About Luk Catrysse

Luk Catrysse (1972) groeide op in de schaduw van de mythische Kemmelberg. Heeft een zwak voor coureurs die zijn dialect spreken. Erfde helaas niet het talent van zijn vader (2x snelste bakker van West-Vlaanderen op twee wielen). Verdient zijn brood in de reclame, maar hunkert naar truitjes met minder sponsors.

Top 5: Nooit in de regenboog

Een regenboogtrui verleent je eeuwige roem. Zelfs al oogt de rest van je carrière mager (dag, Harm!). Maak je het palmares op van kampioenen, dan is het ontbreken van een wereldtitel een pijnlijke lacune. Dit is een top 5 van gemiste kansen... en evenveel mooie namen. Een troost voor Alejandro Valverde? 5. Gino Bartali Bartali had in 1948 zeven Tourritten

Het probleem van Bauke Mollema

Als je in de wieg wordt gelegd met de naam James van Landschoot, dan koestert je vader hoge verwachtingen. Die gaat vast in zaken. Van Landschoot & Zoon, bankier-créancier. Het gouden plakkaat kan al besteld. Maar wat als zoon James twintig jaar later voor de fiets kiest? Hoe geraakt hij ooit aan een geloofwaardige bijnaam? Van Landschoot, de Keizer van

De eeuwigdurende rustdag

Peter Sagan beweerde ooit doodleuk niet te weten wie Seán Kelly was. Op zulke momenten hunker je naar een universiteit voor renners. Kun je afstuderen aan de filmschool en niet weten wie Coppola is? Iconen maken deel uit van je métier. Helden van vroeger komen op rustdagen goed van pas voor journalisten die nog een dopingvrije scoop willen scoren. Want

De polaroid van Lubberding

Koersfans hebben een fotografisch geheugen. In mijn geval is dat helaas alleen letterlijk zo. Van elke wedstrijd die me is bijgebleven, kan ik 2-3 mentale snapshots opvissen. De rest is wazig; het onthouden niet waard. Af en toe vallen mijn beelden samen met momenten die de eindmontage van Studio Sport of Sportweekend halen. Maar dat hoeft niet. Mijn dikste virtuele

Lendenrukken

Lendenrukken zijn altijd stevig. Of krachtig en fors. Subtiel maken ze geen enkele kans. Neen, het moet juist heel hevig. Lendenrukken komen in paren, soms zijn ze enkel. Rukken kun je niet eeuwig rekken, je moet ze wat sparen. Lendenrukken vallen te ontleden: je vindt ze in de buurt van forse dijen, gehecht aan sterke kerels, bonkig van boven tot

Urs Zimmermann: een opengesperde bek zonder schreeuw

Klinisch dood op de fiets, en toch gruwelijk snel een berg op rijden. Geen flauw idee hoe het aanvoelt. Maar ik heb het wel gezien - twee seconden lang. In de Tour van ‘86 mochten 206 renners de boel opsmukken. Want alles draaide om Hinault en zijn dauphin. De vraag was alleen wie in Parijs mee het podium op mocht.

Fons de Wolf: schaap in schapenvacht

Op elke Belg die zijn brood wil verdienen met de fiets, rust een vloek. Van bij de eerste pedaalslag, de eerste kassei, de eerste heuvel. Fons De Wolf (22 juni 1956) werd prof in het jaar nadat de Allergrootste ermee was gestopt. En Fons had een groot probleem: hij was goed. Erger nog, hij was een stilist. Zijn gazellenbeentjes trapten