Ik kan u een opsomming van superlatieven voorschotelen of ik kan u tarten met een ironisch, minimaliserend stuk om alzo in het geniep Dumoulins krachttoer nog een keer te accentueren, zij dit onbegrepen zou blijven. Ik dien te werk te gaan als Tom Dumoulin zelve. Nuchter en de feitelijkheden van op afstand analyserend. Zonder complexen en niet verleid door emoties.

Het moment dat Tom Dumoulin mijn interesse begon te wekken en het me begon te dagen dat hij niet zomaar de volgende Nederlandse verbeelde hoop in rij zou zijn (dat zeg ik nu), was de dag voor de Girostart in Apeldoorn, toen ik een interview met hem las in Humo, het befaamde Vlaamse weekblad. Mijn diagnose toen: een wielrenner te intelligent om het te zijn. Maar zo noteerde ik in de marge: de aanwezige belemmeringen zijn niet onoverkomelijk, omdat die zich veeleer op het mentale vlak situeren dan een fysieke oorsprong kennen. Dumoulin stelt zich namelijk vragen die mensen door de bank genomen veel te weinig stellen, maar die een carrière van een wielrenner niet bepaald ten goede komen: waarom doe ik dit, is dit wat ik wil? Dankzij een ontwikkeld vermogen tot zelfrelativering voelt het verlies minder zwaar aan, een onvoorwaardelijke drang om te winnen zit het echter veeleer in de weg. Daar is Dumoulin kennelijk overheen.

In desbetreffend interview jammert hij over de geslotenheid van het wielerwereldje waardoor zijn voeling met de alledaagse werkelijkheid almaar afzwakt. Dumoulin kijkt ernaar, beseft het, maar een halve weg bestaat immers niet. Dumoulin bezingt de voor velen fantasiewereld allerminst, maar bekijkt de zaken doodnuchter: goed gek zijn we eigenlijk om ons opofferingen te getroosten die tot wat leiden? Dat herkend worden op straat? Ja, vreselijk onhandig. Drie weken op een berg bivakkeren? We zijn echt besodemieterd.

Dat Dumoulin ook mens is, heeft hem nu de Giro opgeleverd, evenals een uitmuntende vorm en zijn zelfcontrole. Dat Dumoulin geen binnenvetter is zoals Quintana of een wraakzuchtig heerschap als Nibali, scheen ook Jungels, Yates en Mollema niet onberoerd te laten, hetgeen niet onhandig bleek ten bate van een gelukkige afloop. De eindzege van Dumoulin is ook een overwinning van de zelfcontrole. Wanneer hij in de problemen verkeert, laat hij zich niet door tempoversnellingen van anderen verleiden, valt hij niet aan uit bluf of blijft hij niet zo lang mogelijk aanklampen louter omdat hij de roze trui draagt. Dat hij een buitenstaander is die per toeval op zijn vijftiende voor het eerst kennismaakte met het wielrennen, maakt dat hij niet is geïnfecteerd met de romantische idealen/waanbeelden (schrap wat niet past in uw eigen visie) die de wielerbeleving plagen.

Ik had eerlijk gezegd nog iets in de marge geschreven: Dumoulin wint een grote ronde indien hij naar Team Sky verhuist. Marginal gains schijnen niet langer nodig, maar zijn beredeneerde visie op wielrennen moet Dave Brailsford doen watertanden. Gelukkig verstaat Dumoulin als geen ander de kunst om de juiste beslissing te nemen ook wanneer er talloze fatale opties zijn, als bewijs kan ik u de meest recente Giro aanraden.

Matthias Vangenechten

Matthias Vangenechten (geboren in het jaar dat Rebellin zijn eerste profwedstrijd reed en ook op de dag dat Eddy Merckx het levenslicht zag) gelooft dat ironie en twijfel het bestaansrecht van wielrennen zijn, al is hij daar niet zeker van. Er lag een grootse carrière voor hem in het verschiet als sportjournalist, maar gelukkig herwon hij tijdig zijn zelfrespect en gaat hij nu door het leven als zelfverklaarde manager van Gianni Wespelaer.

Latest posts by Matthias Vangenechten (see all)