‘Die fucking auto rijdt gewoon door!’

By |dinsdag 29 maart 2011|
Jesper Skibby op de Koppenberg

Jesper Skibby op de Koppenberg

In het nieuwste nummer van De Muur, over de voorjaarsklassiekers, staat een mooi verhaal van Wiep Idzenga over de Ronde van Vlaanderen van 1987, met de Deen Jesper Skibby in de hoofdrol, en een auto. Hieronder een fragment.

Rond half vier in de middag passeerde Jesper Skibby het huis aan de voet van de Koppenberg. De Deense jongeling (net 23) keek even op van zijn stuur en schrok van de aanblik. Recht voor hem, gelegen op deze korte, steile heuvel in Melden, een slaperig kerkdorp nabij brouwerijstad Oudenaarde, lag een dramatisch slechte en smalle strook kasseien. Skibby vloekte. Daar kom ik nooit overheen, dacht hij. Eerder die week had hij ergens in een krant gelezen dat deze helling in het Belgische landschap wel de martelkamer van Vlaanderen werd genoemd. Dat hij er toen om had gegrinnikt, speet hem nu.

Skibby naderde het punt waar het asfalt plaatsmaakte voor de bolle, gladde stenen en om vaart te maken, duwde hij wat harder tegen de pedalen. Het hielp weinig. De vlucht van ruim 180 kilometer had alle sap uit zijn dunne benen geperst. Met nog tien hellingen te gaan in de Ronde van Vlaanderen van 1987 zat koploper Jesper Skibby steenkapot.

Op de ochtend van de dag van de dwangarbeid, die dat jaar op 5 april viel, was Skibby nog ontspannen geweest. Hij stond in zijn tweede profjaar dan wel voor zijn grootste koers ooit, maar de Deen was voor de duivel niet bang. Geamuseerd had het lefgozertje, dat zich in zijn Deense amateurtijd al gespecialiseerd had in het leegspuiten van brandblussers in hotelgangen en het losdraaien van deksels van zoutpotjes aan eettafels, gekeken naar de gekte in West-Vlaanderen. Op de heuvels rond finishplaats Meerbeke krioelde het de hele week van de renners. Ook Skibby en zijn ploegmaten van het Belgische Roland-Skala hadden er hun materiaal getest en verkend welk spoor over de kasseien ze die zondag het beste konden volgen. Met collega’s Brian Holm, Jacques van der Poel en John Bogers had Skibby ook regelmatig naar de lucht gekeken in de hoop antwoord te krijgen op de vraag wat voor weer de koersdag zou brengen.

Het speet hem dat routinier Hennie Kuiper, van wie hij al zoveel had opgestoken, met een knieblessure was afgehaakt, maar Skibby was blij met de kans die hij daardoor had gekregen. Doordat ook Ludwig Wijnants en kopman Johan Capiot, die bij een val in de Brabantse Pijl zijn sleutelbeen had gebroken, niet konden starten, had ploegleider Roger Swerts weinig fiducie in de kansen van zijn ploeg. Swerts zei tijdens de tactische bespreking dan ook niets anders dan dat ze zo hard mogelijk moest fietsen – Skibby had moeten lachen – en als het mogelijk was, mee te springen met een vroege ontsnapping.

Roger Swerts had toen specifiek naar Skibby gekeken. Die was drie dagen eerder nog twaalfde geworden in de Driedaagse van de Panne. Swerts gaf de aanvaller de meeste kans om de ploeg en sponsors wat tv-tijd te bezorgen. Samen hadden ze nog een keer naar de route gekeken en naar het uitzendschema van de Belgische televisie.

Lees verder in De Muur 32.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen publiceerde vijf romans, waaronder Morgen zijn we in Pamplona (2007), die vertaald is in het Duits, Frans en Engels. Zo begint het, zijn vijfde roman, verscheen in 2009. Zijn korte verhalen zijn gepubliceerd in Vrij Nederland, in literaire tijdschriften of voorgelezen bij VPRO-radio. Hij schrijft artikelen over literatuur, sport en muziek. Zijn nieuwe roman - Naar de overkant van de nacht - speelt tijdens de Vastelaovend en verschijnt op 11 november 2011. Hij is redacteur van De Revisor.

Latest posts by Jan van Mersbergen (see all)

Related Post

2 Comments

  1. M. Haanstra 29/03/2011 at 08:11 - Reply

    onvoorstelbaar dit

  2. Jake 29/03/2011 at 19:25 - Reply

    Bespaar me voortaan je verhalen als je ze niet afmaakt….

Geef een reactie