nederlandbelgieTweede rustdag. Tijd voor een grondige evaluatie van de Tour de France. Er bereiken ons allerlei geruchten dat Nederland op zijn kop staat. Dat er zich vreugdetaferelen afspelen omwille van de prestaties van de Nederlandse renners in de Tour de France. Met behulp van een zorgvuldig uitgedokterde methode trachten we aan de hand van uitgekiende criteria op een wetenschappelijke manier de eerste Tourweek te analyseren en uit te zoeken of de Nederlandse uitzinnigheid terecht is. En dat doen we door Nederland tegenover een ander wielerland te plaatsen, met name België. Enkel zo kan een objectief oordeel geveld worden over hoe groot het niveauverschil is tussen beide wielernaties. En of de uitzinnige vreugdetaferelen waarvan ook dit wielerblog bij momenten een weerloos slachtoffer is al dan niet terecht zijn.

1. Aantal chasse-patates

Nederland. Geen groter wielergenot dan een perfect uitgevoerde chasse-patate. Pure schoonheid. Kunstzinniger dan een succesvolle chasse-patate wordt fietsen niet. Een dergelijk kunststukje is dus perfect op maat geschreven van renners uit het land dat geniale creatievelingen als Rembrandt, Ivo Opstelten en Badr Hari heeft voortgebracht. Nog voor de eerste rustdag scoorden de Nederlandse kunstenaars Robert Gesink en Wout Poels al een chasse-patate. Deze 2-0 achterstand heeft België in de tweede week niet kunnen ombuigen. Meer nog, eergisteren scoorde de moderne kunstenaar Johnny Hoogerland in een ietwat barokke stijl, maar toch met veel eigen invloed waardoor hij niet in een kunststroming te vatten valt, een weergaloze chasse-patate. Zelfs Damiano Cunego, die even de ijdele hoop koesterde aan zijn renaissance te beginnen, had moeite hem bij te benen in zijn actie. Een hard verdict voor de Belgen, Nederland overtroeft hen hier met 3-0.

2. Aantal verzamelde WorldTourpunten

België. In de moderne wielersport is er niets essentiëler dan de WorldTourpunten. Daar staat en valt een ploeg bij. Men gaat zelfs zo ver dat ploegen obscure Iraniërs aankopen enkel en alleen om hun puntenzakje. De WorldTourranking heeft niet alleen haar repercussies op het vlak van de ploegen, maar zij bepaalt ook hoeveel renners een land mag afvaardigen naar een WK wielrennen. Kortom, een objectief criterium om als maatstaf te gebruiken in de beoordeling van beide wielernaties. En België overtroeft hier Nederland met een duidelijke 28-20.

3. Aantal podiumplaatsen in individuele tijdritten

België. Niets eerlijker dan een individuele tijdrit. Een tijdrit liegt nooit. Of toch minder dan Alberto Contador en Alejandro Valverde samen als er naar hun betrokkenheid wordt gevraagd in Operacion Puerto. Met een weergaloze derde plaats in de individuele tijdrit tussen Avranches en de Mont-Saint-Michel scoort De Gendt hier een punt voor België.

4. Aantal Prijzen voor de Strijdlust

degendtBelgië. Je moet al van goeden huize zijn om in de Tour de France als niet-Fransman in een rit de Prix de la Combativité oftewel de Prijs voor de Strijdlust mee te graaien. Zoiets is een zeldzaamheid. Nog groter is de zeldzaamheid wanneer twee renners van hetzelfde land daarin slagen en dat al na twee weken Tour. In respectievelijk de vijfde en de zevende etappe duidde de immer objectieve en nimmer chauvinistische Franse jury Thomas De Gendt en Jan Bakelants als strijdlustigste renners van die dag aan. En nog was het niet gedaan: in de dertiende etappe kreeg het Belgische team OmegaPharma-Quickstep de Prijs voor de Strijdlust toebedeeld. Oké, Mark Cavendish mocht er voor op het podium komen, maar dat neemt niet weg dat OmegaPharma-Quickstep een Belgische ploeg is. Nederland daarentegen, met gereputeerde aanvallers als Johnny Hoogerland en Niki Terpstra in zijn rangen, moet nog op zoek naar zijn eerste prijs voor de strijdlust. Een droge 3-0 voor België is hier het onverbiddelijke eindoordeel.

5. Aantal renners tussen plaats 10 en 25 in het algemeen klassement

België. Tussen plaats 10 en 25 in het algemeen klassement zou je een Ten Dam of een Mollema verwachten. Niet dus. Toch weer een opdoffer van formaat. Om als renner uit de Lage Landen op een podium van een grote ronde te sukkelen, moet je op de laatste rustdag tussen plaats 10 en 25 staan. Een plaats bij de eerste tien is voor een renner uit de Lage Landen te overmoedig. Een plaats na de eerste 25 te anoniem. Daar tussen: perfect! Je staat op genoeg achterstand om in een kansrijke ontsnapping te mogen zitten en om zo kans te maken op een ritzege. En meer nog, mits wat te veel vrijgeleide mag je nog een goed klassement ambiëren. Enkel Maxime Monfort en Jan Bakelants lijken dat te hebben begrepen.

