About Herman Loos

Herman Loos (1981) is een klimmer gevangen in het te zware lichaam van een zwemmer. Hij woont in Tarbes, hoofdplaats van de Pyreneeën, en rijdt bijgevolg vaak bergop, traag genoeg om intussen elke meter van zijn cols te kennen.

De grootste niet-winnaar uit het peloton

Dat was het dan weer: Zubeldiaans negentiende in de Vuelta. Haimar Zubeldia had ook een surfer kunnen worden, daar aan de Baskische kust in de buurt van San Sebastian. Dat werd hij niet. Hij wordt wielerprof, dichter bij het godendom kom je niet in Baskenland. Geen enkele regio ter wereld schijnt meer professionele wielrenners per 1000 inwoners af te leveren

Duizenden kilometers op kop

Mooie zomers waren dat: je zette je televisietoestel aan, rechtsboven stond een getal met drie cijfers voor de komma. 118,7. Dat was nog bijna drie volle uren koers door nulle part France. In beeld zag je, onveranderlijk, een of andere lange zwiep. Licht wiegend met de schouders trapte hij zijn verzet rond. Tientallen kilometers op kop van het peloton. Gisteren

Een biljartvlakke rit

Er kunnen over koers niet genoeg boeken geschreven worden. Zo, dat niemand me dat nog kan verwijten. Op mijn tafel ligt het Handboek Tour de France 2012 door Michael Boogerd en Maarten Scholten. Daarin staan alle ritten beschreven, ook de vijftiende rit die van Samatan naar Pau over mijn trainingswegen dendert. We lezen daarover het volgende in het rubriekje Boogerds

Route du Sud: speeltijd voor een Tourfavoriet

Zaterdagmiddag. De horizon is donkergrijs. Ergens in dat donkergrijs, op twee uurtjes fietsen van hier, rijdt een peloton de koninginnenrit van de Route du Sud. Over Tourmalet, naar de Col de Couraduque. Dat is een weinig bekende, korte en nijdige slotklim, die met plateautjes en steile haarspelden tegen de flanken van de Soulor leunt. Mooi stukje Pyreneeën. Ik was hem

Vergeten wielrenner: Bjørn Stenersen

Bjørn Stenersen (9 februari 1970- 16 september 1998) In het boek De Lance-factor van Mart Smeets viel mijn oog op een zinsnede die de sportjournalist optekent uit de mond van Hennie Kuiper: “Die Stenersen leeft niet meer, weet je dat? Overleden, hartstilstand. Ineens.” Het is de uitloper van een verhaal over twee jonge renners die in augustus 1992 met de

Gert Steegmans of het rijden van twee keer honderdvijftig meter

Zou ooit een ploegmaat van Gert Steegmans, een op handen gedragen topsprinter die geacht wordt vanuit het zog van de grote vriendelijke reus uit Limburg naar de meet te snellen en op het einde de armen in de lucht te gooien, gevreesd hebben om helemaal niet meer bij diens achterwiel vandaan te komen? Ik heb Gert Steegmans wel eens gebruikt

Route du Sud: een generale repetitie

Zo onvoorspelbaar is het wielrennen. Het ene jaar verklaar je een koers op sterven na dood, het volgende jaar schrijf je niet eens hoe jammer het is dat ze met een dag wordt ingekort, dit jaar volg je de hele zwik gewoon vier dagen op Eurosport. De Route du Sud is bij mirakel uit de palliatieve kliniek van de internationale

De grootste renner van deze generatie

Gewoon een avond in april. We kregen een telefoontje van iemand van de VRT, of we er mee in zaten in hun adressenbestand te belanden. Een aflevering van het programma Merci Merckx zou immers de raid uit rit 17 van de Tour van 1969, Luchon-Mourenx, in herinnering brengen. De jonge Eddy Merckx had in de Pyreneeën iedereen overklast en reed