Saai, lang en vervelend. Het zijn de woorden waarmee de pers het einde van de eerste week van de Giro d’Italia van 1979 omschrijft. De twee nagenoeg vlakke etappes van ruim 250 kilometer, waarin de klassementsrenners hun krachten sparen voor hetgeen nog komen gaat, kunnen op weinig waardering van het journaille rekenen. De in Italië aanwezige wielerpers verbijt haar jaloezie en kijkt met afgunst naar collega’s die op datzelfde moment in Frankrijk vertoeven om verslag te doen van de Dauphiné Libéré. Terwijl het Giro-peloton op haar gemak achter een kopgroep van louter waterdragers aan sukkelt, vechten Bernard Hinault, Joop Zoetemelk en Lucien van Impe een verbeten duel uit op de Mont Ventoux. Toch verdient de zevende Giro-etappe tussen Chieti en Pesaro meer aandacht dan de mondiale wielerpers er op dat moment voor over heeft. Niet vanwege de geslaagde vluchtpoging van knechten die luisteren naar namen als Salvatore Maccali, Sergio Santimaria en Fulvio Bertacco, maar wel vanwege de man die op Hemelvaartsdag 1979 als ritwinnaar het podium op mag. Zijn naam? Alan van Heerden. Klinkt Nederlands. Is het niet. Ook geen Vlaming. Nee, Alan is de eerste Zuid-Afrikaan in de Giro. Of sterker: de eerste in een grote ronde. Precies een week nadat Francesco Moser de proloog in Florence heeft gewonnen en de eerste roze trui van 1979 heeft mogen aantrekken, eist Van Heerden de ritwinst voor zich op. Met speels gemak rekent hij in de sprint af met zijn medevluchters. En dan te bedenken dat de Zuid-Afrikaan volgens de reglementen eigenlijk helemaal niet in de Giro had mogen zijn.

In het Zuid-Afrika van de jaren ’70 is apartheid aan de orde van de dag. De rassendiscriminatie levert het land een boycot op. Zuid-Afrikanen zijn meestal niet welkom om deel te nemen aan internationale sportevenementen. Omgekeerd is het over het algemeen ook niet wenselijk dat sporters naar Zuid-Afrika afreizen, op straffe van een periode van schorsing door internationale sportbonden als het IOC of de UCI. Al wil zowel naleving van die boycot als de strafmaat per land of bond nog wel eens verschillen. Voor Alan van Heerden en Zuid-Afrikaanse collega’s als Robbie McIntosh en Ertjies Bezuidenhout is er in eigen land maar één grote wedstrijd waar ze hun talent kunnen demonstreren: de jaarlijkse Rapport Toer, een etappekoers van ruim twee weken. Tussen 1973 en 1978 rijgt Van Heerden er de ritzeges aaneen. Een kleine dertig staan er maar liefst achter zijn naam genoteerd. Ook het puntenklassement weet Van Heerden meermaals te winnen, maar in de eindrangschikking moet hij telkens zijn meerdere erkennen in een andere renner. In 1977 is dat McIntosh, de jaren ervoor is het steeds een buitenlander die met de eer mag strijken. Ondanks de boycot nodigt de organisatie van de Rapport Toer namelijk ieder jaar Europeanen, Canadezen en Amerikanen uit om naar het zuidelijkst gelegen land van het Afrikaanse continent af te reizen. Een aantal slaat de invitatie resoluut af, maar sommige renners happen wel degelijk toe. Arthur Metcalfe bijvoorbeeld. In 1967 start hij nog als één van de helpers in de Britse Tour de France-ploeg rond de betreurde Tom Simpson. Zeven jaar later is hij de winnaar van de tweede editie van de Rapport Toer. Naast een bos bloemen en een fraai geldbedrag levert die overwinning hem nog een ‘prijs’ op: een schorsing door de Britse wielerbond.

