Het cliché is dat Fransen op le Quatorze Juillet in de Tour altijd een klein beetje meer kunnen dan op de andere dagen, maar het is maar de vraag of dat ook echt zo is. In de geschiedenis van de Tour kwam er op de belangrijkste Franse feestdag 29 keer een Fransman als eerste over de meet. Dat is op zich geen slechte score, maar er won dus meer dan 80 keer een buitenlander op 14 juli. Met die speciale krachten lijkt het dus in de praktijk wel mee te vallen.

Toch leek Richard Virenque op 14 juli 2004 wel degelijk over iets extra’s te beschikken – nog bovenop dat beetje extra waar het halve peloton in die tijd mee rondreed. Het was de tiende etappe van die tour, 237 kilometer lang tussen Limoges en Saint-Flour en al vroeg ging Virenque samen met de Belg Axel Merckx op avontuur.

Het peloton hield het verschil met de twee vluchters klein, maar op 67 kilometer van het einde vond Richard het tijd om eens te versnellen. Het was immers de dag van de Fransen en dan moest je zo’n harkende Belg niet te lang op sleeptouw nemen. Op de beklimming van de Pas de Peyrol liet hij Axel Merckx staan alsof het een simpele fietstoerist was en niet de zoon van de beste wielrenner aller tijden.

Een paar tientallen kilometers later begreep ook het peloton dat er op die 14 juli niets aan Virenque te doen was. Solo kwam hij met een ruime voorsprong over de streep. En passant mocht hij ook nog de bolletjestrui aantrekken, die hij dat jaar voor de 7e keer mee naar huis mocht nemen. Het bleek een afscheidscadeau van het Franse lievelingskind aan zijn publiek. Twee maanden later zette hij een punt achter zijn bewogen carrière.

Roger Pingeon maakte het op 14 juli 1968 nog een beetje bonter. De tourwinnaar van 1967 demarreerde al in het begin van de etappe naar Albi weg bij medefavorieten als Jan Janssen en Raymond Poulidor. Die zagen hem niet meer terug. Pingeon won na een ontzagwekkende solo van 193 kilometer.

Na afloop zei Jan Janssen dat de Fransman nu wel te pakken zou zijn in het klassement, omdat de lange solovlucht hem ongetwijfeld had uitgeput. Bluf of niet, Janssen kreeg gelijk en won die tour van 1968, maar de meest indrukwekkende prestatie dat jaar was toch de ontsnapping van Pingeon op de Franse feestdag.

Is er voor een Franse wielrenner iets mooiers, dan je net zoals Virenque en Pingeon onsterfelijk maken door een Touretappe te winnen op 14 juli? Toch wel. Op 14 juli een Touretappe winnen in je geboorteplaats. Romain Bardet werd in 1990 geboren in de finishplaats van vandaag, Brioude. Of het parcours moeilijk genoeg is voor hem weet ik niet, maar als er één man is die vandaag over speciale krachten moet kunnen beschikken, dan is het Bardet.

Maarten Meijsen

Maarten Meijsen (1985) is geboren, opgegroeid en woonachtig in de omgeving van Rotterdam. Voor het eerst bevangen door het wielervirus op vakantie in Denemarken tijdens de Tour van 1996, die gewonnen werd door Bjarne Riis. Sindsdien nooit meer genezen. Hij volgt praktisch alle koersen die op TV of internet te vinden zijn. Toch houdt de Tour altijd een speciaal plekje in zijn hart en daarom is hij een aantal jaren geleden begonnen met het schrijven van een dagelijkse column tijdens de Ronde van Frankrijk. Eerst alleen in de WhatsApp-groep van wielerminnende vrienden, maar langzamerhand voor een steeds groter publiek.