De Tour de France is met een secondespel in de top van het klassement ongekend spannend waardoor we bijna vergeten hoe saai de gecontroleerde eerste week was. De ASO kan wat lessen trekken uit de laatste grote rondes. Hieronder tref je een blauwdruk voor een jaarlijks spannendere en veiligere Tour de France.

  1. Maak de ploegen kleiner. In 2018 starten er acht renners per ploeg. Dat mag voor de suspense nog kleiner waardoor teams meer keuzes moeten maken. Een kleiner peloton is ook veiliger. Je zit sneller vooraan en achteraan is er meer overzicht.
  2. Maak de etappes korter. Natuurlijk is de Tour opgezet als een slijtageslag maar de lengte van de ritten boezemt de renners ook angst in om kruit te verschieten.
  3. Minder aankomsten op grote bergen. Als de aankomst op een HC-klim ligt dan gaan de toppers wachten tot het einde. Dit doen de renners zelfs in de Amstel Gold Race of Waalse Pijl. Een aankomst na een afdaling of op een korte steile  klim als Peyragudes / La Planche / Mende dwingt renners om agressief te koersen en voor te sorteren op wat komen gaat.
  4. Zorg dat renners echt geïsoleerd komen te zitten. Dit kan door op een plateau te rijden of een kort stukje door het dal. Als het de moeite is een renner te lossen om daarna op een deel van het parkoers echt iets aan je ploegmaten te hebben dan krijg je meer koers. Zie de actie van Sunweb gisteren versus het verlies van Quickstep (Kittel en Martin).
  5. Geen (lange) tijdrit of ploegentijdrit in de eerste twee weken. Man tegen man gevechten maken de koers heroïsch. Tijdrijden hoort bij de sport en bij een grote ronde maar legt ook regelmatig de koers lam (behalve als Dumoulin voor Tourwinst gaat natuurlijk, dan graag 140km tijdrit).
  6. Teken het parkoers zo dat een ‘vlakke’ etappe ook hindernissen kent. Finales waarin het lastig organiseren is als ploeg, open stukken onderweg, kasseien, heuvels. De kopgroep mag best een kans hebben. De rit van Düsseldorf naar Luik was leuker geweest met een LBL-klim in het laatste uur. Meer overgangsritten en minder echt vlakke ritten geven ook meer renners een podium waardoor de voor,- en nabeschouwingen meer variatie krijgen. Dat vindt Greg van Avermaet ook.
  7. Zorg dat een sprintetappe in de laatste kilometers geen hindernissen kent. Geef sprinters de ruimte en het overzicht. Dat wil niet zeggen dat er minder valpartijen zijn (zie val Cavendish) maar geef de mannen met 70km per uur wel ruim baan. Leg vast wie er op drie kilometer van de meet in de groep zit en geef (klassements)renners vervolgens dezelfde tijd als de winnaar in een vlakke rit met een peloton van meer dan 100 renners. De rit naar Rodez is in dat geval geen vlakke rit vanwege de aankomst.
  8. Voer een discussie over gebruik van oortjes en powermeters. Is het koersen te gestuurd of is het wenselijke technologische innovatie?
  9. Breng bonificatieseconden terug in het parkoers. Zorg dat het de eerste week loont om vooruit te rijden. Experimenteer met de tussensprint vooraan in het parkoers zodat er meer strijd is om weg te rijden.
  10. Laat de jury haar werk doen zonder invloeden of inmenging van ploegleiders of Fransen. Investeer in een beter jurykorps en meer controle.

En mocht dit niet werken dan gaan we gewoon lekker zelf fietsen tijdens de eerste 90% van de etappes en juichen voor Nederlanders die voor een rit in plaats van een klassement gaan.

 

Frank Kwanten

Frank Kwanten adviseert met zijn bedrijf First Echelon meerdere partijen in de wereld van de fiets. First Echelon tracht bedrijven en de fiets op een relevante manier met elkaar te verbinden. Dit doet hij onder meer als General Manager van Delta Cycling Rotterdam.

Latest posts by Frank Kwanten (see all)