De grootsheid van Thierry Marie

By |zaterdag 30 juni 2012|

Dressuurruiter Matthias Rath werd in het najaar van 2010, met de hulp van een steenrijke schoonmoeder, de nieuwe berijder van wonderpaard Totilas. Ik vond het onbegrijpelijk dat hij dat überhaupt wilde. Met zijn vorige ruiter, Edward Gal, was de hengst Cancellara, Herrera, Gilbert en Merckx ineen. Ben je als nieuwe berijder met zo’n paard minder dan veruit de beste, dan is je carrière voorbij. Loop je dan na de kür naar het strodorp voor een afzakkertje, dan schieten ze achter je rug in de lach. De lach aan je kont.

Het verklaart misschien waarom Thierry Marie op 6 juli 1991, de nacht voorafgaand aan de proloog van de Tour, de slaap niet kan vatten. Natuurlijk, het helpt niet dat hij in een loeiheet hotelkamertje ligt aan de rand van Lyon, maar de materiaalfreak heeft zich ook wel heel wat op de hals gehaald. Castorama, zijn sponsor, heeft alles in het werk gesteld om Marie uit te rusten met de op dat moment beste tijdritfiets. ‘Operatie Manta’, zo heet het project. Echt waar, Manta. Het resultaat is een fiets, weliswaar zonder vossenstaart aan het stuur, maar mét een vin aan het zadel en verder alles wat op dat moment aan toegestane technologie voorhanden is. Kosten: 200.000 gulden.

Rijd je op zo’n fiets, dan kun je alleen verliezen. Zo zou ik denken, maar ik ben dan ook geen topsporter. Ik had als student zelfs de eigenaardige neiging nooit álles aan het leren van een tentamen te doen, want stel dat ik het niet zou halen. Het zou betekenen dat ik het niet kon en iets ergers is er niet. Dan liever wat marge als pantser voor op de dag van de uitslag.

Matthias Rath en Totilas presteerden na hun team up niets wat het vermelden waard is, Rath is het lachertje van de paardensport. Gelukkig heeft hij een rijke schoonmoeder.

Ik beeld mij in dat het Thierry Marie tijdens het woelen af en toe door het hoofd schiet: ‘Ik heb er alles aan gedaan. Deze proloog is mijn enige doel dit jaar. Beestachtig hard heb ik ervoor getraind, bijna altijd alleen. Hier ben ik voor gemaakt, nog nooit was mijn lijf ergens meer klaar voor. Mijn materiaal is het beste, er zijn kapitalen aangewend als voorschot op mijn succes. Morgen moet ik het doen, ik mag niet falen.’

‘Maar wat als ik dat wel doe?’

Thierry Marie wint de proloog.

De grootsheid van een sporter schuilt in zijn vermogen te doen wat iedereen van hem verwacht.

 

Menno Haanstra

Menno Haanstra (1977) schreef twee boeken: Foppe de Haan; een leven lang voetbaltrainer en Jan Ykema; pikstart, verslaving en comeback van een hypersprinter. Hij schrijft onder meer ook voor De Muur. Voor een nieuw boek volgt hij al sinds 2014 twee jeugdige wielrenners: Fabio Jakobsen en Julius van den Berg.

Related Post

One Comment

  1. Arie 20/07/2017 at 21:53 - Reply

    Jammer genoeg zien we op de foto niet Thierry Marie – nooit Frans kampioen – maar Luc Leblanc.

Geef een reactie