Dagboek Tour (21): De herbeleving van mijn jeugd

Het weergaloze aan een dagboek is dat ik geen rekening dien te houden met mogelijke lezers. Oké, hier ga ik. Wat ik gisteren en bij uitbreiding de afgelopen drie weken te zien kreeg, stond me geenszins aan. Of net wel, het is maar hoe ik het bekijk. Naar wat ik de afgelopen 3 weken exact gekeken heb, zal ik waarschijnlijk nooit weten en het zal nog enkele decennia duren eer een onderzoeksrechter zich dood verveelt zodoende ik een naar de normen van het wielrennen waarheidsgetrouw beeld van deze Tour kan vormen.

Zou cynisme de bovenhand nemen, schreef ik dat het niet van belang is of het vertoonde nu al dan niet echt is, maar of het echt kan zijn en ik altijd op zijn minst een minimale reden heb om aan mijn twijfels te twijfelen. Dat ik als wielerliefhebber niet het gevoel heb uitgelachen te worden. (Les 1: wanneer Vlaamse wielercommentatoren verbluft zijn aangaande een niet-Vlaming is er stront aan de knikker. Termen als ongelofelijk, wonderbaarlijk of nooit gezien mogen vaker dan wenselijk geïnterpreteerd worden als onmogelijk, onmogelijk en onmogelijk.) En dat ik helaas geenszins redenen zie om mijn twijfels in twijfel te trekken. De acteurs waren in deze Tour te zichtbaar acteur.

Gelukkig is hier geen plaats voor cynisme en zo keer ik terug naar mijn bijna zonder trauma’s verlopen jeugd, het te hoge hematocriet van Dave Bruylandts in 2000, Rik Verbrugghe die de proloog in de Giro van 2002 met één seconde verliest, Mario Aerts die geflikt wordt door Frigo en Guerini in de zeventiende etappe in de Tour van 2002, Isidro Nozal die in de slottijdrit van de Vuelta van 2003 de eindzege nog uit handen geeft, Davide Rebellin die in 2000 en 2001 in de sprint Luik-Bastenaken-Luik verliest, Michele Bartoli die in 2002 Davide Rebellin klopt in de Ronde van Lombardije, Davide Rebellin die in de Amstel Gold Race van 2000 ingerekend wordt op minder dan 100 meter van de streep, Kurt Van de Wouwer die in 2001 in Rund um den Henninger Turm net niet kan aansluiten bij het kopduo Markus Zberg en Davide Rebellin, Markus Zberg die in de Rund um den Henninger Turm van 2001 Davide Rebellin klopt in de sprint, de lang verwachte maar nooit gerealiseerde doorbraak van Santiago Blanco, de tweede plaats van Hendrik Van Dijck in de Omloop het Volk in 2001, de opgave van Julio Alberto Perez Cuapio in de Giro van 2003 en Wim Van Huffel als voornaamste trauma’s waarover ik al kan spreken daargelaten.

Bij de eerste voorwaardelijke Tourzege van Lance Armstrong was ik 7 jaar oud, bij de laatste 13. (ja, ook dat nog) Team Sky vergelijken met US Postal is al lang niet origineel meer. Om die reden vergelijk ik nu US Postal met Team Sky. US Postal was een soort van rudimentaire voorloper en zette ook al Spanjaarden en Colombianen als Heras, Rubiera, Beltran en Peña in om het tempo van de race te bepalen, hoewel die bij schier elke andere ploeg kopman zouden zijn. Op zich is de dominantie van één ploeg jaar na jaar abnormaal. Maar omdat die wederkeert, wordt het onaannemelijke het nieuwe normaal en is het alleen nog wachten tot de etterbuil groot genoeg is om te barsten, in wielrennen traditioneel een proces dat enige tijd in beslag neemt.

Er was nog wel meer herkenbaars. Een Spanjaard die principieel niet ademt wanneer hij klimt en als compensatie een Grabschiaans verzet hanteert. Er was ook een Fransman gehuld in de bolletjestrui wiens grote voorbeeld Richard Virenque is en als je hem ziet rijden, blijkt hij vooral verliefd op zijn spiegelbeeld. Er zal geen renner positief testen, dat durf ik hier reeds te voorspellen. Het is al jaren geleden dat er een noemenswaardig dopinggeval valt te noteren. Is de vraag: ligt het aan de deugdzaamheid van het peloton of aan een falende dopingbestrijding? (hint: het is wielrennen) Er was ook de blijdschap om dode mussen wanneer het de Belgische prestaties betrof, de eerste Belg zal in Parijs op bijna een lesuur eindigen van de winnaar (ik verklap nog niet wie). Er waren ook de duizend massasprints gewonnen door dezelfde renner die vervolgens moest opgeven in de bergen. Er waren de duizelingwekkende snelheden, van alle etappes tot dusver zijn er 5 die tegen minder dan 40 km/uur werden afgehaspeld. (de etappes mogen duidelijk dus nog wat langer) En er werden media afgedreigd, ik zou het nog haast vergeten.

Met nog drie etappes te gaan, kan ik reeds zeggen dat het prachtig was. Bedankt renners voor deze opvoering. Ik heb me weer 15 jaar jonger kunnen voelen.

Matthias Vangenechten

Matthias Vangenechten (geboren in het jaar dat Rebellin zijn eerste profwedstrijd reed en ook op de dag dat Eddy Merckx het levenslicht zag) gelooft dat ironie en twijfel het bestaansrecht van wielrennen zijn, al is hij daar niet zeker van. Er lag een grootse carrière voor hem in het verschiet als sportjournalist, maar gelukkig herwon hij tijdig zijn zelfrespect en schrijft hij nu obscure blogs vol. Matthias kent nog altijd alle Nederlandse Girowinnaars uit het hoofd.

Related Post

Geef een reactie