De Vleut #2: Wilskracht en courage

By |vrijdag 15 september 2017|

(Voor deel 1 klik hier!)

Als het doek valt voor Flandria moet Jos op zoek naar een nieuwe ploeg. “Eigenlijk jammer want ik kon goed overweg met Lomme Driessens. Die zei steeds maar: Keeske, ge moet wachten gij, niet zo onbesuisd rijden. Die hield me strak en daar luisterde ik wel naar. In ’66 tussen die vrijbuiters van Televizier ging de teugel weer los. Zo kneep ik er in de Vuelta eens tussen uit. Ik waande me zeker van de etappewinst en tegelijk de leiderstrui. Komt me daar op de meet nog zo’n klein kutspanjaardje voorbij geschoven. Ik hai ut hul klòtmenneke nie ins in m’n wiel zien zitten. Mooi dat hij wel tien dagen aan de leiding bleef. Kassa natuurlijk. Op twee seconden stond ik al die tijd achter die klojo in het klassement. Toen heeft Jo de Roo me nog wel goed de oren gewassen. Ik had allang die leiderstrui moeten hebben, volgens Jo. We waren beroeps om geld te verdienen, niet om twiddes te worre. Uiteindelijk won ik nog wel de groene trui. Heel vereerd voelde ik me, dat streelde me echt”.

Rittenkoers met o.a. Motta, Zilverberg en Dancelli

Grote ploeg staat gelijk aan het grote werk. Labeur, afzien, de dwangarbeid van de weg. Buitenlandse etappewedstrijden met onderkomens, die de naam hotel eigenlijk niet eens mochten voeren. Hokken, steenkoud en klam in voor- en najaar, stikheet in de zomerdag.
In 1967 rijdt De Vleut als Televizierman in de Nederlandse landenploeg de Tour. Bloedheet is het, de mussen vallen van het dak. Drinken, blijven drinken is het devies. Alles wat je maar krijgen kon. Je moest er meest zelf op uit. Winkeltjes en cafés werden zomaar geplunderd; onvervalste wildwest taferelen. ”Op een gegeven moment rijd ik naast Tom Simpson. Die had net twee flesjes bier gescoord. Hij wist dat ik altijd een koordje met een flesopener om de nek had. In ruil voor een half fleske bier heb ik hem toen geholpen met openmaken. Ja, die Spanjaarden trokken een kroonkurk gewoon met hun tanden eraf. Afijn, Simpson trekt ertussenuit met al die goeie mannen. Een half uur later zie ik hem daarboven op de Ventoux in die zinderde dorre steenwoestijn langs de kant liggen. Dokter en al erbij. We zitten ’s avonds in het hotel net te eten als bekendgemaakt wordt dat ie is overleden. Jan Janssen, die de etappe had gewonnen, was zo verschoten dat hij geen hap meer door zijn keel kon krijgen. Is meteen naar boven vertrokken. Daags erna mocht Barry Hoban winnen en daar mee was het over. Niemand sprak er nog over. De karavaan trok gewoon verder alsof er een bedrijfsongevalletje was gebeurd. Ja, als een motorrijder of autocoureur erin blijft, rijden ze de volgende dag ook echt geen kilometer zachter, hoor. C’est la vie”.

Het wereldkampioenschap in Heerlen op 3 september 1967, is natuurlijk zeker een hoofdstuk apart in de carrière van De Vleut. Heel Nederland zit die middag op het puntje van zijn stoel. Jos is weg met Merckx, Motta en Saiz. Geen kleine jongens. In zijn uppie achtervolgt Jan Janssen. Jos laat zich terugzakken en gezamenlijk wordt het gat naar de kop in no time dichtgereden. Toch loopt het op de meet fout. Merckx wint met een half wiel van Janssen. De analyses en commentaren zijn legio; bijna van een polemisch gehalte. Volgens Jan heeft De Vleut spurt te laat aangetrokken.”Zo was het niet. Saiz hinderde Jan zodat hij klem kwam te zitten. Normaal had hij nooit kunnen verliezen”. Lang geleden allemaal. “Het steekt me nog steeds dat ik voor dat werk, die inspanning , weinig respect en waardering heb ondervonden. Een simpel complimentje kost toch niks. Sterker nog, Jan Janssen bazuint nog altijd rond dat hij alleen naar de kopgroep is gereden”

