Een middelmatige column over een middelmatige koers

By |maandag 16 april 2018|

Het valt niet mee om een middelmatige column te schrijven, mocht ik nu niet anders gewend zijn.

Maar het idee om een middelmatige column te schrijven naar analogie met de Amstel Gold Race klonk zonder er verder over na te denken wel prettig,

Opgelet, een middelmatige column schrijven is minder evident dan het lijkt. Het vergt moed om niet boven jezelf uit te stijgen, zuinig om te springen met geniale ingevingen en spontaan opborrelende metaforen de kop in te drukken. Ik zal mezelf constant moeten intomen om geen onuitwisbare indruk na te laten. Dus verwacht hier geen literaire schranderheden, knappe filosofische inzichten die de koers met het leven verbinden of opsommingen die u aan het lachen brengen. Komt u die toch tegen? Mijn excuses, niemand is perfect.

Overschouwen we samen even de situatie in de Amstel Gold Race. Nog 35 kilometer. Daar waar in de Ronde van Vlaanderen op dat moment alleen nog aan het eind moet gesprint worden voor de elfde plaats en in Parijs-Roubaix de beslissende demarrage in de editie van volgend jaar dichter bij het heden ligt dan die in de huidige editie, groeit in de Amstel Gold Race het besef dat de finale zich nog dit kalenderjaar zal voltrekken.

Tot dan rest ons de tijd om uit te weiden over de kunst van het middelmatige columns schrijven en populaire misvattingen te weerleggen: het schrijven van middelmatige columns vormt geen vrijbrief voor rommelig taalgebruik en clichés die zelfs een wieleranalist niet uit zijn bek krijgt gewrongen. Kortom deze column is een heikele evenwichtsoefening waarmee ik u verder niet te dikwijls zal lastigvallen.

Althans: waarom wordt middelmatig veeleer geassocieerd met erbarmelijk, lamentabel en slecht dan met goed? Soms lukken dingen, soms mislukken dingen, gewoonlijk worden de dingen voltooid, zijn ze niet uitzonderlijk, maar kan het ermee door. Neem nu deze column, misschien beleeft u er plezier aan ondanks de matig originele inzichten, vindt u hem niet onprettig ondanks de weinig vernuftige zinsconstructies, maar of u dit zult toegeven wetende dat u een middelmatige column aan het lezen bent?

Ik kijk even voor u naar het verloop in de Amstel Gold Race. Kopgroep, peloton, men rijdt richting de Keutenberg. De volgende plaats waar het dan maar moet gebeuren.

Komt dat goed uit, ik ben nog niet klaar. Onrealistische verwachtingspatronen, keuzestress, burn-out, prestatiedruk, ambitiezucht, efficiëntie, faalangst, succes als maatstaf, u kent de woorden, u leest de krant ook, want verwacht wordt dat u van alles op de hoogte bent. De termen komen niet uit de sportkaternen, maar uit stukken die de nietige levens beschrijven van ons, hedendaagse westerlingen.

Als schrijver van middelmatige columns adviseer ik daarom meer middelmatigheid. Renners deden voorheen dromen, nu dienen ze ter imitatie. U ziet het aan de lieden die de Ventoux bedwingen, u merkt het misschien aan de gejaagdheid in uw omgeving waar excelleren, zoveel mogelijk doelen nastreven en het zelf geconstrueerde lot beklagen de heilige norm wordt.

Nu onze maatschappij almaar meer topsport wordt, schijnt het mij als schrijver van middelmatige columns de logica zelve dat topsport eigentijdse hiaten vult en de omgekeerde beweging maakt. Een middelmatige redeneertrant, in het licht van zijn opzet het beste wat deze column kon overkomen.

Zo zie ik voor mij hoe na de Amstel Gold Race, de middelmatige koers, alle nieuwssites, voorpagina’s en sociale media de nummer 79 in de uitslag huldigen. Hoe de winnaar door toeval en veelsoortige omstandigheden de nummer 1 in de uitslag is en niet meer dan dat en wielerjournalisten zich niet op hem, maar op de nummer 79 storten zoals alleen wielerjournalisten dat kunnen, om een ademtocht van hem op te vangen. Hoe ze zijn reactie optekenen en in het vet zijn meest beklijvende uitspraak koppen:

‘KON BETER, KON SLECHTER’

Gesteld dat de nummer 79 Alexandr Riabushenko is, (de koers is nog bezig terwijl ik dit schrijf, dus ik kan dat niet weten) zou hij dit zeggen: ‘Ik heb er niet echt een gevoel bij. Kon beter, kon slechter. Ik ben achter een pak renners geëindigd, maar heb er ook een aantal achter mij gelaten, over de opgevers nog gezwegen. Had je me vooraf gezegd dat ik 79ste zou eindigen, had ik gezegd: oké.’

