Getest: PowerPod vermogensmeter

Vermogensmeters zijn er in allerlei soorten en maten. De apparaatjes kunnen weggewerkt zijn in je crank, de naaf van je wiel of in de pedalen. Maar de PowerPod doet het anders. Via een apparaatje dat je op je stuur monteert berekent deze PowerPod het geleverde vermogen op basis van elf waardes. Een andere manier van het vermogen ‘meten’ dus en ook een andere prijs. De PowerPod is wel twee tot zes keer goedkoper dan de meeste andere vermogensmeters en dat maakt ’t natuurlijk wel interessant.

Omdat ik zelf als wedstrijdrenner graag met vermogen rijd, maar vanwege de hoge aanschafwaarde nog nooit tot de koop van een vermogensmeter ben overgegaan, was dit de uitgelezen kans om eens te kijken of een dergelijke betaalbare vermogensmeter misschien een optie is.

Voordeel nummer 1 van de PowerPod: Waar je normaal gesproken per fiets een aparte vermogensmeter moet installeren, kan de PowerPod op vier verschillende fietsen worden gebruikt. Zo heb je dus in één keer een vermogensmeter voor je wegfiets, baanfiets, veldritfiets en tijdritfiets – zolang er maar een plek is waar je de PowerPod kunt monteren en je op alle vier de fietsen een snelheids- en cadansmeter met ANT+ hebt zitten. Een fietscomputer met verschillende fiets’profielen’ is dan ook wel handig, zodat je niet elke keer opnieuw de snelheids- en cadansmeter hoeft te synchroniseren.

En je moet de PowerPod natuurlijk telkens opnieuw calibreren als je ‘m op een nieuwe fiets hebt gezet. Dat calibreren doe je door simpelweg een stukje te fietsen. Bij voorkeur op dezelfde weg vijf minuten heen en vijf minuten terug, zodat je gedurende de calibratie min of meer elkaar compenserende weersomstandigheden hebt, maar dat hoeft niet. “Tijdens de calibratie leert de PowerPod jouw fiets en jou als fietser ‘kennen’,” zegt Erik Leemkuil van Rosiir, die de PowerPod in Nederland op de markt brengt.

Je zet de PowerPod in de calibratiestand door vier seconden op het knopje van de PowerPod te drukken. Het knopje is niet te missen en makkelijk in te drukken tijdens het fietsen, met een lampje dat daarbij aangeeft of de PowerPod het drukken op het knopje heeft geregistreerd (of aangeeft dat-ie stroom heeft als je ‘m aan de oplader hangt). Het vermogen geeft tijdens de calibratie 0 Watt aan. Zodra de calibratie gelukt is, komen de daadwerkelijk getrapte waardes in beeld. Zo simpel als het klinkt, zo simpel was het om de calibratie uit te voeren.

Hoe werkt de PowerPod?

Na een tijdje met de PowerPod te hebben rondgefietst, belde ik Erik op. Ik was toch wel heel erg benieuwd hoe zo’n vermogensmeter, die het vermogen niet méét maar berékent, precies werkt. Hij nam uitgebreid de tijd om me te vertellen hoe de PowerPod het vermogen nauwkeurig kan berekenen.

Hij legde me uit dat er bij alle vermogensmeters in mindere of meerdere mate iets berekend moet worden. “Vaak is men zich er niet van bewust dat alle andere vermogensmeters gebaseerd zijn op een spanningsverschil die door ‘strain gauges’ gejaagd wordt – ik chargeer het verhaal hier wel een klein beetje, maar bij elke vermogensmeter is er sprake van aannames en berekeningen.”

Bij alle vermogensmeters is er software nodig om het correcte vermogen weer te geven, want bij een verandering van temperatuur verandert bijvoorbeeld het gedrag van een crank, uiteraard is er sprake van metaalmoeheid en ook na een val wordt een crank anders van structuur. “Een vermogensmeter van Stages, bijvoorbeeld, moet je dan ook weer opnieuw moeten calibreren.”