“In de Tour moesten we eens een monsteretappe van ruim 350 kilometer doen. Van Clermont naar Fontaineblau, dacht ik. ‘s Nachts om vier uur op, ontbijt om vijf met biefstuk en rijst. Krijgt dae dan mar us deur oewe strot. Om zes uur was de start. Een helletocht door een kokend landschap. Komen we door La Courtine, staan al die Nederlandse soldaten met bier, limonade en staven ijs langs de weg. Een hele emmer vol heb ik op de bovenbuis gezet en ben zo op de dertien teruggereden. Krijgen we daar plots een colleke voorgeschoteld. En ik kon niet schakelen vanwege die emmer vol heerlijks. Met twee man hebben ze me omhoog gesleurd. En dan mauwen Dijkstra en Ducrot op de televisie dat de Tour nu zo onmenselijk zwaar is geworden. Flikkert toch op!!”
Nieuw-Guinea, La Courtine. Over een paar jaar weet niemand nog waarover dat gaat. Dijkstra & Ducrot, tsja, daar moeten we nog efkes mee door vrees ik.

Doping. Jos doet er niet echt moeilijk over. Een paar keer tegen de lamp gelopen. Nog altijd is hij wel pissig over een akkefietje bij Peugeot in ’68.” In de Ronde van Sardinië stond ik derde en moest naar de controle. Jawel hoor, nat! Terwijl ik me nergens van bewust was. Ik weet zeker dat ik toen geflikt ben door die soigneur van Ferdinand Bracke. Victor heette hij, zijn achternaam ben ik vergeten. Die wil ik zelfs niet meer weten. Tweeeneenhalve maand schorsing aan mijn broek. De helft van het seizoen naar de filistijnen. Jan Janssen deed nog een goed woordje voor me, dat moet ik toegeven. Anders was ik nog langer uit roulatie geweest. Ik ging mee naar de Tour maar werd al in de eerste etappe strontziek. Van boven en onder liep het eruit. Ik verloor acht kilo op één dag. Allemaal de schuld van die kutsoigneur, de vuile smeerlap.
“Zes Tours reed ik waarvan drie naturel. Dat waren mijn beste, dat zweer ik. Naarmate een etappekoers vorderde, verbeterde ik zelfs. Annette van Trigt van Studio Sport geloofde mijn verhaal gewoonweg niet”.
Jos krijgt zijn congé bij Peugeot. Op hangen en wurgen bedelt hij een semicontractje los bij Willem II. Van drieduizend gulden, een aalmoes. Bij presteren zou het omgezet worden in een echte verbintenis. Eentje waarvan je ook kon leven. Jos vecht zich binnen. De hele winter staat weer bol van het beulswerk. De volledige ploeg Merckx moet in Het Volk onderin de beugel om De Vleut en Willy in ’t Ven te vervoegen. Van hetzelfde laken een pak in Parijs-Nice; Jos is weer terug aan het front.

Meer dan fameus is die historische Touretappe in 1971. Van Orcières-Merlette naar Marseille. De (mislukte) couppoging van Merckx c.s. tegen geletruidrager Luis Ocana. Riny Wagtmans rekruteert Jos de tempobeul voor de stoottroep. Uit het vertrek zijn elf man weg voor een ploegentijdrit van 251 kilometer. Eerst een helse afdaling van achttien kilometer. Dan verder over hult en bult aan vijftig het uur. “In het begin heb ik het zwaar op de bergskes, moet af en toe zelfs lossen. Ik kom erdoor en dender dan door als een TGV. Verhalenverteller Wagtmans schept nog altijd op dat híj vier keer en Merckx twee keer zo hard reed als de rest. Nou, ik deed niks onder voor Merckx en zeker niet voor Wagtmans. As d’r inne hard gereje hì dan waar ik ut wel.” Jos kreeg van Riny Wagtmans de toezegging dat hij mocht winnen. Merckx zou akkoord zijn. “Alweer een klootbelofte van Wagtmans. Hij had daar namelijk niets over te vertellen. Patron Merckx bepaalde dat zelf wel.

