Een dag van Vlamingen

By |maandag 2 april 2018|

Mijn dag van de Ronde van Vlaanderen ziet er onveranderlijker uit dan de Ronde van Vlaanderen zelf in de loop van de jaren. Vlak voor de rechtstreekse uitzending begint, herbekijk ik de samenvattingen van vorige edities. Wat wil zeggen: ik sta om 07u00 op voor verslagen en nabeschouwingen die ik na al die jaren kan nabouwen, zodat ik klaar ben om 09u30 wanneer het college Proto-Indo-Europees van gastdocent Eddy Planckaert start.

Dat was ooit anders. Toen Sporza de rechtstreekse uitzending nog aanving met het ontbijt van Tom Boonen, stond ik om 03u30 op en was ik een keer te laat omdat het nachtplasje van Tom Boonen net live werd becommentarieerd, waarbij dokter Yvan Vanmol in het holst van de nacht 800.000 kijkers diende gerust te stellen dat dit het gebruikelijke procedé is, niets zorgwekkends. Boonen kwam er in die Ronde overigens niet aan te pas.

Ik begin traditiegetrouw terug te kijken vanaf 2011 en ga verder in de tijd tot en met 1998. Het zijn de Rondes uit mijn kinder- en adolescentiejaren, de Rondes op het oude parcours. Het is niet zozeer wie demarreert, wie faalt en wie wint dat me interesseert, temeer poog ik mijn kinderjaren opnieuw te ervaren; hoe keek ik destijds naar bepaalde renners en wedstrijdsituaties en hoezeer contrasteert dit met hoe ik nu naar wielrennen kijk?

Oh, wat leefde ik mee met Leif Hoste die tweede werd, Leif Hoste die tweede werd en Leif Hoste die tweede werd, me nooit de vraag stellend hoe een in feite middelmatige renner als Hoste telkens op de dag van de Ronde van Vlaanderen kasseien deed wijken. Ik weet ook wel: Hoste was niet alleen. Bruylandts, Ballan, Klier, Hincapie, Paolini, zij stonden ook allemaal op het podium van de Ronde. Dan zwijg ik nog over de jaren voor Hoste en al die anderen die de dans ontsprongen, en dan spreken we over nagenoeg alle eersten, tweeden en derden. Behalve Tom Boonen natuurlijk en Stijn Devolder.

En Devolder transporteert mijn gedachten weer naar het heden: kasseien, renners geboetseerd door Stijn Streuvels en Eddy Planckaert. Het is net halftien wanneer die laatste tot spreken komt en hij heeft voorwaar goed nieuws: alle Belgen gaan winnen, maar dat ze toch maar oppassen voor Sagan, geen normale kerel. Zoals het een deskundige wieleranalist betaamt, beschikt Eddy Planckaert over heel wat inside informatie.

De voorbeschouwing lijkt van op afstand over niets te gaan, maar dat is een vergissing. Neem nu de startinterviews. Maarten Vangramberen, behoeder van het Belgische gastronomische erfgoed, durft te variëren in zijn oeuvre en vraagt aan renners of ze al chocolade hebben gegeten. Het was gisteren Pasen, vandaar. Voor de geïnteresseerden, er zijn drie mogelijke antwoorden. 1. Nee. (lachje) 2. Ja, heb je iets tegen de buikpijn? 3. De benen zijn goed, maar we gaan zien hoe de race verloopt, het weer zal ook een bepalende factor spelen en pech heb je niet in de hand. (verschuilt zich achter een goudkleurige zonnebril waarmee je het gat in de ozonlaag kunt bedekken)

Op basis hiervan zijn Karl Vannieuwkerke, Eddy Planckaert en Sven Nys weer vertrokken. Nys is als ex-veldrijder de geknipte wieleranalist. Hij weet als geen ander hoe hij met ernst en deskundigheid banaliteiten tot kwesties van staatsbelang kan verheffen. En ja, het werkt. Ik luister hoe ze vertellen dat de trilling in de stem en het korte antwoord verraden dat hij bloednerveus is. Zou hij niet gerust zijn? Dat hij chocolade heeft gegeten, betekent dat hij een hogere bandenspanning nodig heeft, want extra gewicht. En het weer, maar weer naar het startpodium.

