Ook ik meende Tom Dumoulin te moeten huldigen, u weet misschien al, de meest recente winnaar van de Giro d’Italia, weliswaar zonder hierbij gebruik te maken van hoerakreten en superlatieven die men anders alleen hoort wanneer een koene, Vlaamse renner Dwars door Vlaanderen wint. Mijn doorwrochte redenering luidde als volgt: alleen middels een boycot van super, fabelachtig en Merckxiaans en alle dichte en verre verwanten (naar men zegt de antibiotica van de sportjournalistiek, door overmatig gebruik uit gemakzucht elk effect verloren), zag ik nog een kans een enigszins relevante bijdrage te kunnen leveren en ach, laten we er verder over zwijgen.

Niettemin vallen er enkele nuttige conclusies te trekken. De eerste: het behoort niet tot mijn capaciteiten om over winnaars te schrijven. Wat kun je schrijven over iemand die wint? Hij is de beste. Je kunt de mate van weergaloosheid beschrijven. Eventueel een zijweg betreden die onherroepelijk zal uitkomen op dat ene onvermijdbare punt, zijn overwinning, waaraan alles verpletterend ondergeschikt blijkt.

De laatste conclusie: in dat opzicht mag het niet echt verbazen dat ik in de alinea’s die volgen Maxime Monfort bezing.

Maxime Monfort, beste mensen, startte voor de zeventiende keer in een grote ronde en reed die voor de zeventiende keer uit. Hij eindigde één keer niet in de top 50 en ook één keer in de top 10, vergeef hem die misstappen, want Maxime Monfort sloot een grote ronde voorts altijd af tussen plaats 11 en 33, waarvan tien keer op plaats elf, dertien, veertien, vijftien of zestien.

Maxime Monfort ambieert geen podium, ook geen negende plaats, Maxime Monfort ambieert de top 15 en wanneer hij dat heeft behaald, is het prima. Maxime Monfort eindigde deze Giro op de dertiende plaats. Zonder de opgave van Kangert en Kruijswijk werd Maxime Monfort vijftiende. De dertiende plaats van Maxime Monfort is die van zelfkennis en realiteitszin.

Winnaars pogen we krampachtig te vangen met gerecycleerde superlatieven. Hoewel Maxime Monfort wel te bevatten is, lijkt hij niet te bestaan. Het is elke dag hetzelfde. Hij verliest tijd. Maar niet veel. Hij volgt en lost net voor de finale losbarst en het is prima zo. Al is dat interpretatie van onbestaande beelden. Onze drang om winnaars te eren maakt ons blind voor de schoonheid van het kleine verhaal, voor het geluk van een dertiende plaats.

Als u vindt dat het met zijn anonimiteit wel goed meevalt, dus dat ik die hier cultiveer, moet u voor de aardigheid eens tellen hoe vaak zijn naam als Maxime Montfort wordt geschreven. (ik vermeld zijn naam waar kan zodoende u dit niet overkomt) (ik sluit ook niet uit dat menigeen onder u de fout dan nog niet opmerken)

Weet u? We staan stil bij triomfen, we dromen van glorie en excelleren zullen we, als we geen manier vinden waarop, verzinnen we er wel één om onze eigen authenticiteit te beklemtonen. Een nieuwe rekenoefening: tel hoe vaak u het woord ‘succes’ tegenkomt in een magazine of krant. Succes!

Wat ik eigenlijk wil zeggen: hoezeer ik de mens Tom Dumoulin – voor zover ik daar zicht op heb natuurlijk – ook kan waarderen, ik vrees voor zijn lot. De winnaar Tom Dumoulin zal die almaar verdringen en zal zelf verzwolgen worden door de massa. De verwachtingen groeien tot ze niet meer overtroffen kunnen worden en dan slaat het ongeluk toe, nu ja ongeluk. Tom Dumoulin wordt derde in de Tour, slechts derde schrijven de kranten, ook hij is ontgoocheld, hij kwam om te winnen, ofschoon vergeten wordt dat een derde plaats in de Tour nog altijd bewonderenswaardig blijft en dat hij er ooit alleen maar van kon dromen. Maxime Monfort daarentegen kent het geluk niet de geldingsdrang te bezitten per se de beste te willen zijn, ooit droomde hij ook van Tourpodia en Girobekers, nu kan hij lachen om die roekeloosheid.

Een uitstekend renner wil Maxime Monfort zijn. Maar de beste? Waar zit de toegevoegde waarde? Denkt u dat Tom Dumoulin gelukkiger zal zijn dan voorheen? Waarom harder, beter en meer als het zo prima is? Ik kan de kritiek voorspellen. Een oproep tot middelmaat, luister er niet naar! Ik weet niet of niet voor je vak leven te rijmen valt met jaar na jaar, als het moet tot twee keer toe, top 16 te rijden in een wielerronde van drie weken. (ik weet het wel)

Maxime Monfort voert al jaren een pleidooi tegen zelfoverschatting en voor gemoedsrust. Maxime Monfort zegt: iedere vorm van inzet, hoe ingetogen ook, is van waarde. De dag dat iedereen zijn naam juist schrijft, stopt hij met wielrennen.

Oh en ik begrijp de opwelling, maar noem Maxime Monfort geen held. Die zijn er al genoeg.

Matthias Vangenechten

Matthias Vangenechten (geboren in het jaar dat Rebellin zijn eerste profwedstrijd reed en ook op de dag dat Eddy Merckx het levenslicht zag) gelooft dat ironie en twijfel het bestaansrecht van wielrennen zijn, al is hij daar niet zeker van. Er lag een grootse carrière voor hem in het verschiet als sportjournalist, maar gelukkig herwon hij tijdig zijn zelfrespect en gaat hij nu door het leven als zelfverklaarde manager van Gianni Wespelaer.

Latest posts by Matthias Vangenechten (see all)