Onschuld, zachtheid, gezondheid en romantiek. Vrouwelijke onschuld ook, baby’s, homoseksualiteit. Roze dus. Ontegenzeglijk heeft de kleur roze een betekenis, misschien nog wel meer dan pakweg geel of turquoise. Roze is ook de kleur waar niet iedere (stoere) man mee geassocieerd wil worden. Of moet ik zeggen: geassocieerd wilde worden?
Category Archives: Top 5
Top 5: Een walgelijk lijstje
Ik ben eens aan een lijst begonnen van beroemde personen die ik kende. Beroemdheid definieerde ik ruim, en voor kennen gold dat ik ten minste twintig woorden met iemand gewisseld moest hebben. Het was de laagste vorm van geldingsdrang samen met de hoogste vorm van verveling en na een uur gooide ik de lijst walgend weg.
Zo schreef Tim Krabbé in 43 Wielerverhalen. Hetiskoers! gaat verder waar Krabbé ophield. Daarom nu een top vijf van wielrenners die ik persoonlijk ontmoet heb. Een walgelijk lijstje.
Top 5 van veldrit-WK’s
Oké, de vroegste WK’s (gehouden vanaf 1950) heb ik niet meegemaakt. Aan drama geen gebrek, waarschijnlijk. Genoeg klasbakken ook. André Dufraisse bijvoorbeeld en natuurlijk Eric de Vlaeminck. Dan is er nog zo iemand als Roland Liboton, in mijn geheugen altijd strijdend tegen Hennie Stamsnijder. Maar dé vijf WK’s komen uit een recenter crossverleden.
Top 5: snordragende wielrenners
Een snor is status. Hoe langer, dikker en sierlijker, hoe beter. Welkom in het jaar 1909, de prehistorie van het wielrennen. Cyrille van Hauwaert draagt er eentje, net als Tourwinnaars Octave Lapize en Lucien Petit-Breton; om maar een paar modegevoelige renners te noemen. Maar bovenlipbeharing raakt uit. Na de Eerste Wereldoorlog zijn de mensen de militaire herinneringen aan de snor even zat, heet het.
Top 5 redenen om uit te zien naar het voorjaar: de vijf mooiste gemene klassieke hellingen
Hoera, de dagen lengen weer. Het voorjaar komt eraan! De klassiekers lonken. En daarin gaan we klimmen. Nou ja, klimmen, het gaat af en toe kort maar heftig omhoog.
Sommige klassieke hellingen zijn mooier dan andere. En als ik mooi zeg, bedoel ik dat in landschappelijk-cyclopsychologisch opzicht. Het gaat dan om hellingen die dusdanig gelegen zijn, dat ze de renner – en in mijn geval betreft dat een argeloze fietser – een enorme angst inboezemen. Je fietst beneden, kijkt naar boven en daar gaat het in een lange streep omhoog. Geen bocht, geen rust. “Moet ik hier tegenop fietsen?” is de onvermijdelijke, angstige gedachte.
