De etappe van vandaag finisht in Épernay, de champagnehoofdstad van Frankrijk – uiteraard niet te verwarren met de hoofdstad van de provincie Champagne Troyes. Champagne en topsport zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en in het geval van de Tour is dat niet anders. Van de magnumflessen die uitgedeeld gedeeld worden bij elke podiumceremonie tot de fietsende toost in de slotetappe naar de Champs-Élysées.

Zoals dat wel vaker gaat met tradities in de sport, is het gebruik om met champagne te spuiten op het podium het resultaat van slimme marketing. In 1950 vond de Formule 1 Grand Prix van Frankrijk plaats in Reims, midden in het hart van de Champagnestreek. De winnaar van die race kreeg van Frédéric Chandon (inderdaad van Moët & Chandon) een magnumfles champagne aangeboden. Dat sloeg aan en het werd een vast gebruik in de autosport.

In 1966 kreeg de winnaar van de 24-uurs van Le Mans een fles champagne die in de zon had gestaan en zo warm was geworden dat deze spontaan ontkurkte en de eerste paar rijen van het publiek nat spoot. De winnaar van het jaar erop, Dan Gurney, besloot de fles vrijwillig te schudden en leeg te spuiten en zo werd hij de uitvinder van een traditie die zich als een lopend vuurtje door de sportwereld verspreidde.

In het wielrennen wordt champagne niet alleen gebruikt om overwinningen te vieren. Zo vertelde de Belgische wielrenner Freddy Maertens ooit dat hij in de laatste dertig kilometer van een koers steevast een halve bidon gevuld met champagne dronk. Dat gaf hem een boost, zo zei hij. En, als drievoudig groenetruiwinnaar, eindwinnaar van de ronde van Spanje en tweevoudig wereldkampioen, kan je hem moeilijk ongelijk geven.

Zo ongebruikelijk was een champagnebidon overigens niet. De legende wil dat het Jacques Anquetil hielp de Tour de France van 1964 te winnen. In de laatste bergrit van dat jaar naar de Puy de Dôme stond de Fransman op kraken. Zijn naaste belager Raymond Poulidor leek Anquetil op een onoverbrugbare achterstand te gaan zetten, maar een bidonnetje met bubbels gaf Anquetil de kracht die hij nodig had om de schade te beperken. Aan de meet hield hij een voorsprong van 14 seconden in het algemeen klassement over en in de afsluitende tijdrit kon Monsieur Chrono zijn vijfde tourzege veilig stellen. Zo liep Poupou de champagne mis en bleef hij de eeuwige tweede.

Dat champagne tijdens de koers niet altijd zo’n goed idee is, bewees Paul Duboc tijdens de Tour van 1911. De Fransman was in uitstekende vorm en leek op zijn gemakje de tour te gaan winnen. In de etappe naar Bayonne reed hij alleen aan de leiding toen hij een bidon aanpakte van een toeschouwer. Niet veel later reed hij zwalkend over de weg om uiteindelijk ter aarde te storten. Na wat hulp van toeschouwers kon hij  zijn weg nog wel vervolgen, maar de eindzege was uit zicht en Duboc zou uiteindelijke tweede worden. Zelf beweerde Duboc dat hij vergiftigd was door de mysterieuze persoon die hem de bidon uitreikte, maar de hardnekkige geruchten waren dat Duboc tijdens de koers simpelweg te veel champagne had gedronken.

Gisteren liet Laurens de Plus in een interview weten een groot liefhebber te zijn van champagne. Vorig jaar was hij nog op vakantie in Épernay en had hij een paar kistjes ingeslagen. Als de zegetrein van Jumbo-Visma nog even doorkachelt zal hij er deze Tour ook nog wel een aantal kunnen buitmaken.

Maarten Meijsen

Maarten Meijsen (1985) is geboren, opgegroeid en woonachtig in de omgeving van Rotterdam. Voor het eerst bevangen door het wielervirus op vakantie in Denemarken tijdens de Tour van 1996, die gewonnen werd door Bjarne Riis. Sindsdien nooit meer genezen. Hij volgt praktisch alle koersen die op TV of internet te vinden zijn. Toch houdt de Tour altijd een speciaal plekje in zijn hart en daarom is hij een aantal jaren geleden begonnen met het schrijven van een dagelijkse column tijdens de Ronde van Frankrijk. Eerst alleen in de WhatsApp-groep van wielerminnende vrienden, maar langzamerhand voor een steeds groter publiek.