Andere renners denken het slimmer aan te pakken en schrijven zich onder een valse identiteit in voor de Rapport Toer. Een jaar na de overwinning van Arthur Metcalfe staat een Britse ploeg aan het vertrek met onder anderen Alan Owen en James Burns in de gelederen. De twee hebben hun zinnen gezet op deelname aan de Olympische Spelen van 1976 en kunnen een klein jaar voordien wel wat extra kilometers in de benen gebruiken als voorbereiding op het nieuwe wielerseizoen. Aangezien er voor amateurrenners nauwelijks Europese wedstrijden zijn in het najaar, besluiten de twee met nog enkele anderen naar Zuid-Afrika af te reizen. Waarschuwingen van inmiddels geschorste Europeanen worden voor lief genomen. Een risicootje op zijn tijd moet kunnen, redeneren Owen en Burns schouderophalend als ze in het vliegtuig naar Kaapstad zitten. Achteraf zullen de twee spijt hebben als haren op hun hoofd om zo veel nonchalance. De manier waarop Alan Owen en James Burns worden ontmaskerd is bijna te kolderiek voor woorden. Een klucht van John Lanting is er niets bij.

Precies in de periode dat de Rapport Toer van 1975 wordt verreden is het Britse acteurskoppel Elizabeth Taylor en Richard Burton in Zuid-Afrika. Ook zij nemen het niet zo nauw met de boycot van het land en hebben bovendien een relatie die vaker van status verspringt dan een stoplicht van kleur. In Zuid-Afrika spreken de twee tot de verbazing van de showbizz-wereld opnieuw huwelijkse trouw af, nadat ze ruim een jaar eerder nog met veel bombarie van elkaar waren gescheiden. Reden voor de pers om het stel op de voet te volgen. Als een journalist van de Sunday Times lucht krijgt van de aanwezigheid van een Britse wielerploeg komt hij op het lumineuze idee om een plaatje te schieten van Taylor en Burton, te midden van het rennersteam. Ploegleider Thomas Shardelow stemt schoorvoetend met het voorstel in. Argwaan wekken is het laatste dat hij wil, maar vervolgens besluit hij de journalist om de tuin te leiden. Uit angst dat zijn pupillen zullen worden herkend en er een voortijdig einde komt aan de maskerade  Niet de Britse renners maar vijf Zuid-Afrikaanse figuranten in wielertricot worden door Shardelow naar het fotomoment gestuurd. Een idee dat nog slechter blijkt dan een dagje naar het strand terwijl er stortbuien zijn voorspeld. Het vijftal wordt, dankzij het gebrekkige Engels dat gesproken wordt, vrijwel direct ontmaskerd. Het klungelige incident wekt de nieuwsgierigheid van meerdere journalisten en dan duurt het niet lang of de klucht nadert haar apotheose. De ware identiteit van Alan Owen en James Burns komt aan het licht. Of dat te danken is aan een knap staaltje onderzoeksjournalistiek of aan iemand die een extra zakcentje wil verdienen in ruil voor wat vertrouwelijke informatie, is nooit opgehelderd. Wel wordt kraakhelder dat Owen en Burns helemaal geen Britten zijn, maar Ieren. Achter de verzonnen namen blijken het 18-jarige talent en latere klassiekerkoning Sean Kelly en zijn zeven jaar oudere landgenoot Pat McQuaid te zitten. Inderdaad, de latere UCI-voorzitter. De ontmaskering levert de twee een schorsing van zes maanden door de Ierse wielerbond op. En erger: een levenslange uitsluiting van Olympische deelname.

Ook Zuid-Afrikanen nemen het risico ontmaskerd te worden en reizen geregeld onder een valse identiteit en/of nationaliteit naar Europa, om deel te nemen aan koersen met een sterkere bezetting dan in hun thuisland. De Rapport Toer toont immers bijna elk jaar aan dat de Europeanen simpelweg over meer ervaring en koersinzicht beschikken.

