlaanderen.
– De jonge Noppie Koch won in 1954 op zijn thuisbaan in het Utrechtse Galgenwaardstadion een monsteretappe van Olympia’s Ronde: Rotterdam-Utrecht over 312 kilometer. Diezelfde baan diende ook al als aankomst voor de Ronde van Midden-Nederland in 1949.
– In Deventer stond een sportpark (Bergweide) waar in 1962 ook een etappe van Olympia’s Ronde eindigde. Het is echter onduidelijk of dat op de sintelbaan van het (voetbal)stadion was, of op de ernaastgelegen motor- en wielerbaan, maar die bestond toen waarschijnlijk al niet meer.

 

Voor het pas verschenen boek Hier lag een Wielerbaan (Dato, 2019, 200p) zocht Robert van Willigenburg van @oudewielerbanen de exacte locaties op van de vroegere banen en baantjes in Nederland. Hij maakte op liefst 160 van die plekken een foto en beschreef bij elk de geschiedenis.

 

Robert van Willigenburg

Robert van Willigenburg (1967). Verzamelt verdwenen wielerbanen. Publiceerde het boek Hier lag een Wielerbaan (Dato, 2019).
Veelfietser zonder doel. Klimtalent van 94 kilo, veldrijder zonder intervalvermogen. Berijdt ’s winters een oude Empella van Erwin Vervecken, die hij ooit liet afspuiten door Lars Boom. Fotojournalist vanaf zijn geboorte, die humor in beeld prefereert boven cynisme. Reed 3x Parijs Roubaix en wil volgend jaar weer. Wielerhoogtepunt: samen met Joop Zoetemelk op een kamertje in Huez een bergetappe kijken.

Latest posts by Robert van Willigenburg (see all)