“Eigenlijk is het ook tegenstrijdig, want fabrikanten proberen de cranks en dergelijke steeds stijver te maken, maar ondertussen is een vermogensmeter bijvoorbeeld in de pedalen ook wel afhankelijk van hoe buigzaam een crank is,” voegt Erik toe. Wat dat betreft is een PowerPod dus veel nauwkeuriger, meent Erik. “De PowerPod gaat niet uit van die ene meting in de crank, pedalen of naaf, maar meet meer gegevens en berekent het vermogen op basis daarvan.”

Dit betekent wel dat als je iets verandert aan je fiets, zet je bijvoorbeeld andere wielen in je fiets, of laat je zelfs maar wat lucht uit je banden lopen, dat je dan voor een correcte weergave van het vermogen opnieuw de PowerPod moet calibreren. Voor een echt technische review van de PowerPod verwijs ik naar de (zeer) uitgebreide review van DC Rainmaker en deze follow-up van afgelopen najaar.  Mij duizelt het voor de ogen tijdens het lezen van zo’n review en wil het dus zelf minder technisch maken. Voor de geïnteresseerden is dat echter een mooie review.

Duurzaamheidstest

Ik heb deze PowerPod ontvangen toen het mooie weer eindelijk in Nederland was gearriveerd en ik mocht hem een beperkte periode uitproberen. Een duurzaamheidstest met ritten ook in slecht weer heb ik dus niet kunnen incorporeren voor deze review. Uiteraard stelde ik Erik dus ook hier vragen over, hoe dat zit op de lange termijn en in het Nederlandse winterweer. Zijn antwoord was dat dit een nieuwe generatie PowerPod is. Niet alleen bepaalde algoritmes zijn daarmee verbeterd, ook de bestendigheid onder slechte weersomstandigheden.

“We hebben daar echt op aangedrongen,” vertelt Erik. “De eerste versies van deze PowerPod waren niet heel duurzaam. Op veel plekken in de Verenigde Staten is het bijna het gehele jaar door mooi weer, dus hadden ze geen rekening gehouden met slecht weer of vuiligheid.”

“In deze nieuwe generatie PowerPods is dit een stuk beter. Natuurlijk moet je ‘m, als je bijvoorbeeld veldritten ermee rijdt of strandraces, wel af en toe schoonmaken. Maar dat doe je simpelweg door met een wattenstaafje het vuiligheid eruit te halen.”

Waterdicht is de PowerPod in elk geval wel (bekijk maar de foto van de PowerPod in een glas water op de Rosiir-website), dus je kunt ook zonder problemen je fiets schoonmaken.

Bijbehorende software

Je kunt de basis van de vermogensgegevens via de software van je eigen fietscomputer analyseren. Er is echter ook bijbehorende software, ISAAC, waarmee je alles in nog meer detail kunt bekijken en analyseren. Echter, het kost aardig wat tijd voor de software eindelijk op je computer staat – op mijn MacBook duurde het drie iteraties van installeren en computer opnieuw opstarten voor ik het programma eindelijk kon openen.

Ook visueel valt er nog wel een en ander te verbeteren. Het ziet eruit alsof je een programma uit de jaren negentig opent. Dat is an sich nog niet zo’n probleem, als het programma dat dan maar compenseert met een prettig of intuïtief gebruik, wat ook niet echt het geval is. Je moet je er dus wel echt even toe zetten om het programma te gebruiken – zeker als je al de software van je eigen fietscomputer gebruikt en nog eventueel een programma als TrainingPeaks, of Strava. Dan is ISAAC een zoveelste programma om een onderdeel van je fietstraining, namelijk het vermogen en de vermogensmeter, in detail te bekijken. Erg interessant, maar als gezegd moet je er een beetje moeite voor doen.

Wat een echt toegevoegde waarde van ISAAC is, is dat je met de Powerstroke de omwentelingen van je beide benen in detail kunt bekijken. Dat is normaal gesproken alleen weggelegd voor de duurdere vermogensmeters, die de krachtsoverbrenging in beide benen meet. De Powerpod kan het op basis van de bewegingen van je fiets echter ook berekenen. Hoe nauwkeurig dat is, is natuurlijk opnieuw de vraag, maar daarvoor gelden dezelfde argumenten als de nauwkeurigheid van de vermogensberekening.

Helaas moet je voor deze functie wel betalen, net als voor het toevoegen van een GPS-functie aan de Powerpod. Maar beide zijn niet essentieel om de Powerpod te kunnen gebruiken, dus kun je dit prima achterwege laten als je het geld er niet (voor over) hebt.

