Dertien

By |dinsdag 26 augustus 2014|

De Vuelta van 1977 moet voor de Spanjaarden zelf niet leuk geweest zijn.

Oké, ze eindigen met z’n zessen in de top tien: Miguel Maria Lasa werd tweede, Domingo Perurena vierde, José Luis Viejo vijfde. Verder waren er nog José Pesarrodona (acht), Pedro Torres (negen) en José-Antonio Gonzalez (tien) Dat is niet slecht, natuurlijk.

Maar ik kan me zo voorstellen dat die Ronde van Spanje één langgerekte frustratie moet geweest zijn. We moeten gewoon wat feiten op een rijtje zetten en u begrijpt het.

Freddy Maertens in 1977

Freddy Maertens in 1977

De Vuelta startte dat jaar op 26 april aan de Costa Blanca. Inderdaad, de datum klopt: de Vuelta werd toen nog in het voorjaar gereden. Die zaterdag was er een proloog van acht kilometer. Freddy Maertens – toen wereldkampioen – won. Freddy had dat voorjaar al behoorlijk wat gewonnen. ‘De vloek van de regenboogtrui’, dat kende de Belg niet. Hij was de beste in de Omloop Het Volk en had Parijs-Nice (én vijf ritten) gewonnen.

En nu dus de proloog van de Vuelta. Het stopte niet meer. Freddy won hoe en waar hij wilde: in La Magna, in Murcia, in Salou, in Seo de Urgel (maar niet in Benidorm, dat was voor Fedor den Hertog of in Barcelona, dat was voor Cees Priem).

Om kort te gaan: Freddy Maertens won dertien van de negentien ritten.
Tja, dan blijven er voor de Spanjaarden alleen maar kruimels over. Carlos Melero, Pedro Torres, Luis Alberto Ordiales (wie?) en José Nazabal wonnen een rit.

Freddy trok de eerste dag de leiderstrui aan en zou hem nooit meer afgeven in die Vuelta van 1977. Een makkie, dus. “Ach, het was een goede voorbereiding op de Giro”, zei Freddy achteraf. Dat ging toen zo. Direct na de Vuelta reed hij de Ronde van Italië.

En hoe… Hij won op 20 mei de proloog en was alweer vertrokken voor een resem zeges. Hij was de beste in de eerste, vierde, zesde A en B, zevende en achtste etappe.

Althans: Freddy was de beste in de achtste etappe A.

Hij won in Mugello voor die andere Belgische rassprinter Rik Van Linden. Die dag was er nog een etappe B, van Mugello naar Mugello, nauwelijks 79 kilometer lang. Het waren eigenlijk wat rondjes op het plaatselijke circuit. Het werd weer een massaspurt. Rik Van Linden en Freddy Maertens sprinten op kop.

En dan gebeurt het. Ze haken in mekaar met hun stuur en maken beiden een doodssmak. Marino Basso wint. Maar Freddy breekt zijn pols. Het komt nooit meer echt goed met Freddy. Hij raakt op de sukkel, komt terug, verdwijnt weer en wordt in 1981, in Praag, alsnog opnieuw wereldkampioen. Het was een laatste stuiptrekking.

Filip Osselaer

Filip Osselaer (1960) is tekstschrijver, eindredacteur, cineast en
communicatiearchitect. Hij groeide op in de gloriejaren van Eddy Merckx,
Freddy Maertens en Lucien Van Impe. Hij bereidt zich al jaren voor op zijn
eerste beklimming van de Ventoux. Grootste prestatie op de fiets: de ronde
van zijn dorp, koers voor veertienjarigen. Won toen zowel de bergprijs als de
puntentrui voor Wim, Marc, Hendrik en Linda. Favoriete boek: De Renner,
natuurlijk (17 keer gelezen). Te volgen op www.filiposselaer.be en via Twitter: @filiposselaer

Latest posts by Filip Osselaer (see all)

Related Post

5 Comments

  1. Con66 27/08/2014 at 14:28 - Reply

    Freddy is een wat trieste figuur, die een enorme klasbak was, maar die ook diepe dalen kende. Zie deze documentaire van Belga Sport: https://www.youtube.com/watch?v=wn_UXBomZIs

    • ernstlalleman 28/08/2014 at 08:59 - Reply

      Een wat trieste figuur.. waarom? Omdat hij zich kennelijk financieel niet kan redden ?