Daar oogt Philippe Gilbert zo relaxed dat de verstudiobrusselisering van de koers hem niets doet: terwijl hij op de tonen van Les Lacs du Connemara staat te zwaaien, zetten naast hem ploegmaats de voeten stevig op hun pedalen om niet door de grond te zakken. Voor volgend jaar voorspel ik bij wijze van hilarische grap dat een DJ de communicatie overneemt in de ploegwagens en in de oortjes haha – ik heb nu al buikpijn van het lachen – gekke dingen sommeert en dan zie je plots een renner een wheelie doen op de Oude Kwaremont of een waterdrager de Ronde winnen omdat men hem dat toeriep in zijn oortjes, alles voor de beleving en het spektakel, nietwaar?

In zijn glazen huis kondigt Vannieuwkerke nooit zonder ingehouden trots aan dat er ook vrouwenwielrennen is. Ik verdenk hem ervan dat hij denkt dat hij heeft ontdekt dat vrouwen kunnen fietsen en ik sluit niet uit dat dit ook klopt in een gebied zo ver als de schaduw van de VRT-toren reikt.

Maar het maakt niet uit. De voorbeschouwing is een begin van een lang wachten. Het wachten op de eerste Spanjaard die opgeeft, het wachten op het startschot, het wachten op de eerste keer Renaat, het wachten op de eerste val van Sep, het wachten op de eerste aanval van Brian Van Goethem, het wachten op de eerste semifavoriet die uit een gracht wordt getakeld, het wachten op de Vlaming die wint, het wachten op de reacties van de sloot Vlaamse renners die altijd hadden moeten winnen en het wachten op het vooruitkijken naar Parijs-Roubaix: dan is het nog maar twee weken tot Luik-Bastenaken-Luik.

Maar dat wil niet zeggen dat er onderweg niets te beleven valt, oh nee, denk dat niet. De grootste troef van het nieuwe parcours is de passage door Zele en omstreken. Daar woont Greg Van Avermaet en José De Cauwer kent Greg Van Avermaet beter dan José De Cauwer, om maar te zeggen. (niet helemaal waar: Van Avermaet woont tegenwoordig in Dendermonde, weet ik van José)

Hier achter de kerk links heeft Greg nog lang gewoond. In dat donker huis met rommelige kelder en goed verlichte keuken. En daar heeft een kleuterjuf van Greg gewoond, maar die is nu verhuisd naar Wachtebeke. En weet je ook waarom José? Een lang verhaal, maar het komt erop neer dat Zele voor haar te klein werd. Zoiets zou Greg nooit doen. Greg blijft Greg. Maar is hij niet in Dendermonde gaan wonen? Je kunt dat bezwaarlijk een stap hogerop noemen, hé Michel. En hier, rechts. Herken je dat huis? De vingers van José wijzen bliksemsnel over het scherm, alleen zichtbaar voor Michel die kennelijk niet helemaal mee is. José kan de verongelijktheid in zijn stem niet onderdrukken. Herken je het huis van de beste kameraad van Greg in de lagere school niet?

José De Cauwer jast er de hele stamboom van de Van Avermaets door, doktert uit welke genen Greg van welke voorvader heeft gekregen en berekent op basis daarvan dat Van Avermaet zeker één keer in zijn leven de Ronde van Vlaanderen moet winnen. Maar vervolgens zijn ze op grondgebied Berlare en dan houdt het onherroepelijk op. Dat is iets helemaal anders dan Zele. Zoals Hamme niet Zogge is.

Er heeft zich inmiddels een kopgroep gevormd. Ik kijk op: nog 195 kilometer. Ik kijk weer op: nog 195 kilometer. Vanaf nu lijkt de koers almaar trager voorbij te gaan, schijnbaar over altijd dezelfde wegen en op den duur over altijd dezelfde wegen. Aan dit tempo bent u overmorgen nog aan deze column bezig. Weet u wat? We zien elkaar aan de aankomst. Ik doe het voor u.

