Ik heb vanochtend op een treinrit tussen Boechout en Lier de veertig hoofdstukken van Ik heb altijd mijn eigen koers gereden gelezen, jouw autobiografie die morgen verschijnt.

En? Goed hé.

Nou. Vlotte schrijfstijl, daar niet van. Zeker voor een renner. Ik vraag me toch af of je je niet hebt laten bijstaan door een auteur met een literair oeuvre om u tegen te zeggen, je hoort wel vaker dat zulks gebeurt, maar dat is niet zo belangrijk. Ik zit met enkele andere bedenkingen.

Vertel.

Denk je ooit nog een rol in de wielersport te spelen na deze autobiografie?

Nee, maar voordien evenmin.

Je autobiografie omvat meerdere onthullingen. Die waarvan ik het meest geschrokken ben…

De bekentenis dat ik goed kon opschieten met Riccardo Ricco? Ik kon het raden. Maar maakt mij dat verdacht? We reden voor dezelfde ploeg (Saunier Duval, nvdr), dan gebeuren zulke dingen.

Je geeft ook dopinggebruik toe.

Als je als wielrenner of ex-wielrenner vandaag een autobiografie wilt schrijven, kun je niet zonder dopingbekentenis. Dat is de harde realiteit. Een enkeling probeert het zonder, maar dat lukt alleen maar middels opzichtige kunstgreepjes. Laat ons wel wezen: door cortisonen geen doping te noemen is het niet plots geen doping.

Eerlijk is eerlijk: je spaart jezelf niet. Doe je dit uit geldnood?

Mocht ik dit voor het geld doen, dan gaf ik drie avonden per week een lezing en zat ik de vier andere avonden in een talkshow. Maar alle aanbiedingen sla ik één voor één af. Dus kom maar op met die volgende insinuatie.

Het is toch opvallend dat veel wielerliefhebbers bij wijze van spreken je naam niet kennen en je nu uit de schaduw treedt na jaren mediaschuwheid? Ik kan me geen interview met jou voor de geest halen.

Laat ons een minimum aan ernst bewaren. De Vlaamse media toonden geen interesse in mij omdat ik mijn neus ophaalde voor vroegmiddeleeuwse vertoningen over kasseien en rond kerktorens. Ik heb nooit de media-aandacht gekregen die ik verdiende.

Van wielerjournalisten weet ik dat jij ze het nooit gemakkelijk maakte. Wat hadden ze je misdaan?

Uw vraagstelling bevat een interpretatie die niet de mijne is. Ik maak in mijn eigen autobiografie een heel hoofdstuk vrij om het bestaansrecht van wielerjournalisten te verklaren. Wie deed me dat voor?

Oké, andere kwestie. Je spreekt in je autobiografie openlijk over je dopinggebruik. Heb je nooit het gevoel dat je zuivere renners hun brood en toekomst ontnam?

Wat heb ik ervoor in de plaats gekregen? Jij weet het, je hebt de autobiografie gelezen, meer bepaald in één ademstoot om precies te zijn. Men zou kunnen zeggen dat ik me heb opgeofferd, dat ik het onheil dat anders hun ten deel zou vallen op mij heb genomen, maar deze lezing van de feiten ligt nogal gevoelig.

De feiten, goed dat je erover begint, je suggereert in je boek dat die van ondergeschikt belang zijn.

Dat suggereer ik niet, ik zeg dat ze niet bestaan. Niet zo heel origineel overigens, maar ik kan er niet aan doen dat bij dit inzicht een beetje wielerjournalist al begint te duizelen.

Kun je de kopers van je autobiografie garanderen dat ze de waarheid te lezen krijgen?

Zie vorig antwoord.

Het gerucht gaat dat je Fabian Cancellara bent.

Zit Fabian Cancellara hier over jou?

Desondanks beweren mensen dat je een fantast bent. Sommigen zullen na dit interview nog altijd twijfelen aan je bestaan.

Ik zit hier toch. Wat maakt het ook uit? En als je dan toch de bijdehante scepticus wenst uit te hangen: in welke mate bestaat Emma Bovary? En elk ander literair personage? En beïnvloedt dit de leeservaring? Ik ga de sceptici in dit interview niet overtuigen van mijn bestaan, dat weet ik. Nog één tip: doe alsof het echt is. Voor een beetje wielerliefhebber mag dat geen probleem vormen.

Wie is de grootste renner met wie je in het peloton reed?

Lees mijn autobiografie.

Je schrijft dat je veel te danken hebt aan Davide Rebellin. Wanneer stopt hij met wielrennen?

Ik denk na dit seizoen. Maar kan het weer over mij gaan? Ik ben het onderwerp van mijn autobiografie.

Het was louter persoonlijke interesse.

Laten we de rollen eens omdraaien. Heb je een beetje genoten van mijn autobiografie?

Goh ja, het is niet aan mij om daarover te oordelen. Maar het zou me verrassen mocht je autobiografie niet tot een hype uitgroeien.

Oké, ga door.

Wat mis je het meest aan het wielrennen?

Clichévragen.

In je autobiografie valt op dat je mening vaker dan zelden niet strookt met de algemene opvattingen. Schuilt er een wieleranalist in jou?

Ik ga nog liever in barre armoede bivakkeren in een chalet in de Ardennen.

Je oogt nog bijzonder scherp. Sluit je een comeback uit?

Ja, maar als je wilt horen dat ik 95% van het peloton bergop uit het wiel zou rijden, wil ik dat gerust zeggen hoor. Gebruik het gerust als titel.

Wanneer verschijnt je autobiografie nu ook alweer?

Morgen.

Matthias Vangenechten

Matthias Vangenechten (geboren in het jaar dat Rebellin zijn eerste profwedstrijd reed en ook op de dag dat Eddy Merckx het levenslicht zag) gelooft dat ironie en twijfel het bestaansrecht van wielrennen zijn, al is hij daar niet zeker van. Er lag een grootse carrière voor hem in het verschiet als sportjournalist, maar gelukkig herwon hij tijdig zijn zelfrespect en gaat hij nu door het leven als zelfverklaarde manager van Gianni Wespelaer.

Latest posts by Matthias Vangenechten (see all)