Wout Wagtmans, meestal liefkozend Woutje genoemd, is in de jaren vijftig van de vorige eeuw een klasbak. Niet alleen in Nederland maar ook internationaal. Vaak in één adem genoemd met Wim van Est maar qua talent lijkt hij een stuk beter dan ‘Wimme’.

Wagtmans kan behoorlijk klimmen, heeft een goeie tijdrit en is in de koers slim. Talent dus, maar ja, bij talent horen misschien ook wel eigenschappen als ‘kunnen leven voor de sport’. De tijd van Wim en Wout is niet met het tegenwoordige wielrennen te vergelijken maar Wagtmans is wel een beetje een feestbeest, maakt Fred van Slogteren duidelijk in zijn ‘Als je de Tour niet hebt gereden…’.

Het hele jaar door wedstrijden rijden, niet vies van een borreltje en een sigaar, en gek op het nachtleven in Parijs… Als hij net zo serieus had geleefd als Jan Janssen en Joop Zoetemelk had ook Wagtmans zomaar de Tour gewonnen kunnen hebben, vermoedt Van Slogteren.

Begin 1952 is Woutje internationaal nog een nobody. Als hij in de Ronde van Romandië demarreert, hebben concurrenten Hugo Koblet en Fausto Coppi in eerste instantie dan ook geen oog voor ‘de volslagen onbekende Wagtmans’, schrijft Benjo Maso in ‘Nederland heeft de gele trui’.

Maar de Nederlander blijkt veel beter te kunnen klimmen dan zij, en ook Wagtmans zelf, voor mogelijk hadden gehouden. Aan de finish houdt hij bijna twee minuten over.

Of Wagtmans dan al zo’n feestbeest is, vertelt het verhaal niet maar de Nederlander neemt zijn leiderspositie zeer serieus. De dag na zijn ritzege stapt hij al vroeg zijn bed uit om te gaan fietsen en de spieren soepel te maken. ‘Tot zijn manager Versnick hem zag en hem meteen naar bed stuurde’, vertelt Maso. ‘De start zou pas om halfeen plaatsvinden.’

Coppi en Koblet blijken alleen oog voor elkaar te hebben. Aanvallen doen de twee kampioenen pas in de laatste rit maar Wagtmans blijkt te kunnen volgen. Het is voor het eerst dat een renner uit het vlakke Nederland een rittenkoers in de bergen wint. Koblet en Coppi zijn na afloop zeer complimenteus richting de jonge Nederlander.

En toch heeft de foto, die vaderlijke hand van Koblet op de schouder van Wagtmans, ook iets kleinerends…

Jos van Nierop

Jos van Nierop (1967) is gek op de koers sinds Hennie Kuiper won op Alpe d’Huez, 1977. Rijdt zelf af en toe op een Gazelle Champion Mondial uit 1978 (met de remkabels in een boogje boven het stuur). Kijkt op tv naar wielrennen, en leest en schrijft erover. En verzamelt (kopen, ruilen, krijgen) wielerplaatjes, wielerfotokaarten, wielerstickers en nog veel meer voor zijn verzameling.
Jos van Nierop

Latest posts by Jos van Nierop (see all)