Ik heb me gepositioneerd in het opvangtehuis voor onbegrepen leed en verzamelde tegenspoed dat na de aankomst van elke wielerwedstrijd over kasseien gerund wordt door Karl Vannieuwkerke. Er staan twee stoelen. De eerste is standaard voor Sep Vanmarcke, de tweede voor wanneer Sep door zijn stoel zou zakken.

Aan Eddy Planckaert en Sven Nys de ontzaglijke taak te duiden waarom alle Vlamingen die vooraf op briljante wijze zouden winnen, Yves Lampaert zelfs op zijn Devolders, alsnog niet gewonnen hebben, zonder afbreuk te doen aan hun analyses voorafgaand, om meteen de gelegenheidswielerliefhebber gerust te stellen dat er volgend jaar echt een Vlaming wint. Nu was het een ‘slimme Ollander’ en vorig jaar een ‘slimme Waal’. (Ik moet eerlijk zijn: die doorwrochte analyse komt niet van mij, alle credits zijn voor Eddy Planckaert. Dat is het verschil tussen iemand die miserabele ongelezen stukjes schrijft en een topanalist.)

Ik wist het niet, maar de gelegenheidswielerliefhebber schijnt te moeten worden gepaaid met landgenoten die succesvol zijn, anders vindt die het maar stom. Oh zaligheid is er sinds dit jaar Wout van Aert. Overal waar Wout van Aert rijdt, doet hij dat voor de eerste maal. En schept hij voldoende verwachtingen om Vlaamse wielerjournalisten te doen knielen, niet dat dit zozeer een kunst is.

Eerste poging, tweede poging, derde poging, Vannieuwkerke krijgt Wout van Aert niet bewogen tot een forse vreugdekreet, het hoeft zelfs geen songtekst te zijn. Hij moet toch een beetje opgetogen zijn? Negende in zijn eerste Ronde van Vlaanderen. Afgelopen winter was Van Aert tweede in de Azencross, de Scheldecross en de Flandriencross. Moet u weten, Wout van Aert is veldrijder. Die heeft alles al meegemaakt.

Het zou me sieren om ook nog stil te staan bij een Nederlander. Welnu, als ik aan Floris Gerts denk, dan denk ik aan talent. Ondanks gisteren. Floris Gerts in beeld wanneer hij genadeloos werd gelost uit de kopgroep op de eerste passage van de Oude Kwaremont, Floris Gerts in beeld wanneer hij zichtbaar uitgeput en ontdaan werd ingehaald door het peloton, Floris Gerts in beeld wanneer hij loste uit het peloton. Het scheen in beeld gebracht met het oog op hetzelfde leedvermaak als waarop reality-tv teert. Michel en José vroegen zich hardop af of het nu voorbij is met zijn carrière. Ik keek even weg. Het zou in dat opzicht zonde zijn dat u niet de achtergrond meekrijgt dat Gerts moeilijk kon ademen door een blessure.

Om met een valse noot te eindigen: ik heb naar een koers gekeken, maar vraag me niet welke koers. De Ronde van Vlaanderen van nu is een potje ongeduld dat enkele uren pruttelt, plots blijkt dat potje leeg op de laatste en vraag me niet hoeveelste passage over de Oude Kwaremont en dan moet je het de laatste 15 kilometer maar zien te redden tegen beter in wachtend op een climax.

Dan zit de spanningsboog van godbetert Milaan-San Remo beter in elkaar.

Matthias Vangenechten

Matthias Vangenechten (geboren in het jaar dat Rebellin zijn eerste profwedstrijd reed en ook op de dag dat Eddy Merckx het levenslicht zag) gelooft dat ironie en twijfel het bestaansrecht van wielrennen zijn, al is hij daar niet zeker van. Er lag een grootse carrière voor hem in het verschiet als sportjournalist, maar gelukkig herwon hij tijdig zijn zelfrespect en schrijft hij nu obscure blogs vol. Matthias kent nog altijd alle Nederlandse Girowinnaars uit het hoofd.

Related Post

Geef een reactie