Als ik in Covadonga aan de klim begin, zie ik het al: dat wordt heel vervelend.

Het is tien uur in de ochtend als ik op mijn fiets stap. Veel te laat natuurlijk, maar ik wilde echt even rustig en uitgebreid ontbijten. Koolhydraten stapelen. Bijgeloof.

Tegen half elf rijd ik door Covadonga. Het schijnt een bedevaartsoord te zijn, zo had ik in mijn reisgids gelezen, maar het is, afgezien van de schitterende basiliek, een dorpje van niks.

Het is druk op de weg. Veel auto’s. Willen die allemaal naar boven? Irritant zeg. Gezinnen met kinderen. Raampjes open. Luidruchtig.

Ik moet zo’n 14 kilometer klimmen. Dat moet toch in een uur te doen zijn? Maar met die auto’s had ik geen rekening gehouden.

Als er iets vervelend is bij het klimmen, dan is het wel achteropkomend verkeer. Auto’s blijven te lang achter je rijden, passeren je dan te krap en blazen vervolgens hun uitlaatgassen in je neusgaten. En de auto’s blijven maar komen. Ik zit me hevig op te winden, want ik weet dat het mijn eigen schuld is. Ik had hier twee uur eerder moeten rijden.

Na een kilometer of acht lijden, wordt het allemaal nog erger: het gaat hier ruim boven de 10% omhoog, en de auto’s rijden nu stapvoets in een file. Ik kijk op mijn tellertje: 15%. Dit is niet te doen met die auto’s, dus ik stop even en drink hijgend mijn ene bidon leeg en verwissel hem voor mij tweede.

Dan rij ik weer verder en even later wordt het gelukkig weer wat minder steil. Maar niet minder druk. Ik rij nu zelfs harder dan de auto’s. Rechts erlangs is gevaarlijk. Links erlangs ook. Maar tegenliggers zijn er nauwelijks. Ik kies dus voor links. Uit sommige openstaande raampjes word ik aangemoedigd.

Dan kom ik eindelijk boven, fysiek en mentaal uitgeput, en zie de twee meren liggen. Als ik de honderden geparkeerde auto’s en alle mensen weg zou kunnen denken, dan is het hier prachtig. Maar dat lukt niet. De drukte is te absurd. Iedereen zit te picknicken of maakt aanstalten daartoe. Wandelaars met zware koelboxen, tassen, tafeltjes en stoeltjes. Op zoek naar de beste plekjes, die natuurlijk al lang bezet zijn.

Zijn zij nu gek, of ben ik het? Ja, wat doe ik hier eigenlijk? Ik drink het laatste beetje water uit mijn bidon, en besluit hier zo snel mogelijk weg te wezen. Weg uit deze gekte.

In de afdaling komt me nog steeds een onafzienbare stoet auto’s tegemoet.

*****

De klim naar de Lagos de Covadonga (1130 m) werd al 18 keer eerder in de Vuelta opgenomen. 950 hoogtemeters over 13,5 km. Alleen voor de erkende klimmers. Pedro Delgado kwam hier tweemaal als eerste boven. Luis Herrera en Laurent Jalabert ook.

 

Frank van Dam

Frank van Dam (1960) fietst af en toe, en blogt daar dan weer over. Leidt dus een zinloos bestaan. Kan niet klimmen, kan niet dalen. Hopeloos geval. Is liever lui dan moe. Wetenschapper. Publiceert dus veel, maar wordt nauwelijks gelezen. Heeft daar vrede mee. Heeft een voorliefde voor Italiaanse renners die koersen in België winnen. Vindt Luik-Bastenaken-Luik het mooist.


Favoriete boeken:


Frank van Dam

Latest posts by Frank van Dam (see all)