Laat ik er niet omheen draaien; ik ben verslaafd. Er zijn speciale bijeenkomsten waar mensen zoals ik elkaar ontmoeten. Lotgenoten herkennen elkaar in één oogopslag en de verslaving is meteen onderwerp van gesprek. Het énige onderwerp van gesprek. Niet-gebruikers bezien ons met vreemde ogen. Ik heb het allemaal geprobeerd: bier, wijn, sterk, roken, experimentjes met drugs, the works, zeg maar. Maar niks was zo lekker als dit, dit is een blijvertje.

De rituelen voelen altijd weer vertrouwd. Spullen bij elkaar zoeken. Omkleden. Iets te eten in de achterzak (plak ontbijtkoek, een handvol dadels). Roosvicee in de drinkbus. Nog snel een kopje koffie. Lucht in de banden, 7 bar achter, 6 bar voor. De spanning om wat komen gaat neemt langzaam toe.

Ik neem mijn lot in eigen hand, Strava aan en rijden. De echte lichtheid, de ‘high’, komt pas na een uur of twee, soms drie. De beloning ligt een kilometer of 80 verderop: luciditeit, onthechting. Als de energievoorraden van het lichaam slinken en de beschermende cocon wordt afgepeld, liggen de emoties voor het oprapen. Afkeer van de zelfgekozen kastijding, opluchting bij het bovenkomen na een lange klim. De opwinding, extase zelfs, bij het afdalen daarna. Vermengd met angst bij 70 in het uur op die smalle, smalle bandjes. De geruststelling van het dichterbij komende dal. En de teleurstelling bij het bereiken van dat dal. Maar altijd blijft er hoop, de weg gaat immers altijd ergens weer omhoog, voor een volgend shot.

Is dat misschien waarom mannen zo graag fietsen? De fiets staat ze toe hun bestaan te reduceren tot het hoogst noodzakelijke. Een versimpeling van de complexe, onkenbare innerlijke wereld. De fiets als therapeut, die de deur opent voor gevoelens. Een deur die voor de hedendaagse man nog altijd vaak gesloten is. Overzichtelijke ervaringen van pijn en genot, alles binnen het veilige, driehoekige kader van een fiets.

De ultieme beloning moet dan nog komen: de endorfines. Nog uren mag ik nagenieten van deze lichaamseigen opiaten, rente op geïnvesteerde energie. Na het douchen languit op de bank, een zak winegums onder handbereik. Idealiter nog uren passief fietsen, kijkend naar betaalde junkies op tv ergens onder de Zuid-Italiaanse zon. Na een onbedoeld dutje schrik ik wakker, 20 kilometer voor de finish.

Wekelijks meld ik me op de bijeenkomst met mijn lotgenoten.
‘Hallo, mijn naam is Boris, en ik ben een fietser.’

Boris Bleijlevens

Boris Bleijlevens (geen familie van) – opgegroeid in Limburg en rijdt dus al van jongs af aan tegen heuvels op. Desondanks geen klimgeit. Heeft het zichzelf iets makkelijker gemaakt door tegenwoordig zijn rondjes vooral over de Utrechtse heuvelrug te rijden.

Latest posts by Boris Bleijlevens (see all)