Zijn lichaam voelde als een lang en heftig feest dat door de dag die er teveel aan was ten einde was gekomen. Een lichtblauwe brigade, als een oom met een slechte dronk, had het allemaal verstierd. Scherven op de vloer, restanten van de kapotgeslagen droom waarin zovelen met steeds meer overtuiging waren gaan geloven. Een worst-case scenario dat met de blik van achteraf als logisch werd omlijst.

De weg was leeg, heel even had hij ze nog zien rijden. Een flits van valse hoop, totdat hij het moede hoofd had moeten buigen. Gewogen, en zonder schande nog net te licht bevonden. De koek was op. Wat restte was het zwarte brood dat voor hem op de tafel werd geschoven. Kokhalzend, met tegenzin en tot de laatste kruimel. Zelfs de troostprijzen sijpelden hem als zand door de handen. Niets was hem gegund.

Zelfs geen pleister op de vers geslagen wonde.

Tergend langzaam kroop hij voort. Niet meer dan de huls van de kogel die eerder zo indrukwekkend door het Spaanse land had gestoven. Hij had ze geraakt, vernederd, maar geen genadeschot gegeven. Ze hadden zich weer opgericht en keihard teruggeslagen.

De jager lag verslagen op de grond.

De hemel boven de bergen was helderblauw, maar in zijn hoofd daalde de mist die hem belette te beseffen wat er met hem was gebeurd. De straat liep vol met mensen op zoek naar een verklaring.

Op, moe, een dag te lang, doodzonde, laat me alstublieft maar gaan.

Moeizaam stond hij op, overzag de schade, sloot de gordijnen en ging naar bed. In de verte hoorde hij flarden van het feest dat zich verplaatst had naar een ander middelpunt in rood. Hij kon niet anders dan het te accepteren. Morgen, na een doorwaakte nacht vol duistere dromen, zou hij de balans opmaken. De bezem door het huis en dan weer verder gaan. Net als na dat andere feest dat zo anders was gelopen dan gehoopt. Vasthouden moest hij zich. Aan zijn vermogen te kunnen incasseren. Aan zijn lichaam dat hem zo ver had gebracht. Zijn optreden dat even indrukwekkend als hoopgevend was.

Vol trots terugkijken op het feest dat zo ruw kapotgeslagen, uiteindelijk mooi en onvergetelijk was.

Joost-Jan Kool

Joost-Jan Kool (1977) uit Lexmond houdt van de koers. Zowel actief als passief. Passief, languit op de bank of springend voor diezelfde bank (afhankelijk van koersverloop) en actief door het rijden van criteriums. Dat laatste valt niet mee door gebrek aan voldoende tijd en vooral talent. Desondanks toch verzot op de foute muziek, de geur van massageolie en de sterke verhalen die de koers maken wat het is. Schrijven over wielrennen is overigens een prima alternatief. Grote droom is het winnen van ‘zijn’ Ronde van Lexmond. Is realistisch genoeg om te beseffen dat dromen vaak bedrog zijn.
Joost-Jan Kool

Latest posts by Joost-Jan Kool (see all)