Een tegel voor WW108

By |dinsdag 12 mei 2015|

Het stond er echt. Op de Markt van Middelburg was een monument van ongekookte pasta opgetrokken. Ter bewieroking van de Giro d’Italia en een van haar grootste campionissimi. Tegen een blinde muur van triplex. Dit was Zeeuwse kunst met een Italiaans sausje – tegelijkertijd camoufleerde het de ruïne van een failliete horecagelegenheid. De letters en cijfers in het kunstwerk waren met groene en rode pastasoorten in elkaar gevlochten. Eromheen kilo’s blanke rigatoni, om het geheel op te vullen. Van een afstand waren twee rennerssilhouetten te zien, met ertussen zinnen die niet loodrecht onder elkaar stonden:

FAUSTO COPPI

1919 – 1960

GIRO ‘D
ITALIA
2010

Vanaf het pasta-kunstwerk op de Markt was het maar een klein stuk lopen naar de finishstraat van de eerste maandagetappe van de Ronde van Italië 2010.
Via winkelstraat Lange Delft en het Damplein kwam men op de Dam: een ansichtkaartwaardige straat met een jachthaven en monumentale huizen, waar vlaggen uit vensters hingen; in Middelburg werd voor één dag een groot wielerfeest gevierd, met een strakblauwe hemel als plafond, en Italiaanse en roze vlaggen als versiering, door de hele binnenstad opgehangen.

De aankomststreep lag aan het begin van de Dam. In het parkje pal naast de streep had de organisatie het huldigingspodium uitgestald. Het gevaarte stond in de schaduw van metershoge lindebomen.
Ik liep door tot ik op ongeveer 150 meter van de aankomststreep stond.
Omdat de Dam voorzichtig afbuigt, kon ik de finishboog net niet zien, maar ik ontweek zo wel enigszins de drukte. De onderarmen rustten in ieder geval op het hekwerk en niet op iemands rug. Bovendien had ik uitstekend zicht op de brug over de jachthaven, die de Rouaansekaai (het een na laatste rechte stuk) met de Dam verbindt.

Het Grote Roze Peloton was ‘s ochtends uit Utrecht vertrokken, door de Zeeuwse staafmixer – een assemblage van de elementen wind en dijken – gegooid en reed nu in brokken door Middelburg.
Een Zeeuw heeft op de fiets altijd tegenwind, dus moeten de coureurs er ook maar eens aan geloven, leek koersdirecteur Zomegnan te bedoelen.
Ook waren een aantal renners gevallen bij het oprijden van de boulevard van Vlissingen. Wie, was niet duidelijk.
Wel duidelijk, het landingskussen: kiezelstenen, venijnig in beton gegoten en omsloten door stenen bielzen. Ze lagen naast de geasfalteerde weg, als kind bezeerde je je lelijk wanneer je er te enthousiast overheen huppelde.
Ai.
Het leverde vast een horrorscenario op – bovendien zou er maar een klein peloton afsprinten.

Ik keek naar links, over de jachthaven, naar de brug. In de verte kwamen de eersten. De groep was niet heel groot. Rechts van me stonden twee donkerharige, gebruinde vrouwen. Ze leken zo uit een Dr. Oetker-reclame voor pizza’s te zijn gewandeld. In hun beste Italiaans hadden ze de jackpot uit de reclamekaravaan weten los te peuteren: zakjes Italiaanse koffiepoeder. Het hoogtepunt van de dag, want voor hen was de naam Bauke Mollema abracadabra.
Het eerste peloton vloog door de laatste bocht, ik meende achter de brullende motoren een oranje shirt te zien. Een van de Dr.Oetker-vrouwen nam foto’s.
Klik.
Ongeveer dertig man waren nog bij elkaar. Renners van Quickstep, HTC-Columbia en Rabobank reden op kop van het peloton.
Klik.
Alexander Vinokourov, duidelijk te herkennen, zat in elk geval voorin.
Klik.
Met een enorme vaart schoten ze voorbij. De draaiende wielen veroorzaakten een briesje.
Klik.
Ik draaide naar rechts en hoopte nog een bekend rugnummer te ontwaren.
Klik.
De finishstraat was weer leeg.

Terwijl de laatste renners van het eerste peloton uit het zicht verdwenen, en er naast me nog driftig foto’s werden gemaakt, klonk vanuit de richting van de aankomstlijn een schreeuw. Of het een schreeuw van blijdschap, van bittere teleurstelling of grievende pijn was, kon ik met mijn beperkte gehoor niet plaatsen. Wie de oerkreet slaakte, hoorde ik ook niet. In de verte klonk het bekende stemgeluid van de speaker, maar slechts flarden waren duidelijk te verstaan. Om mij heen ook verwarring; wie had er nou gewonnen? Die Rabo-jongen? Wie was dat eigenlijk? Of was er nog iemand uit de tweede lijn zo sterk geweest een jump te plaatsen?
Ik keek weer naar links. De tweede groep reed over het bruggetje.
Rozetruidrager Evans was op komst – staand op de pedalen, de neus bijna op het stuur, met in zijn kielzog debutant Mollema en Tyler Farrar.
Cadel ging tijd verliezen op de concurrenten.
Ik besloot alvast terug te lopen, om de prijsuitreiking te kunnen meemaken. Al lopende, reed een derde groep renners voorbij. Bijna de hele Sky-ploeg kwam op achterstand binnen.