Dankzij de juiste connecties bij Peugeot Cycles – de Zuid-Afrikaanse divisie van het fietsenmerk sponsort de Rapport Toer – is Alan van Heerden in 1977 één van de renners die de oversteek naar Europa kan maken. Hij komt via Peugeot terecht bij ACBB, Athlétic Club de Boulogne-Billancourt, de legendarische Parijse wielerclub waar klinkende namen als André Darrigade, Jean Stablinski en Bernard Thévenet ooit begonnen zijn. Diezelfde Thévenet is een paar jaar eerder, vlak na zijn Tourzege van 1975, op uitnodiging van Peugeot al eens naar Zuid-Afrika gereisd om een paar etappes in de Rapport Toer bij te wonen. De Fransman raakt er onmiddellijk gecharmeerd van de verrichtingen van Alan van Heerden en effent zo de weg voor zijn toekomstig ploeggenoot. Van Heerden rijdt als lid van ACBB een aantal Franse amateurkoersen. Gewoon onder zijn echte naam en als er toevallig naar zijn nationaliteit wordt geïnformeerd, praat de Zuid-Afrikaan snel over het onderwerp heen of wekt de schijn dat hij een Amerikaan of een Brit is. Pas als Alan van Heerden in 1978 zichzelf verbaast door achter de Belgen Fons de Wolf en Ronny Claes als derde te finishen in de amateurversie van Parijs-Roubaix, wordt de Franse wielerbond wakker. Van Heerden snijdt zichzelf en zijn landgenoot Alan Dipple, die zich later tot Australiër zal laten naturaliseren, lelijk in de vingers met zijn uitstekende prestatie. Bij de Franse autoriteiten gaan plotseling alle alarmbellen af, als ware het de eerste maandag van de maand. Vanaf dat moment wordt er veel strenger op gecontroleerd dat Zuid-Afrikaanse renners niet in Europese wedstrijden aan het vertrek komen. De ‘verbannen’ Van Heerden heeft geen andere mogelijkheid dan terug te keren naar huis. Hij wordt er direct nationaal kampioen en rijdt nog maar eens de Rapport Toer.

Een paar maanden later is Alan van Heerden echter weer terug in Europa. Niet als amateur ditmaal, de Zuid-Afrikaanse kampioen heeft een heus profcontract in de wacht weten te slepen. Zowel sponsor Peugeot als kopman Bernard Thévenet zijn nog altijd onder de indruk van de prestaties van het veelbelovende talent. Net als ploegleider Maurice de Muer. Die ziet in de Zuid-Afrikaan een ideale helper voor de snelle Michel Laurent en bovendien een waardig plaatsvervanger voor het geval de Fransman niet kan starten of in een vroegtijdig stadium van de koers kansloos raakt. De grote rondes zal Van Heerden niet rijden, is vooraf het plan. De publiciteit die met Vuelta, Giro en Tour gepaard gaat, in combinatie met de nationaliteit van de Zuid-Afrikaan, zal hoogstwaarschijnlijk opnieuw voor opschudding zorgen en daar zitten de directeuren bij Peugeot vanzelfsprekend niet op te wachten. Van Heerden zal slechts in de kleinere koersen worden opgesteld, in het grote werk zullen Thévenet, Laurent en hun mede-kopman Hennie Kuiper de speerpunten van Peugeot zijn.

Noodgedwongen moet Maurice de Muer zijn gemaakte plannen binnen een paar maanden veranderen. Blessures binnen de Peugeot-ploeg zetten een streep door de aanvankelijke Giroselectie en één van de weinige renners die voldoende fit blijkt voor een drie weken durende expeditie door Italië is Alan van Heerden. De eerste Zuid-Afrikaan in de Giro heeft een prima voorjaar achter de rug en in zijn rol als helper zal hij niet met zijn hoofd boven het maaiveld uitkomen, zodat zijn nationaliteit onbesproken blijft. Tenminste, dat is de verwachting. Precies een week na de proloog zorgt de knecht van Michel Laurent hoogstpersoonlijk voor een ander scenario. Decor is een overwegend vlakke etappe naar Pesaro, in een bijrol is er een peloton favorieten dat zich met nog twee weken Giro d’Italia voor de boeg koest houdt en de hoofdrol wordt ingenomen door een groep waterdragers, die zichzelf in kansrijke positie brengt voor de dagzege. Alan van Heerden is één van de vluchters. Met elke kilometer die verstrijkt krijgt hij meer zelfvertrouwen. In de Rapport Toer heeft hij menig massasprint in zijn voordeel beslecht en dit is zijn kans om eindelijk zijn klasse te tonen in een grote Europese wedstrijd. In de laatste honderden meters naar de aankomst in Pesaro bewijst de Zuid-Afrikaan waarom hij in eigen land de bijnaam ‘Het Idool’ draagt. Met een korte krachtexplosie slaat hij direct een gat van enkele meters ten opzichte van zijn naaste belagers en doet wat kopmannen Laurent en Thévenet die gehele Giro niet zal lukken: Alan van Heerden wint een etappe. Als eerste Zuidafrikaan.

