De Vlaamse modder van de Omloop

By |vrijdag 24 februari 2012|

Vlaamse modder raak je nooit kwijt. Die conclusie kan ik een jaar na de Omloop 2011 wel trekken. Wat ik ook poets, boen, schraap, schuur, niets helpt, als mijn schoenen opdrogen zit het er nog steeds op. Inmiddels heb ik me er bij neergelegd, Vlaamse modder is het asfalt uit de oertijd.

Omloop Het NieuwsbladTerug naar de 26e februari van 2011. De winter is al tijden smerig, nat, vies en koud en dat zal deze dag niet anders worden, de hemel wordt alleen maar grijzer en grijzer. Typisch een dag om binnen te blijven, met een beker warme anijsmelk bij het haardvuur. Op het Sint-Pietersplein in Gent staan de renners te wachten op het startsignaal. Ze hebben een blik in de ogen alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, gezellig een stukje fietsen in het weekend. Er zijn maar weinig blote benen te zien, lange broeken, beenstukken, regenjasjes en de onvermijdelijke koersklak, lente is het nog lang niet.

Als de renners zich in beweging zetten begint ook mijn koers. Van het wedstrijdverloop krijg ik niets mee, mijn, of beter gezegd, onze taak vandaag is het uitdelen van de foeragezakken aan de renners van het Leopard-Trek-team. Verzorger Mathias plankt de stad Gent uit, gewone verkeersdeelnemers worden met een barse blik naar de kant gedirigeerd, de koers heeft in België altijd voorrang.

De eerste stop, een straat in een onooglijk Vlaams dorpje vlak bij de Leberg, is moeilijk te bereiken. De ingebouwde navigatie in de gloednieuwe Mercedes is volkomen nutteloos, de smalle Vlaamse weggetjes zijn volgeparkeerd met de auto’s van wielerfans of gewoon opgebroken. Borden volgen is nooit slim in België, dus er zit niets anders op, de kaart erbij. We zijn niet het enige zoekende team, overal zijn bontgekleurde auto’s te zien die zich vastrijden, omkeren, achter verdwaalde collega’s aanrijden. Zelf rijden we achter een wagen aan die de parkeerplaats van een restaurant opschiet. Mispoes.

De straat duikt plots op en wordt op de kaart vastgelegd, tijd voor de foerage, van ons, de verzorgers en gasten. Een frietkot – en wel een van de smerigste op aarde. Een dikke baas, in gekrompen bevlekt T-shirt en zijn ergens uit Azië afkomstig morsige vrouwtje in minirok en rubber laarzen, bezorgen ons frieten met bier. Gelukkig hebben we dat naar binnen gewerkt voordat we gebruik maken van het al jaren niet schoongemaakte toilet op de binnenplaats. Als dat maar niet een hele nieuwe eigen koers gaat worden, een van flodderpoep en buikpijn! Dan klinkt in de verte het ‘Rodania’ en in de regen komt de echte koers tot ons. Behalve wat telefonisch contact met de teamleider, weten we niet wie waar rijdt. Oortjes zijn er niet deze keer, ondanks de oplaaiende discussie in de afgelopen dagen hield de UCI voet bij stuk, zonder communicatiemiddelen moet de wedstrijd spannender worden.

De praktijk blijkt anders als de eerste renners na de foerage rechtsomkeert maken. Ziek, zwak, misselijk of gewoon doodmoe, deze verzopen katten, de modder tot in de poriën, hangen al kilometers uitgeput aan het peloton omdat ze geen contact kunnen krijgen met ploegleiders. Geen droog jasje of handschoenen, bij het zien van de vertrouwde clubkleuren nemen ze razendsnel een beslissing en geven op. De natte kleren gaan uit, de stoelverwarming op de hoogste stand en klappertandend racen we naar de finish in Gent. De man van de bandensponsor blijft achter, hij gebaart dat hij ervan uit gaat een lift met een ander team te krijgen en de verzorgster, een niet onaantrekkelijke dame, wringt zich tussen ons in op de achterbank. Het is bloedheet in de auto, de renner is koud tot op het bot en moet opwarmen. We slalommen tussen de vrouwenrace door en het commentaar is niet van de lucht. De renner wordt afgeleverd bij de bus, hem wacht een warme douche, een fruithapje en een comfortabele stoel voor de televisie.

We zoeken de koers weer op, nog steeds geen idee hoe het daar gaat, en stuiten op een kruising een tweede uitgevallen renner aan. Hij staat al even te wachten op dingen die komen gaan, heeft met handen en voeten de weg gevraagd en is opgelucht bekende gezichten te zien. Ik help zijn fiets op de wagen te plaatsen en help de renner met zijn drijfnatte kleren en in een droog jasje. Opnieuw wordt het krap op de achterbank en dat blijft ook zo, telefonisch overleg wijst uit dat er geen tijd meer is om hem naar de bus te brengen. Dan spotten we plots een aantal renners en zonder verder na te denken scheuren we er achteraan. Weer in koers! In de Rabowagen achter ons gaan ze door het lint, oprotten wordt er, met veel geclaxonneer en wilde gebaren, duidelijk gemaakt. Het dringt door dat we rijden op een absoluut verboden plek achter koploper Langeveld. Aan de kant gaan is onmogelijk, daar is het weggetje te smal voor en aan zijkanten is geen plek. Een kasseienstrook, een bult en daar, een open plek! Geen seconde aarzeling, aan de kant en iedereen springt uit de wagen om centimeters diep in de modder te verdwijnen. Mijn maat uit Denekamp grijpt twee wielen en stelt zich langs de kant van de weg op, verzorger Mathias zwaait met etenstassen en bidons en ik neem een duik naar de andere kant van de weg, hier sta ik ze niet in de weg. Niet iedereen is blij met mijn nieuw positie en ook al glibber ik zo hoog mogelijk tegen de zijwand van de weg, een woedende BMC-renner smijt zijn bidon naar mij. Even later volgt er een van Garmin. Ik kijk de renners recht in het gezicht en zie de uitputting, holle ogen, schuim op de lippen. Dus dit is een heroïsche wedstrijd, hier genieten we thuis op de bank van.

Uiteindelijk zien we de strijd tussen Flecha en Langeveld op het tv-scherm in de Leopardbus. De Hollander komt in de stortregen zegevierend over de finish. Na de huldiging volgen plichtplegingen en een dopingcontrole. Als het donker wordt en het Sint-Pieterplein leeg is loopt hij naar de enige wagen van zijn Raboploeg die er nog staat. Een handvol journalisten hebben zich nat laten regenen in de hoop op een mooie plaat of quote. Helaas, Sebastian, mobiele telefoon aan zijn oor, gunt niemand een blik en verdwijnt uit het zicht.

En de modder? Na de teampresentatie van de Radioshack-Nissan-Trek-ploeg tref ik verzorger Mathias. Hij vertrouwt me toe dat hij het interieur van de Mercedes nooit meer moddervrij heeft gekregen na onze escapades in De Omloop. Vlaamse modder hecht zich voor altijd, zegt hij in zijn moedertaal Duits…

Harm Job

Harm Job studeerde ooit af aan een kunstacademie in het verre oosten van ons land, maar leeft al geruime tijd van de misdaad. Hij werkt als rechtbankverslaggever voor de regionale omroep. Inmiddels heeft hij een handtekening van Rob Harmeling en jaagt hij zijn droom na, het boek schrijven over de Twentse wielerwereld.

Latest posts by Harm Job (see all)

Related Post

One Comment

  1. Bram 24/02/2012 at 10:07 - Reply

    Mooi stukje!

Geef een reactie