  2. Adriaan Lievense 30/08/2014 at 02:20 - Reply

    Freddy, wat een mooi persoon. Superlatieven. Nog steeds. Lees zijn wiki en huiver.
    De wielersport wordt steeds meer mondiaal qua toegankelijkheid en kent vooral tijdens de voornaamste koersen een oplopend aantal van wereldwijde zenduren. Software en databases helpen om sneller en overzichtelijker gegevens uit het verleden op te roepen. We worden ook steeds verliefder op dergelijke statistieken en kunnen ze telkens beter interpreteren. Redenen, tijd en data zat om terug te blikken dus. Freddy zal toekomstig met een sterk toenemende frequentie genoemd worden, vaker dan iedereen behalve Baron Merckx. Want het zijn bizarre statistieken; dertien op negentien in een ronde die nu als ‘één van de Grote Drie’ telt, dat is nogal wat. En er is nog veel meer. Er is meer dan een derde van de etappeoverwinningen in de Tour van 1976 en zelfs dan nog is er nog veel meer.
    Nu even terug naar die Vuelta van dertien: Freddy’s opmerking over het rijden van de Vuelta als voorbereiding op de Giro is geenszins snoeverij of dichterlijke onderdrijving, maar een zuiver feit. Destijds ging het om de Tour, het WK, de voornaamste klassiekers en de Giro. Over de volgorde van de laatste drie raakt men het zelden eens. Echter, zonder discussie: de Vuelta had het aanzien van de Ronde van Zwitserland van nu. Dus geen absolute topkoers. En ook niet zo schofterig zwaar als nu.
    Desalniettemin, Freddy: ietwat moeilijk articulerend, misschien wat grof ogend, behoorlijk snel in staat van crisis, dan in het geheel geen Phoenix die volledig op eigen kracht herrijst, veel schandalen omtrent financiële narigheid, een vrij compacte carrière bovendien, zeker geen mediaprins… De rol van Lomme, moest de bezieling van buitenaf komen? En al die champagne… Daardoor een zo korte carrière zeker? Toch ook nu nog die wanklank? Of?
    Die Tour van 1976. Acht gewonnen ritten. In de koers van het jaar. In diezelfde Tour gaf hij een ritje weg, anders zeker ook daar, voorbij Eddy, recordhouder voor eeuwig, naar aan te nemen.
    En een dubbele regenboog.
    In zes starts bij Tour en Vuelta niet minder dan vijfendertig etappeoverwinningen.
    Doe er nog een Gold Race en een Parijs Tours met vijfzesde van de dagoverwinningen bij en twee Gent Wevelgems en dan nog meer. En stel je dan de omvang van dit alles voor.
    En passant ook proactief overlever van een vliegramp. Want uitgestapt uit een vliegtuig dat later zou crashen. Dit puur op basis van het eigen gehoor.
    En waar we het meest jaloers op zijn is mevrouw Maertens. Wat een stuk. Zo jong gebleven en sexy. En zo lief. En altijd aan zijn zijde.
    Die gelukkige meneer Maertens…
    Rondleidingen te geven in een museum geweid aan je eigen beroepsgroep, aan de besten daarin, te vertellen over de grootsten, terwijl je er zelf eentje bent.
    En glimlachend terug te kijken op al die winsten. Al die overmacht, fietslengtes, of nog veel meer.
    Neen, triest is hij helemaal niet.
    Is toch juist mooi.

Geef een reactie