Ronde van Oostenrijk in jubelaar 1964 op de Glassnocker

Ooit in de Goudsmit-Hoff ploeg had Wagtmans een slechte dag. Hij stond nog kort geklasseerd en daarom hebben we hem over drie cols gesleept, de Soulor, Tourmalet en Aubisque. Als je hem daaraan probeert te herinneren spuwt ie vuur. Niemand, echt niemand heeft hem zogenaamd ooit hoeven helpen. Schei uit zeg”. Tja, in de natuur groeit ’t Hout ook boven ’t Heike. De Vleut en Wagtmans zijn geen vrienden, dat moge duidelijk zijn.
In 1973 bolt De Vleut uit bij de “stoffeerders” van Kela Tapijt. Een ploegske voor het meer ambachtelijke werk. Met renners in hun nadagen als een Ottenbros, Serpenti en Dolman. Een afscheid van het milieu, Circus List & Bedrog, de combine en het gekonkelefoes. Maar ook goodbye aan een formidabele en inspirerende sportcarrière. Als je Jos vraagt naar zijn finest hour, komt- ondanks alles- het jaar 1964 weer bovendrijven. Een jonge onbevangen atleet in zijn volle glorie. Olympia’s Tour, de Ronde van het IJsselmeer. Onweerstaanbaar sterk in de rondes van Oostenrijk en Canada. En zeker niet te vergeten op het WK in Sallanches waar Ole Ritter hem meesleurde in een val en hem zo een zekere tweede plaats ontstal achter Merckx.

Een criterium in zijn eigen Helmond vormt het slotakkoord. The final countdown. Hij wint, dat kan natuurlijk niet anders. Een laatste afrekening, letterlijk zelfs. In het wielrennen staan altijd rekeningen open; sportief maar zeker ook financieel. Jo de Roo zei het immers al: bij ons als profs moet er brood op de plank komen. De Vleut regisseert zelf de prijsdeling in Helmond. “Ze kregen allemaal wel een enveloppe maar bij sommigen zat dan een briefke bij. Bijvoorbeeld: Prijs fl. 250; nog van je tegoed fl. 230; saldo fl. 20”. Met vriendelijke groeten Incassobureau Van der Vleuten, stond er nog net niet onder. Of collega-deurwaarder Mari Voets toen ook in de buurt was vermeld de historie niet.

Epiloog
Het was in zo’n koerske voor oud-beroepsrenners en wat invités. Mannen op jaren in een kaal kleedlokaal van de voetbalclub. Grappen en grollen. Zoals die binnenkomst van een éminence grise uit de vaderlandse fine fleur van het fietsen: “B.O.B., controle”. Lachen! In de jaren zestig in België een aankondiging die velen de stuipen op het lijf joeg. Er waren er zelfs die in dolle paniek langs de regenpijp wegvluchten.
Boys will be boys: “Wie gaat er vandaag winnen”. Het gaat nergens om maar het moet wel netjes geregeld zijn natuurlijk. Het eerste antwoord komt van De Vleut:”Ikke niet en denk eraan op de rechte stukken niet harder dan veertig. Meer kan mijn wekker niet aan. Ik heb al twee operaties achter de rug”. Jos heeft zijn credo neergelegd.

Thuis in Nieuw-en Sint Joosland, voorjaar 2011 Foto ©Theo Buiting

Om Nescio te parafraseren: Jongens waren ze. Maar wel aardige jongens, al zeggen ze het zelf. En zo zijn ze gebleven, ouwe jongens onder elkaar met de fiets nog altijd onder handbereik. Maar altijd en overal aardig blijven doen is misschien toch wat veel van het goede.

Theo Buiting, 1/4/2011
Verhaal verscheen eerder in “Helden Wielersport in Brabant”, in het voorjaar van 2011. Driekwart jaar voordat Jos schielijk op 5 december overleed in de Dominicaanse Republiek, waar hij een tweede huis had. Foto’s uit privé collectie van Jos van de Vleuten.

Theo Buiting

Theo Buiting, Eindhoven 1946. Eerste licentie 1965. Veel ambitie, weinig talent. Begon in die tijd ook met verhaaltjes over het fietsen. Na een stille periode met meer regelmaat vanaf eind 80'er jaren. Straatgenoot van vader en zoon Willy van der Heijden, renners/verhalenvertellers en hoofdpersonen in de novelle 'Weerborstels' van neef A.F.Th.


Latest posts by Theo Buiting (see all)

Related Post

Geef een reactie