Top 5 van veldrit-WK’s

Oké, de vroegste WK’s (gehouden vanaf 1950) heb ik niet meegemaakt. Aan drama geen gebrek, waarschijnlijk. Genoeg klasbakken ook. André Dufraisse bijvoorbeeld en natuurlijk Eric de Vlaeminck. Dan is er nog zo iemand als Roland Liboton, in mijn geheugen altijd strijdend tegen Hennie Stamsnijder. Maar dé vijf WK’s komen uit een recenter crossverleden.

Top 5: snordragende wielrenners

Een snor is status. Hoe langer, dikker en sierlijker, hoe beter. Welkom in het jaar 1909, de prehistorie van het wielrennen. Cyrille van Hauwaert draagt er eentje, net als Tourwinnaars Octave Lapize en Lucien Petit-Breton; om maar een paar modegevoelige renners te noemen. Maar bovenlipbeharing raakt uit. Na de Eerste Wereldoorlog zijn de mensen de militaire herinneringen aan de snor even zat, heet het.

Top 5 redenen om uit te zien naar het voorjaar: de vijf mooiste gemene klassieke hellingen

Hoera, de dagen lengen weer. Het voorjaar komt eraan! De klassiekers lonken. En daarin gaan we klimmen. Nou ja, klimmen, het gaat af en toe kort maar heftig omhoog.

Sommige klassieke hellingen zijn mooier dan andere. En als ik mooi zeg, bedoel ik dat in landschappelijk-cyclopsychologisch opzicht. Het gaat dan om hellingen die dusdanig gelegen zijn, dat ze de renner – en in mijn geval betreft dat een argeloze fietser – een enorme angst inboezemen. Je fietst beneden, kijkt naar boven en daar gaat het in een lange streep omhoog. Geen bocht, geen rust. “Moet ik hier tegenop fietsen?” is de onvermijdelijke, angstige gedachte.

Top 5 redenen om niet te koersen (maar het desondanks wel te doen, met overgave)

5. De witte kippenborst en de kale benen

Heel lang heb ik gedacht dat wielrenners vrouwenmagneten zijn. Ik trainde me suf en schoor mijn benen (wie mij wel eens gezien heeft, weet welk een afschrikwekkende klus dat is) met in mijn gedachten het meisje op wie ik verliefd was. Mijn vrouw (overigens niet dat meisje) heeft deze droom zonder mededogen in gruzelementen gehakt. ‘Dacht jij dat er ergens op deze wereld een vrouw te vinden is die op mannen valt met witte kippenborstjes, akelig dunne armpjes en kale benen?’.

Eehm, ja, dat dacht ik.

Top 5: ‘Je moet nog een rondje!’

Het zal je als renner gebeuren. Met dik 100 meter voorsprong op een achtervolgend groepje het vélodrome van Roubaix binnenrijden. Over het plankje de piste op, rechtsom door de bocht en dan solo op de finishlijn af.

De verzuurde benen staan stil, de handen gaan omhoog, de ogen zijn gesloten. Het lawaai van de tribunes verdooft het moment. Totale euforie.

Terwijl de bel voor de laatste ronde klinkt komen de achtervolgers op volle snelheid langs. Weg zege. Te vroeg gejuicht.

Zou dit scenario weleens als nachtmerrie in het hoofd van een renner opdoemen?

De vijf mooiste kleine geheimen uit Joop Zoetemelk – Een open boek

Ja-ha, dat van Joops geheim weten we nu wel. Motel de Jong, Met het oog op morgen, nrc*next, AD Sportwereld; het zijn slechts de plekken waar ik er het een en ander van meekreeg. Daar hoef je het boek dus (bijna) niet meer voor aan te schaffen. Gelukkig biedt Joop ZoetemelkEen open boek veel meer. Mooie foto’s bijvoorbeeld. En er worden enkele kleine geheimen onthuld. Joop-details die ik niet kende. Hier de vijf mooiste. O ja, als je van plan bent het boek binnenkort te lezen en nog niets wil weten van de inhoud, kun je dit artikel beter overslaan.

De 5 lelijkste ‘zitters’

Het gaat natuurlijk om wat er uit de benen komt, maar het oog wil ook wat. De ‘zit’ is belangrijk. Stuur niet te hoog, zadel niet te laag, geen wc-pot afstelling van zadel op zadelpen.

Erik Dekker had het allemaal begrepen. Hij zette eens zijn zadel aan het begin van het seizoen een halve centimeter hoger, omdat dat er mooier uitzag. Seizoen naar de vaantjes in verband met chronische rugpijn, maar o wat had hij een prachtige zit.

Een korte top 5 van lelijke zitters.

5. Cadel Evans: veteraan, ijzervreter. Stoempen, stoempen, stoempen. Medelijden met zijn crankstel dat deze oerkrachten moet opvangen.