Sta je als renner uit de Lage Landen in de top 10 bij de tweede rustdag, houden ze je in de gaten. Je creëert druk om je heen. L’Equipe schrijft anderhalve zin neer over je prestaties. Mensen worden gek, beginnen buitensporig hoge verwachtingen te koesteren want van een Belg, en al zeker van een Nederlander niet, wordt zoiets niet verwacht. Kortom, de ondergang is meer nabij dan de triomf. Een grote ronde is werk van dosering en je moet op het juiste moment toeslaan. Liefst in het moordende slot van de derde week waar er over winst en verlies zal beslist worden. Waar stond De Gendt op de laatste rustdag in de Giro? Juist, op een twaalfde plaats. Waar eindigde hij? Op het podium.

6. De gemiddelde plaats van de laatste 5 in het algemeen klassement

België. Aan de zwakste schakels herkent men de sterkte van een collectief. Dit motto in acht genomen, konden we niet anders dan eens kijken naar de laatste vijf van beide landen in het algemeen klassement. Het gemiddelde van de laatste vijf Belgen is een 163,6de plaats. Bij de Nederlanders is dat een 165ste plaats. Geen levensgroot verschil, maar toch duidelijk genoeg om te zien dat België ook hier beter doet dan Nederland.

7. Aantal valpartijen die dwingen tot opgave

België. Een kolfje naar de hand van de Nederlanders. Zou u denken. Zelfs hier maakt België kipkap van Nederland. Tekenend voor de diepe malaise waar het Nederlandse wielrennen nu al een tijdje in verkeert. Zelfs Gesink is nog niet gevallen. Jurgen Van den Broeck heeft zijn valpartij zo overtuigend gebracht dat zelfs zijn seizoen er helemaal op zit. Tom Veelers deed in de tiende etappe nochtans ook een verdienstelijke poging. Hij riep daarvoor zelfs Britse hulp in, maar dat bleek niet voldoende te zijn.

8. Het meest aantal keren gegrepen worden in de slotkilometer

Nederland. Op de valreep scoort Nederland hier nog een weergaloos punt. Tom Dumoulin demarreerde tijdens de derde etappe in het zicht van de rode vod. Uitstekend moment, hij werd in de laatste kilometer gegrepen. De poging van Jan Bakelants daarentegen een dag eerder trok op niks. Hij deed voor België ook een verwoede poging om te stranden in de slotkilometer, maar faalde. Hij demarreerde veel te laat en ging veel te hard om nog gegrepen te worden. Meer nog, Bakelants moest zich door deze actie op de koop toe hullen in de gele trui. Nederland probeerde het zelfs nog een tweede keer met Niki Terpstra in de dertiende etappe, maar diens verdienstelijke poging strandde al onder de rode vod.

Zo, het verdict is wederom hard. België overtroeft Nederland bijna op alle vlakken. U zal zeggen: met cijfers valt alles te bewijzen. Maar een score van 6-2 valt niet zomaar uit de lucht, meer nog deze 6-2 is billijk te noemen gezien het bij momenten overduidelijke verschil in sommige criteria. Bovendien kent Nederland het geluk met zeventien renners te zijn gestart. In tegenstelling België dat startte met een luttele twaalf renners. En na de val van Jurgen Van den Broeck nog maar met elf in koers is. Statistisch gezien is het dan niet geheel onlogisch dat er voor Nederland al eens een prijsje uit de lucht valt.

Maar we kunnen er niet omheen dat we nog buitensporig vriendelijk zijn geweest voor Nederland in onze balans. Zo zijn we niet het aantal ritzeges en het aantal dagen geel van beide landen beginnen tellen. Of de blamage zou nog groter zijn geweest. Er is bijgevolg aan onvoldoende criteria voldaan om met recht en reden een feestje te vieren. We kunnen niet anders dan concluderen dat de Nederlandse vreugdetaferelen omtrent de Tour de France op niets gestoeld zijn. Weer een ontnuchtering erbij. Laat u dus vooral geen blaasjes meer wijsmaken. Wat men ook moge beweren: Nederlanders en Tour, het zal nooit wat worden.

Matthias Vangenechten

Matthias Vangenechten (geboren in het jaar dat Rebellin zijn eerste profwedstrijd reed en ook op de dag dat Eddy Merckx het levenslicht zag) gelooft dat ironie en twijfel het bestaansrecht van wielrennen zijn, al is hij daar niet zeker van. Er lag een grootse carrière voor hem in het verschiet als sportjournalist, maar gelukkig herwon hij tijdig zijn zelfrespect en gaat hij nu door het leven als zelfverklaarde manager van Gianni Wespelaer.

Latest posts by Matthias Vangenechten (see all)