Exclusief: de speech van Lance

By |dinsdag 27 maart 2018|

Een gelouterde Lance Armstrong zakt af naar de Ronde van Vlaanderen. Hij zal er een speech houden, die hij in intieme kring al oefende.

Wat een eer. De grootste wielrenner aller tijden spreekt tot jullie. Eddy? Eddy? Waar is Eddy? Ik zie jullie denken. Eddy is er niet. Eddy is ofwel een vriend aan het afvallen na een dopingbekentenis ofwel naar geld met een bloedrandje aan het graven in de woestijn. Houd me tegen als ik me ploertig ga gedragen, wanneer ik op een leeftijd ben gekomen die seniliteit vereist. Eddy, goede vriend daar niet van. Maar een beetje vergeetachtig. Daar heb ik gelukkig geen last van.

Wat sta ik hier te doen? Betere vraag: wat doen jullie hier in godsnaam? Dachten jullie in alle ernst dat ik me laatdunkend zou uitlaten over ex-collega’s? Dat ik mijn bewijsmateriaal dat Cancellara met een motortje reed op tafel zou gooien? Dat ik berouw zou tonen voor alles wat ik heb gedaan, maar nu speciaal voor u, waarna u verguld door dit moment mij in al uw grootmoedigheid zou vergeven? Dat ik zou uitvliegen tegen Betsy? Dat ik überhaupt iets nieuws zou vertellen? Het enige wat jullie mogen verwachten zijn stroperige beleefdheidspraatjes van iemand die er geen belang bij heeft om te spreken en hoogstens lichtjes aanschurken tegen de werkelijkheid, als hij die zich nog kan herinneren.

Jullie houden het mee in stand, zieke geesten. Jullie zijn deel van het probleem. Kennen jullie mij? Ik nam verboden middelen, ja, maar ik dreigde ook mensen af, intimideerde journalisten en verwoestte mensenlevens niet zozeer om de Tour te winnen, wel om mijn onaantastbaarheid te demonstreren. Wisten jullie toch al? Daar bestaat documentatie over.

En toch sta ik hier, 30 maart 2018, voor een meute dolenthousiaste wielerliefhebbers die me nog niet zo gek lang geleden uitspuugden – luchtte dat op – en vandaag mijn aanwezigheid adoreren, want nu heet het dat ik te streng ben gestraft. Deze meute merkt op dat een kennelijk onuitroeibare hypocrisie het wielerwereldje overheerst. De wielerwereld? Je meent het niet? Jawel, zelfs daar. Die fijne Vinokourov en tal van anderen zitten achter het stuur van een ploegauto, inderdaad hypocriet, maar of dat een reden is om mij in een slachtofferrol te duwen?

Ik sta hier ook en vooral omdat een man gedreven door geldingsdrang en zijn spiegelbeeld een trofee zocht, waarmee hij ver over de grenzen van dit koddige landje kan pronken. Wat is de meerwaarde voor de Ronde van Vlaanderen dat ik hier ben? Het gaat niet over de Ronde, het gaat niet over het wielrennen, het gaat over Wouter.

Weet je wat hij voorafgaand zei? Voor Armstrong is het een terugkeer naar het wielrennen. Bullshit. Ben ik dan ooit weggeweest? Kent er iemand mijn verhaal niet? Ze lijken maar over één man te kunnen tateren, niet slecht voor iemand die nooit de Tour won.

Weet je wat ik denk? Dat Wouter zich herkent in mijn nietsontziende gulzigheid en ermee dweept ondanks het niet onaanzienlijke aantal bezwaren (zie documentatie). Noem het arrogantie van de macht. Zonder in detail te treden kan ik kwijt: overdrijf er niet mee, de boemerang is vertrokken voor je het weet.

Drie vragen alvorens tot mijn conclusie te komen. Wat zegt het over het wielrennen dat renners vurige pleidooien voeren voor de rehabilitatie van meedogenloze klootzakken maar niet omkijken naar diegene die hiertegen streden? Wat zegt het over het wielrennen dat de sport in handen is van lieden die het wielrennen gebruiken om zichzelf op de kaart te zetten, desnoods ten koste van het wielrennen? Wat zegt het over het wielrennen dat uitgerekend ik hierop moet wijzen?

Nodig me uit, maar gebruik me niet om je te profileren door me pakweg als een hoopje zieligheid voor te stellen. Ik zal alles doen om het tegendeel te bewijzen en uiteindelijk zal ik de regie naar me toetrekken, vergeet dat niet.

Nog vragen? Ja?

Dag Lance. Allereerst wil ik zeggen dat ik genoten heb van je voordracht. Ik proef verontwaardiging. Ik proef bitterheid. Ik proef nostalgie. Ik proef een heel palet aan smaken. Maar vooral is dit een rake aanklacht tegen de hypocrisie in de wielrennerij. Misschien niet helemaal gepast dit uit jouw mond te horen, maar daarom niet minder indrukwekkend. Mijn vraag nu: heb je deze speech zelf geschreven?

Hoe heet je ook alweer? En wat wil je nu insinueren? Dat ik niet in staat ben om een fatsoenlijke tekst te schrijven? Wil je dat zeggen, ja? Kijk, ik kom naar hier voor een nobel doel, al zeg ik het zelf, en meteen word ik geconfronteerd met loze verdachtmakingen. De hypocrisie is terug, eigenlijk zeg je dat. Ik ben hier om te strijden tegen de hypocrisie. Zodat jij, jullie, ik, mijn kinderen er niets mee te maken hebben. Ik kwam jarenlang in de media, ik heb altijd mijn eigen woorden uitgesproken en ben nooit betrapt op plagiaat. Dat zegt wel genoeg. Of ben je zo’n Ierse nepjournalist? Ik zou maar op je tellen letten als ik jou was. Mijn advocaten procederen je kapot. Geen vragen meer.

Matthias Vangenechten

Matthias Vangenechten (geboren in het jaar dat Rebellin zijn eerste profwedstrijd reed en ook op de dag dat Eddy Merckx het levenslicht zag) gelooft dat ironie en twijfel het bestaansrecht van wielrennen zijn, al is hij daar niet zeker van. Er lag een grootse carrière voor hem in het verschiet als sportjournalist, maar gelukkig herwon hij tijdig zijn zelfrespect en gaat hij nu door het leven als zelfverklaarde manager van Gianni Wespelaer.

Related Post

Geef een reactie