En ineens was het klaar. Een Tour die tweeënhalve week lang als een meesterlijke symfonie naar een ontzagwekkend crescendo toewerkte, werd door de weergoden van een ultiem hoogtepunt beroofd. Nachtkaars, anticlimax, voor het zingen de kerk uit.

De dag begon al in mineur. Het enigma Thibaut Pinot moest met een mysterieus kwetsuur plotseling de strijd staken. De koning van de Pyreneeën werd de schlemiel van de Alpen. Zoals het een beroepswielrenner betaamt, probeerde hij het nog wel. Niet die auto in! Niet die auto in! De tranen dropen over zijn wangen en spatten, tegelijkertijd met die ene droom, uiteen op de bovenbuis van zijn fiets. Pinot moest toch de auto in en we jankten allemaal met hem mee.

Op weg naar het dak van de Tour, leek het verhaal van de wedstrijd zich vervolgens als een goede thriller te ontvouwen. Die andere Franse hoop trok zijn gezicht in duizend plooien en Alaphilippe kraakte. De Nederlandse hoop viel aan, maar werd gepareerd door een Colombiaan die zo jong is dat hij Pantani nooit heeft zien fietsen.

Op de top van de Iseran lag er een oscarwaardig scenario klaar om alleen nog maar verfilmd te worden. Een lange, moeilijke afdaling, waar de renners zich als gekken instortten, een lastig tussenstuk met wind op de kop, een explosieve slotklim naar Tignes en nog zo’n slopende dag in de Alpen in het verschiet. En ineens was het klaar.

Moeder natuur liet zich in al haar hevigheid gelden. Met een aantal onweersbuien werden in tien minuten hele alpenwegen weggevaagd. Iedereen, behalve Maarten Ducrot, zag snel genoeg dat een man op een fiets niet opgewassen was tegen dit geweld. Beduusd bleven wij Tourkijkers achter. Dat de laatste alpenetappe van vandaag ook nog eens flink wordt ingekort kan daar nog wel bij.

Mijn trauma van de Game of Thrones-finale kwam in één klap terug. Gevoelens van woede, teleurstelling en machteloosheid drongen zich op als een soort versneld rouwproces. Wat de mooiste Tour in jaren was, werd beroofd van het einde dat hij verdiende. Min of meer arbitrair is er ineens een winnaar. Ik zie David Brailsford voor me in de rol van Tyrion: “And who has a better story than Bernal the Young?”

Maarten Meijsen

Maarten Meijsen (1985) is geboren, opgegroeid en woonachtig in de omgeving van Rotterdam. Voor het eerst bevangen door het wielervirus op vakantie in Denemarken tijdens de Tour van 1996, die gewonnen werd door Bjarne Riis. Sindsdien nooit meer genezen. Hij volgt praktisch alle koersen die op TV of internet te vinden zijn. Toch houdt de Tour altijd een speciaal plekje in zijn hart en daarom is hij een aantal jaren geleden begonnen met het schrijven van een dagelijkse column tijdens de Ronde van Frankrijk. Eerst alleen in de WhatsApp-groep van wielerminnende vrienden, maar langzamerhand voor een steeds groter publiek.