Ik zou de complexiteit van deze aangeboden software zelfs als een negatief punt willen aandragen. Misschien ben ik er niet de juiste doelgroep voor, maar toen ik de PowerPod werkend had en mijn waardes in de Wahoo Elemnt App en TrainingPeaks voorbij zag komen, was ik heel erg blij. De ISAAC-software en de toevoeging van Powerstroke (en dan is er ook nog een Powerhouse app?! – alleen voor iOS) maakten het voor mij nodeloos ingewikkeld. De PowerPod deed het toch al en ik kon mijn wattages na afloop toch bekijken? Maar als gezegd; wellicht zijn meer technisch ingestelde gebruikers juist uitermate blij met al deze analysemogelijkheden.

In het gebruik

Goed, of je de ISAAC-software nu gebruikt of niet, hoe is de PowerPod in het dagelijks gebruik? En kun je er wat mee tijdens je trainingen? Het antwoord daarop is: jazeker. Ik moet wel standaard het knopje op de PowerPod indrukken vóór ik op ‘start’ druk op mijn eigen fietscomputer, anders moet ik die eerst opnieuw uit- en aanzetten voor de PowerPod het weer doet, maar dat is slechts een kleine moeite en zit gauw in je systeem.

Er zit een kleine vertraging in het tonen van de vermogens, maar dat hebben alle vermogensmeters wel in bepaalde mate. Ook gaan de vermogens wat op en neer, wat ik me niet zozeer kan herinneren van andere vermogensmeters die ik heb gebruikt, maar als je je wattages op 320 wilt houden en je vindt het niet erg om dan op je schermpje een range te zien tussen 305 en 340 (je voelt immers zelf ook wel een beetje of je je vermogen constant houdt), dan kun je met de PowerPod prima uit de voeten.

Vergeet niet om regelmatig je PowerPod op te laden. En ja, dat is dus het zoveelste apparaat dat je moet opladen voor je met alle apparatuur op pad kunt gaan (PowerPod, fietscomputer, telefoon, Di2…), maar dat is niet zozeer toe te schrijven aan de PowerPod als wel aan het hedendaagse online en digitale tijdperk. Gewoon ergens een mooie hub met micro-USB-aansluitingen maken en je kunt alles makkelijk insteken.

Kortom

Ondanks dat Erik Leemkuil een groot deel van mijn twijfels wegnam, ben ik er nog steeds niet helemaal van overtuigd dat een dergelijke vermogensmeter echt nauwkeurig je vermogen kan meten. Het is een goede benadering, die voor veel fietsers voldoende zal zijn om te gebruiken. Het is een betaalbaar alternatief voor de (veel!) duurdere varianten en is daarmee een mooie optie voor als je toch iets van vermogen wilt meten, maar geen profwielrenner bent – en dat zijn de meesten van ons fietsers toch nog steeds.

Met deze nieuwe generatie PowerPods schijnen veel problemen van de oude PowerPod te zijn opgelost. Zelf heb ik de oude-generatie-PowerPod nooit gebruikt, maar ik merk wel dat deze nieuwe geen grove nalatigheden heeft en gewoon prettig werkt in het dagelijks gebruik. De PowerPod is daarmee een geslaagde en zeer waardevolle toevoeging aan het aanbod vermogensmeters dat er op de markt is.

De PowerPod is te koop in de Rosiir webshop voor 349,95 euro.
De PowerPod heeft een snelheids- en cadansmeter nodig om te werken. 

Jeanine Laudy

Jeanine Laudy

Jeanine Laudy (1987) ontdekte pas op haar 22e de racefiets, maar had meteen de smaak te pakken en besloot binnen een jaar haar eerste elitekoers te rijden. Inmiddels zeven seizoenen verder rijdt ze nu wedstrijden op de weg, tijdritten en veldritten. Maar, ze kent haar plek. Het gaat haar 'n stuk gemakkelijker af om over het wielrennen te schríjven en doet dat oa als women's cycling reporter voor Ella CyclingTips en communicatiemedewerker bij wielerploeg Cannondale-Drapac.
Jeanine Laudy

Geef een reactie