Terwijl hier in de lage landen de meeste koersliefhebbers anno hodie over elkaar heen buitelen in hun superlatieven over Tom Boonen en Greg van Avermaet, won Alejandro Valverde voor het eerst in zijn carrière de Ronde van het Baskenland. Met een zodanig speels gemak (zo lijkt het althans) dat je je afvraagt: “nu pas, de eerste keer?”

Alejandro Valverde, hij lijkt te beschikken over een levenselixer (de man is van bouwjaar 1980), en dat bedoel ik pertinent niet als cynisch eufemisme (cf. het vermaledijde d-woord). Ik denk namelijk te weten waar zijn tot op hoge leeftijd onweerstaanbare zegedrang vandaan komt: goesting. De koerslust spat er vanaf. Valverde spot met de wetten van de aftakeling. Zie hem lenig onderin de beugel hangen, niet voor de show, neen, het is het teken van de leeuw die weldra zijn klauwen zal uitslaan. Als Alejandro zich opricht, weten de tegenstanders hoe laat het is. Bij de rivalen ziet het er dan ineens heel amechtig, haast ouwelijk, uit zoals ze zich voortbewegen met de handjes bovenop het stuur.

Vaak rijst bij de topcoureurs de vraag hoe het afscheid dient plaats te vinden, zie nu wederom bij Tornado Tom. En even vaak weten de kampioenen het zelf ook niet. De angst voor het zwarte gat heet het dan veelbetekenend. Zie de ‘Werdegang’ van Johan Museeuw. Of de afgang van Miguel ‘el rey’ Indurain via de achterdeur in de Vuelta. Dan beter Bernard Hinault? Stoppen op het toppunt van je roem, zelf georkestreerd in een veldrit bij je thuis in Bretagne. Over het afscheid van Tom Boonen op de velodroom van Roubaix weet ik op het moment van dit stuk nog niets te melden, wordt het top of met opgeheven hoofd? Echter voor Valverde geldt: zolang ik er zin in heb, en de resultaten vallen niet tegen ga ik door.

Valverde is het bewijs van de stelling: ‘een coureur die goed in zijn vel zit, kan meer dan iedereen denkt’. Ten bewijze zijn afsluitende tijdrit nu in Baskenland. Of de solo begin dit jaar op 70 kilometer van het eind in de Ronde van Murcia: ‘adios, tot ziens aan de streep’. Maar ook zijn in het huidige koers-epoque unieke prestatie vorig jaar in het drieluik Giro-Tour-Vuelta. In vroegere tijden vormde volbrengen van dat trio een usance, zie Marino Lejarreta (die als verstokt vrijgezel niet wist wat beter te doen). Tegenwoordig zijn het voornamelijk exotische types zonder klassementsambitie als Adam Hansen, of niet-te-vergeten de Fransman Rafael Geminiani die nog steeds het record houdt qua minimaal podium-totaal (respectievelijk eindklassering 4-6-3), met daarbij ook de kanttekening dat de Vuelta toen nog in het voorjaar plaatsvond. Valverde presteerde vorig jaar de reeks 3-6-12. Dat lijkt op een rekenkundig neerwaartse serie, maar in het huidige tijdsgewricht betreft het iets van buitenaardse klasse. Hij reed ook nog een volledig voorjaarsprogramma, plus Lombardije, plus WK, en niet voor het startgeld, de uitslagen bewijzen dat. De man is gedreven.

Kwade tongen halen dan snel zijn besmette verleden van stal. De relatie met Eufemiano Fuentes is overduidelijk (hoeveel renners zijn er met een hond genaamd Piti?). Wat mij betreft siert het Valverde dat hij tot op de dag van vandaag nooit schuld heeft bekend. Wellicht maak ik hier met zo’n statement weinig vrienden mee. Maar wat levert een biecht meer op, dan wellicht enige absolutie straks bij het laatste oordeel? Lance Armstrong kan er over meespreken. Hij hoopte bij priesteres Oprah op ‘damage control’, maar de doos van Pandora stroomde met pek en veren klotsend over hem heen.

Alejandro is een trotse Spanjaard, zo koppig als een opgefokte stier. Hij heeft lak aan moraal. Aan wie moet ie verantwoording afleggen? Toch zeker niet aan journalisten, media of pers. De schichtige blik waarmee ie na zijn comeback de paparazzis afpoeierde sprak boekdelen. Rot op! Jullie krijgen van mij nog niet eens een ‘zero, komma zero zero.’ Hij is in die zin een adept van Rudi Altig die ooit op de vraag van een journalist over zijn verantwoordelijkheid als sportman de legendarische woorden sprak ‘Wij zijn geen sportlieden, wij zijn professionals.’  

Vele renners zijn na een dopingschorsing in een gat gekukeld (een gat nog dieper dan dat aan het eind van een carrière), en velen raakten er nooit meer uit. We kennen de gevallen(en), Pantani, Vandenbroucke, en zet Thomas Dekker er ook maar bij. Ten onder gegaan aan zelfbeklag, zelfmedelijden, negatieve ijdelheid en improductieve woede. Valverde is het levende bewijs dat je met eerzucht, ambitie en lak aan de leeftijdswetten toch terug kunt komen. Talent verloochent zich niet.

El Imbatido luidt zijn bijnaam, al sinds jaar en dag, de Onverslagene. El Imbatido heeft de mooiste stoppelbaard van het peloton, ook daar spottend met koerswetten, ditmaal de wetten van aerodynamica. Elke stoppel correspondeert met een overwinning, tel ze maar na.

In het najaar is het wereldkampioenschap wielrennen in Bergen. Ik denk dat Valverde daar nu al mee bezig is. Hij bezit reeds het record podiumplekken op WK’s (2x zilver, 4x brons). Er moet goud bij. 37 is ie dan, het maakt niets uit. Als Valverde het op zijn heupen heeft dan gaat ie ervoor. Een afscheid in roem. Net zoiets als wanneer Tom Boonen zijn 5e kassei had binnengehaald.

Marc Peeters

Marc Peeters (1958) schrijdt en schrijft bij leven en welzijn voort op twee wielen. Fietst bij voorkeur naar boven, in plaats van zich naar beneden te laten vallen. Zijn verhalen volgen de kronkelige lijnen van zijn tochten. Verheugt zich het meest op de Leffe Blond na afloop. Ziet liever meer fietspaden dan een Grand Départ. Mist in alle commotie en aandacht rondom het d-woord de methodologisch verantwoorde nuance.

Related Post