Parijs zondagochtend 23 juli 1989. Ik kan me zo voorstellen dat Laurent Fignon rustig zijn lange blonde haar staat te kammen voor een spiegel in het laatste hotel van deze Tour. Het laatste ontbijt, de laatste transfer, de laatste keer afzien. Het is een lange dag, maar in de vooravond zal hij gehuldigd worden als winnaar van deze Ronde. De zonnekoning van de Champs-Elysées. Natuurlijk, Lemond staat op ‘maar’ 50 seconden, hij heeft hem al meermalen verslagen met dat gekke stuur, maar vandaag niet! Hij mag de tijdrit winnen, hij mag dichtbij komen, maar de hoogste trede op het eindpodium is voor Laurent. Daar gaan de 24,5 kilometer en een pijnlijke balzak geen verandering in brengen.

De start, de wapperende haren en een meedogenloze Lemond. Het onvoorstelbare is gebeurd. In de laatste 24,5 kilometer van de Tour verliest Fignon 58 seconden. Acht te veel. Tranen, woede, een fluim, frustratie.

Lemond rijdt deze Tour voor het eerst met een triatlonstuur. Deze vinding had hij eerder in triatlons in Amerika gezien. Hij ging er mee trainen en concludeerde dat het van grote waarde zou kunnen zijn. Al in de eerste tijdrit houdt hij huis. Hij haalt de begenadigd tijdrijder Breukink in. Fignon is ondanks zijn intelligentie een conservatieveling. Moet niks hebben van zo’n raar stuur, en ook een aerodynamische helm doet hem niks. Uiteindelijk wordt de Tour 1989 dus beslist door het omarmen van nieuwe technieken te midden van de immer conservatieve wielercultuur.

Vanaf dan vinden er grote veranderingen in de wielersport plaats. Op het gebied van trainingen, (medische) begeleiding, techniek en alle andere randzaken. Niet in de laatste plaats doordat er steeds meer geld beschikbaar komt. De veranderingen zijn zelfs zo groot dat er nog nauwelijks van een conservatieve sport gesproken kan worden.

Denk alleen al aan het tijdritpak van Dumoulin. Ontwikkeld samen met de TU. Er is een mal gemaakt van Dumoulin om deze vervolgens in een windtunnel te zetten en steeds ietsje aan te passen tot ieder detail klopt.

Of wat te denken van het experiment van Sky vorig jaar in de Giro? Porte mocht in zijn eigen mobilehome slapen, zodat hij zo lang en zo goed mogelijk zou kunnen rusten. Marginal gains noemen ze dat tegenwoordig. Dat is heel wat anders dan de uitvinding van de derailleur, wat een ware revolutie betekende. Vandaag de dag worden etappes en klassementen beslist op de kleinste voordelen.

Sky is sowieso de ploeg die de kar trekt in vernieuwing voor de wielersport. Zij hebben dan ook wel het meeste geld, maar ze hebben ook de juiste instelling. Alles wat gedaan wordt omdat het al jaren zo gebeurt, wordt tegen het licht gehouden. Niks is te gek. Alles is bespreekbaar en wordt getest. Froome rijdt als een van de weinigen rond met een ovaal voorblad, hij rijdt als een postbode om zoveel mogelijk lucht in zijn longen te kunnen pompen en hij rijdt continu met zijn neus naar de grond gericht. Al turend naar de geleverde vermogens weet hij precies hoe hij moet rijden en lijden.
In de maanden voor de koers is alles volgens een minutieus samengesteld trainingsprogramma voorbereid. Tijdens de koers weten Froome en zijn team precies wat hij kan en dat volgt hij dan ook strikt. Laten we er vooral even bij stilstaan hoe ontzettende knap dat is. Sky en Froome halen simpelweg het maximale uit zijn kunnen. Maanden van hard werk en nooit verzaken liggen er aan te grondslag. Wiggins kon het zelfs niet meer dan één seizoen opbrengen en een gewonnen Tour opbrengen.

Het is dus enerzijds de noeste arbeid die sinds de beginjaren de basis van de prestaties van een wielrenner vormt en anderzijds de discipline tijdens de koers om niet op een aanval te reageren. Om je eigen tempo te kiezen en je concurrenten weg te zien rijden.

De afgelopen Vuelta bewees Froome de kracht hiervan. In de etappe naar Lagos de Covadonga viel Contador aan en met andere favorieten reed hij Froome op een kleine minuut. Froome stuurde op een gegeven moment zelfs zijn eveneens goed geklasseerde knecht König vooruit. Binnen no-time reed König het gat naar de favorieten dicht. De uitslag? 1. Quintana, 2. Gesink 3. Froome. Contador werd 8e op meer dan een halve minuut van Froome. En König, die zo hard dat gat dichtte? 15e op meer dan een minuut van zijn kopman.

Froome gaf hier dus les in het fietsen naar je mogelijkheden. Geen desperate aanvallen of wanhopig aanklampen totdat het elastiek breekt, maar zo hard mogelijk, zonder jezelf op te blazen, naar boven. Dit verleidde Quintana op de rustdag zelfs tot een pleidooi voor het afschaffen van wattagemeters tijdens de koers. Het zou de amusementswaarde van de koers geen goed doen. Niet geheel toevallig zou naar verwachting het afschaffen van vermogensmeters in zijn voordeel zijn, maar dat terzijde.

Vermogensmeters niet goed voor de amusementswaarde van de koers. Ik als wielerliefhebber knikte instemmend toen ik het las. Ik wil strijd, mentaliteit, goesting, grinta! Ik wil het onmogelijke mogelijk zien. Ik wil renners zien aanvallen totdat ze bijna van hun fiets vallen. Ik wil de Charly Gauls, de Frederico Bahamontes en Marco Pantini’s van deze wereld met minuten zien strooien. Ik wil de Jan Ullrichs nog een keer zien instorten. Ik wil Jan Raas nog één keer zó boos zien, dat niemand er aankomt in de massasprint. Koers is emotie, koers is het leven en niet een wetenschappelijk uitgedokterd programma om het maximaal haalbare er uit te halen.

Gelukkig zijn er nog renners juist als König en als Boasson Hagen die niet gedijen bij deze benadering, maar zij winnen ook geen Tour. In de nivellerende wielersport lijkt de Sky-methode steeds meer de standaard te worden. In een toekomst met renners die als robots rondrijden wordt een grote ronde, klassieker of welke wielerwedstrijd – gechargeerd – dan ook een invuloefening. De winst wordt bepaald door de vermogens van de kopmannen in combinatie met de teams en het tactisch inzicht van de directeur sportif. Je zou niet meer hoeven te starten, want je kunt van te voren simpel bepalen wie er gaat winnen.

Op deze manier houdt het wielrennen zichzelf in een dodelijke wurggreep. Om te winnen moet je mee, maar als we deze kant op blijven gaan, verliest het wielrennen haar bestaansrecht.

Ik zou willen dat Lemond de revolutie nooit begonnen was.

 

Arnout Tamerus

32 jaar. Woont in het wielerminnende Westland. Van huis uit boekhouder, maar stiekem zolderkamerschrijver van stukjes over wielrennen. Groot wielerfan. Ook fan van Frank Heinen. Rijdtsoms zelf een koersje.

Latest posts by Arnout Tamerus (see all)