Zie daar!

Wie waar?

Tom Boonen. Ken je hem niet? De brute Vlaamse volksheld die middels lendenrukjes de harten van menig belijder van de edele wielersport doet overslaan.

Nee, wordt hij dan nooit geïnterviewd?!

Ik heb besloten. Ik doe mee aan de Tom Boonenmanie, ofschoon je op het eerste gezicht een sprinter moet zijn met een zuchtje ambitie in Milaan-San Remo om er een van een hemeltergendere soort te herkennen.*

Wat de concrete aanleiding is voor deze bruuske ommezwaai, ik kan het je zeggen. Alleen nu doet het er niet zo toe. Misschien is het iets persoonlijks, memorabilia (altijd dat woord tussen neus en lippen eens willen gebruiken) die me bij het nekvel grepen of zocht ik een invalshoek voor het schrijven van een column over Tom Boonen, het vergeten graantje meepikkend in de slipstream van zijn succes. Hij zou het verstaan. Tom Boonen is naast heel veel dingen die hij niet per se wil zijn ook wielrenner, vandaar.

Relevanter: hoe word ik een vooraanstaande Boonenfan? Geen getalm. Nu, onmiddellijk. Het is beslist urgenter dan de literatuur met dure woorden op de achterflap die even ongelezen als pronkerig in uw boekenkast staat. Morgen begint namelijk het klassieke voorjaar.

Dat moet ik even uitleggen. (Ik moet dat helemaal niet uitleggen, u weet even goed als ik wat dat betekent: Tom Boonen, Tom Boonen, Tom Boonen en Michel Wuyts die iedere Fransman met de kop van een slagerszoon een costaud noemt)

Het particuliere aan het wielervoorjaar is dat u en ik, orthodoxe wielerapologeten (anders las u dit heus niet), haarfijn weten wat er volgt en zich net daarom hierop verheugen: Tom Boonen, Tom Boonen, Tom Boonen en opperpredikant van het Heilige Wielerevangelie Michel Wuyts die zalvend Berendries en Karnemelkbeekstraat in de oren van gelovige onderdanen prevelt.

Ik bleek ook gewoon te kunnen schrijven: Boonentijd. (mijn spellingcorrector protesteert niet)

Ik heb de naam misschien al terloops laten vallen, mogelijks viel die u nog niet op, maar het is voor het laatst met Tom Boonen Boonentijd, tot het tegendeel bewezen is althans. Om maar te zeggen: het is niet gewoon hoogdringend en ook tamelijk urgent, ik heb geen tijd te verliezen, elk geschreven woord is overbodig met alsof het allemaal tegenzit verstrekkende gevolgen; ik ben inmiddels niet bezig mezelf om te bouwen tot de Alleronvoorwaardelijkste Tom Boonenfan. Misschien wat laat, mogelijk ook enigszins ambitieus. Ik zal mijn plaatsje moeten verdienen. Snap ik. Ik mag dan wel relatief nieuw zijn en een laatbloeier, ik leer snel. Let maar op.

(op de markt van Scherpenheuvel-Zichem vond ik een geschikt zelfhulpboek ‘Hoe word ik de onvoorwaardelijkste Boonenfan?’, geschreven door een plaatselijke wielerdominee, en daaruit parafraseer ik het een en ander, uit het blote hoofd, dat spreekt voor zich)

– Totale overgave. Een beetje onvoorwaardelijke fan van Tom Boonen bestaat niet. Je bent het met elke porie en vezel van je lichaam. En dat laat je ook te allen tijde merken. De auteur van dit verstofte zelfhulpboek put in de inleiding pregnante voorbeelden uit zijn leven, hoe hij in zijn bezoldigde bezigheden zijn onvoorwaardelijke Boonenidolatrie expliciet blijft uiten, hoe precies zou me hier te ver leiden. Inspirerend is het wel.

– Niet te veel nadenken. Gewoon doen. Redelijk vaag, als u het mij vraagt. De uitleg volgde in een microscopisch lettertype in de bijhorende voetnoot: een beetje zoals Tom Boonen praat na een koers die hij verloor maar nooit mocht verliezen. Dat snapte ik dan weer wel.

– Inmiddels zo geïndoctrineerd door deze Tom Boonenmanie Type 1 laat ik na de contradictie op te merken in een eerstkomend hoofdstuk: Tom Boonen verliest nooit ofte nimmer. En als hij dan toch verliest, is hij de morele winnaar. Slachtoffer van onrecht, van omstandigheden, van een landverrader als Sep Vanmarcke. Het ligt in elk geval niet aan Tom Boonen Hemzelf, dat is zonneklaar.

– Elk artikel niet over Tom Boonen is verspilling. Het kon ook over Tom Boonen gaan.

– Mocht Tom Boonen in Tirreno-Adriatico vallen, start dan eens het ziekenhuis verlaten zo ras mogelijk een petitie op om het klassieke wielervoorjaar in juli te houden. (qua Tom Boonen de periode in het jaar dat er sowieso weinig te beleven valt)

– Lieden die over Tom Boonen spreken en geen drie superlatieven per zin weten te fabriceren, zijn per definitie verdacht. Ze spreken met dubbele tong. Ze willen niet in ongenade vallen en proberen wat ze horen na te bootsen. Het is niet oprecht. Ze produceren gevoelloze zinnen als: ‘Tom Boonen is waarlijk een grootse en fenomenale kampioen, die zijn gelijke in de historie van het wielrennen niet kent.’ Ontmasker zulke objectieve Wikipediaprietpraat. (de auteur van het zelfhulpboek raadt het wielercommentaar van Michel Wuyts aan om te weten hoe het dan wel hoort, wie weet bent u er iets mee)

– U komt oog in oog te staan met Tom Boonen, maar bent niet bij machte flauw te vallen: de nachtmerrie van iedere onvoorwaardelijkste Boonenfan. Gelukkig biedt het zelfhulpboek ook hier soelaas. Loop niet weg, integendeel, zwerm om hem heen als een mug, bereid je terdege voor zodat je hem met vragen kunt bestoken die hij dagelijks al meermaals te horen krijgt, dat stelt hem meer op zijn gemak dan dat het hem verveelt, informeer bekommerd of hij lekker heeft geslapen en of de vertering van zijn ontbijt zich al heeft ingezet. Vergeet je microfoon in geen geval.

– Enz.

Kijk, met deze tips kan ik wat. Het lijkt me noch onoverkomelijk noch een onbereikbaar ideaal om tot de onvoorwaardelijkste fans van Tom Boonen te behoren. Alleen die perskaart mis ik nog. 

* Geënsceneerde correcties en aanvullingen: Le Manie blijkt dit jaar niet tot het parcours van Milaan-San Remo te behoren.

Matthias Vangenechten

Matthias Vangenechten is redacteur van Extrasport.be. Leest sportboeken en schrijft erover voor Sportliteratuur. Wordt extatisch bij het zien van een chasse-patate. Koketteert graag met zijn pseudo-wielerkennis. Kent alle Nederlandse Girowinnaars uit het hoofd. Jent nooit Nederlanders.

Latest posts by Matthias Vangenechten (see all)

Related Post