Terwijl ik me door de mensenmenigte probeerde te wurmen, zag ik Wouter Weylandt uit de lichtgevende coulissen komen. Roze papiersnippers fladderden door de lucht, gejuich steeg op uit de menigte, Weylandts rechterwijsvinger priemde in de lucht. De Belg was dus de winnaar. Onder de rood-wit-blauwe Quickstep-pet verscheen een grijns van oor tot oor.
Ik staarde naar de gelukkigste man in Middelburg op dat moment.
Burgemeester van Middelburg Koos Schouwenaar – hij had voor de gelegenheid een rood-wit-groene stropdas omgedaan – drukte enthousiast een pluchen roze stier in de handen van Weylandt. De rondemiss stond al klaar met een grote fles champagne.
Vermoedelijk hadden slechts weinigen hem opgeschreven als winnaar van de eerste maandagetappe van de 93e Ronde van Italië. Men verwachtte immers Robbie McEwen als eerste over de Middelburgse meet.
Of Tyler Farrar.
Of André Greipel, hoewel de Duitser destijds nog niet in iedere Tourtoto opgenomen werd.
Het werd Wouter Weylandt.

Hoezeer ik ook m’n best deed, ik kon door de drukte nauwelijks blijven staan. Het leek alsof iedereen over die ene smalle stoep – die goed uitzicht op de ceremonie bood – wilde lopen; men leek op weg naar huis, of juist naar de Markt, waar de band Racoon later de dag zou afsluiten. Tussen de bewegende hoofden door kon ik de podiumtaferelen zien.
Commissaris van de Koningin Karla Peijs feliciteerde Alexander Vinokourov, de nieuwe drager van het maglia rosa. Wederom werd een lading papiersnippers de lucht in geschoten.
Burgemeester Schouwenaar stond erbij.
Drie lachende gezichten.
De burgemeester overhandigde de jongerentrui aan Richie Porte, daarna ondergingen Graeme Brown (punten) en Paul Voss (bergklassement) hetzelfde ritueel. Ondertussen druppelden de laatste renners binnen.
Aan hun heupen en knieën te zien hadden ze kennisgemaakt met het Walcherse wegdek.

Ongeveer zes uur nadat het verbrokkelde peloton Zeeland was binnengereden, stond de Markt vol met hossende mensen – een smeltkroes van wielerkenners, sportliefhebbers, muziekliefhebbers, toerfietsers, dagjesmensen, reclamekaravaanprullaria-jagers en ik-ben-altijd-in-voor-een-feestje-figuren. De spreekstalmeester kondigde op het grote podium Racoon aan, in Algemeen Beschaafd Zeeuws.
‘Dames en eer’n, heef Racoon ‘n heweldih applausj!’
Terwijl Racoon de eerste akkoorden inzette, werden in diverse hotels waarschijnlijk restjes Zeeuws asfalt van gebutste rennerslichamen gepulkt, en verwerkte Cadel Evans met lange tanden een baal spaghetti en het opgelopen tijdverlies.
De Giro-karavaan echter was op weg naar Savigliano, hun koers kwam eindelijk thuis. En hier, in Middelburg, stond nog altijd dat pasta-kunstwerk ter nagedachtenis aan Fausto Coppi fier overeind.

Wanneer weet ik niet, maar de eerstvolgende keer dat ik over de Markt liep, was het monument van Coppi verdwenen. Inmiddels werd op de Dam een aankomstlijn van Belgisch hardsteen en een herinneringstegel aangelegd.
Verder veranderde er weinig. De metershoge bomen, die eerder het huldigingspodium van de Giro uit de zon hielden, zouden voor beschutting van de tegel zorgen. Aan de overkant van de straat at men op dinsdag nog steeds goedkoop mosselen. Iets verderop keek een standbeeld van Koningin Emma sinds mensenheugenis uit over het Damplein.

Een maand na de onthulling van de finishlijn en de tegel was Middelburg in alle sportjournaals te zien.

Op de Dam werd opnieuw een gedenksteen aangelegd, nu ter nagedachtenis aan Wouter Weylandt. Een grijze plaquette, met daarop zijn naam, zijn geboortedatum, dat hij in Middelburg won, en een korte beschrijving van de noodlottige Giro-etappe een jaar later.

Het is een monument dat de Giro-etappe en haar winnaar zal blijven gedenken. Een herinnering aan WW108. Rustend op kleigrond, ter hoogte van de eindstreep van die bewuste maandagmiddagetappe, in de schoot van een klein park naast de Dam van Middelburg.

Foto: Ester Telepary

Foto: Ester Telepary

Randy Bloks

Randy Bloks (1985) is sportgek met een grote passie voor wielrennen. Schrijft en leest graag. Heeft alle continenten bezocht en vond op de Seychellen de ultieme droom van Joaquim Rodrìguez: een paradijselijke côte met stijgingspercentages tussen de 30 en 35 procent. Onderzocht tijdens zijn studie communicatie het fietsgedrag van de gemiddelde Nederlander. Voor zijn afstudeerpresentatie gebruikte hij de top tien smoesjes om niet te fietsen en het treinschandaal van de Tour van 1904. Blogt over andere zaken op randyblogs.nl. Zijn mooiste wielerrelikwie: een Domo-Farm Frites-petje, gekregen van Johan Museeuw.

Latest posts by Randy Bloks (see all)

Related Post

Geef een reactie