Midões, Midden-Portugal. Acht uur. Mist bij het wegrijden.

Door Travanca de Lagos, een scherpe afdaling en dan weer omhoog.

Op en neer naar Seia. Op en neer.

Portugees wegdek. Gaten, kuilen, scheuren, ontbrekend wegdek.

Zon, warm, zweet, dorst.

Seia, 350 meter, het begin van de klim. Rustig malend naar boven. Goede benen.

Uitzicht, naar noord en west, steeds verder.

Zinderende warmte in de verte.

Brandende zon.

Acht procent, negen procent, elf procent, acht procent.

Dan vijf.

Een korte afdaling. Sabugeiro. 1000 meter.

Even pauze. Cola, banaan, bidons vullen.

Door.

Acht procent, negen procent, tien procent, acht procent.

Dan vijf.

Een klein stuwmeer. Diepblauw. Een groot stuwmeer, onzichtbaar achter immense stuwdam.

Op en neer. En weer omhoog.

Doorweekt van het zweet. 32 graden.

Nauwelijks bij te drinken.

Hé, krampscheuten? Krampscheuten! Opschakelen. Het moet, het gaat.

De kramp trekt weg. Weer terug naar de 34.

Magisch, leeg landschap. Keien, rotsen, gras, zelfs heide, dode bomen.

Dode benen ook.

Dan, na een bocht, uitzicht op de top. De gele bollen voor het grijpen.

Heftige kramp! Zelden meegemaakt. Als een mes in de bovenbenen. Ik stop even.

Staan gaat niet, hangend zitten op mijn bovenbuis wel. Ongemakkelijk. Maar niemand die het ziet. De weg is verlaten. Slechts af en toe een auto.

Een slok water, een hap van mijn droge broodje Nutella.

Kauwen, kauwen, kauwen, ternauwernood slikken.

Nog een slok water, dan verder, door de kramp heen.

Op en neer, en weer omhoog. Wat doe ik hier?

De afslag, eindelijk. Rechtsaf, nog even negen procent.

Boven. 1993 meter. Half één.

De onbeschrijflijke lelijkheid, de vervallen sterrenwacht, het grauwe café-restaurant, het lullige torentje op de top, de rotonde daaromheen. Even uitrijden. En nog een rondje.

Toeristen, waar komen die opeens vandaan?

Een bierkraam, een ijskraam, daartussen harde boem-boem-muziek. De treurigheid, de lamlendigheid.

De hel die Torre heet.

 

 

(Naschrift: De Torre is de hoogste berg van Portugal. De Torre wordt elk jaar opgenomen in de Ronde van Portugal.)

 

Frank van Dam

Frank van Dam (1960) fietst af en toe, en blogt daar dan weer over. Leidt dus een zinloos bestaan. Kan niet klimmen, kan niet dalen. Hopeloos geval. Is liever lui dan moe. Wetenschapper. Publiceert dus veel, maar wordt nauwelijks gelezen. Heeft daar vrede mee. Heeft een voorliefde voor Italiaanse renners die koersen in België winnen. Vindt Luik-Bastenaken-Luik het mooist.


Favoriete boeken:


Frank van Dam

Latest posts by Frank van Dam (see all)