Opnieuw maakt de renner uit de Peugeot-ploeg met zijn prestatie slapende honden wakker. De winst in Pesaro levert Van Heerden niet alleen lof op van collega’s en wielerfans, het wakkert tegelijkertijd kritiek en zelfs protesten van antiapartheidsbewegingen aan. Als er bij de Tourdirectie klachten binnenkomen over de mogelijke aanwezigheid van de Zuid-Afrikaan in de Franse ronde haalt de ploegleiding haar renner snel van de voorlopige startlijst. De Giro sluit Van Heerden twee weken na zijn etappezege als 75ste af, ruim twee uur achter eindwinnaar Giuseppe Saronni. Het zal zijn enige optreden in een grote ronde blijken.

Het volgende seizoen weet de Peugeot-ploeg ondanks kritiek en protesten opnieuw een proflicentie los te peuteren voor de onverwachte winnaar van de zevende Giro-etappe in 1979. Van Heerden beloont het gelobby en het harde werken van zijn ploegleiding nauwelijks met aansprekende uitslagen. De samenwerking tussen renner en ploeg krijgt aan het einde van het seizoen dan ook geen vervolg. Peugeot vindt de moeite van het aanvragen van een nieuwe proflicentie voor Van Heerden niet langer opwegen tegen de baten. Ook de negatieve publiciteit die gepaard gaat met een renner uit het land waar apartheid aan de orde van de dag is, werkt uiteraard niet in diens voordeel. Veel meer dan kermiskoersen rijdt de gedesillusioneerde Zuid-Afrikaan niet in de tweede seizoenshelft van 1980. Er komen aan het einde van het jaar wel enkele aanbiedingen van andere ploegen, maar Alan van Heerden kiest ervoor om na twee seizoenen in het witte shirt van Peugeot terug te keren naar zijn vaderland.

Daar zal hij nog een flink aantal jaren zijn wedstrijden rijden. Als amateur en semiprof wint hij opnieuw meerdere etappes in de Rapport Toer en zelfs twee keer het eindklassement. Ondanks dat de Zuid-Afrikaanse wielerbond verwoede pogingen doet om haar renners toch te laten deelnemen aan Europese wedstrijden, slaagt die opzet niet. Pas als de apartheid begin jaren ’90 wordt afgeschaft, wordt de boycot van Zuid-Afrika opgeheven en zijn sporters uit het land eindelijk vrij om deel te nemen aan internationale evenementen. Alan van Heerden is dan 36 jaar en zet nagenoeg op datzelfde moment een punt achter zijn loopbaan als renner, al zal hij daarna in veteranencategorieën nog geregeld op de racefiets klimmen.

Het duurt tot 2002 aleer er met Robert Hunter een landgenoot van Alan van Heerden aan de start van de Giro verschijnt. De renner, die Van Heerden steevast noemt als zijn grote voorbeeld – Alans bijnaam is in Zuid-Afrika immers niet voor niets ‘Het Idool’ – heeft iets eerder al als eerste Zuid-Afrikaan ooit de Vuelta (in 1999; gelijktijdig met landgenoot David George) en de Tour (in 2001) gereden. In allebei de rondes mag Hunter zich ook de eerste ritwinnaar namens zijn land noemen.

Zoals cabaretier Harrie Jekkers opmerkt in zijn laatste theatershow: een verhaal eindigt altijd met de dood, als je maar lang genoeg doorvertelt. Op 15 december 2009 komt Alan van Heerden op slechts 56-jarige leeftijd om het leven bij een noodlottig motorongeluk. In tegenstelling tot het koersverloop van de door hem gewonnen zevende etappe tussen Chieti en Pesaro in de Giro d’ Italia van 1979 is zijn levensverhaal allerminst saai.

 

Bron: http://www.classiclightweights.co.uk/extras/ghost-riders-waters-extras.html

Vincent de Lijser

Vincent de Lijser (1980). Wielergek sinds het NK in 1988 op en rond de Posbank in Rheden/De Steeg werd gehouden. Op nog geen 100 meter afstand van zijn ouderlijk huis. Volgt bijna elke koers, leest en schrijft er over. En gebruikt dat dan als excuus om zelf niet eens wat vaker op de fiets te stappen.