‘Op de Kruisberg moest ik voor de eerste maal lossen. Vervolgens moest ik nog eens lossen en aan het eind liet ik het een beetje lopen en dan kwam ik een groep terecht, daar heb ik nog wat gekeuveld met collega’s. Sommigen zijn echt toe aan vakantie. Was ik gelukkiger geweest mocht ik in mijn eentje 37ste zijn geworden? Ik denk het niet. Nu heb ik eigenlijk een prima namiddag gehad.’

En dat dit verhaal breedvoerig wordt uitgesponnen alsof de nummer 79 de winnaar betreft en dat de winnaar gewoon in de uitslag figureert als de nummer 79. Dat zijn verhaal het wedstrijdverhaal is. Ja, dat zou…

Ik moet mezelf onderbreken. Er is een aanval. De renners zijn in de buurt van de Cauberg. (ook de humor is middelmatig te noemen) Het peloton scheurt na ongeveer 240 kilometer koers vroeger dan gewoonlijk in stukken. Er gebeurt meer dan wat. Demarrages, schijnaanvallen en Valverde. De finale is beklijvend, de cast superbe en het decor attractief, kortom een halfuur deugdelijk amusement.

Maar verklaar dan, waarom schrijf je geen uitstekende column over een uitstekende koers?

Waar ik tijdens de Ronde van Vlaanderen om 14u30 al tussen mijn kader hang, veelal uit kinderlijke opwinding en door mijn grootscheepse verwachtingen, begon ik op dat uur gisteren aan een weekendkrant, las die gezwind uit, nam de tijd om buiten even te lummelen, bedacht het concept van deze column (ik verklap niets), ging naar binnen en zonder met het gevoel achter te blijven iets te hebben gemist, zat ik niet geheel tegen mijn zin de laatste 35 kilometer uit.

Wat wil je dan zeggen? Zit je nu lekker populistisch na te bouwen dat de Amstel Gold Race in tegenstelling tot de vertoningen waarbij renners het vroegmiddeleeuwse stof van zich afschudden spektakel mist? Nu goed, het zou de middelmatigheid van mijn column ten goede komen, maar ik ken ook eergevoel en dit heb ik er niet voor over. (ik zei het al: bij het schrijven van een middelmatige column schuilt er achter elke hoek een valstrik)

Wat ik wil zeggen: de Amstel Gold Race mist een eigen gelaat. Het is de Ronde van Vlaanderen minus de kasseien (godzijdank) en leent top 10 van Luik-Bastenaken-Luik. De Amstel Gold Race zou een wonderlijke Touretappe zijn geweest, maar geprangd tussen monumenten die ontzag inboezemen als Parijs-Roubaix en Luik-Bastenaken-Luik met een deelnemersveld dat beide koersen overtroeft, verwacht je een grandioos epos met een dito beleving.

En hier bezondig ik, adviseur van meer middelmatigheid (herinner u), me aan hetgeen ik heb aangeklaagd, van een middelmatige column gesproken. Ook ik schijn alles te willen. Een beklijvend laatste halfuur is niet voldoende. Zie ik dan niet dat de Amstel Gold Race niet gewoon een middelmatige koers is, maar een pleidooi voor middelmatigheid?

Wie zich verzoent met de Amstel Gold Race, verzoent zich met middelmatigheid en het leven. (alsnog de koers met het leven verbonden: check) De Amstel Gold Race is geen koers waarvoor je je de hele zondag verstopt in een donker hoekje, elk sociaal contact mijdend. De Amstel Gold Race is een koers om tussendoor even mee te pikken, in weerwil van cast, parcours en erelijst. Wie dat inziet, heeft zich prima vermaakt. En misschien is dat al veel voor een koers met de naam van een zeilwedstrijd.

Matthias Vangenechten

Matthias Vangenechten (geboren in het jaar dat Rebellin zijn eerste profwedstrijd reed en ook op de dag dat Eddy Merckx het levenslicht zag) gelooft dat ironie en twijfel het bestaansrecht van wielrennen zijn, al is hij daar niet zeker van. Er lag een grootse carrière voor hem in het verschiet als sportjournalist, maar gelukkig herwon hij tijdig zijn zelfrespect en schrijft hij nu obscure blogs vol. Matthias kent nog altijd alle Nederlandse Girowinnaars uit het hoofd.

Related Post

Geef een reactie