Nu de voorjaarsklassiekers erop zitten, kunnen we het vizier gaan richten op het rondewerk. We staan aan de vooravond van de eerste grote ronde dit jaar, de Giro. Later dit jaar volgen de Tour en de Vuelta als orgelpunten op de wielerkalender.

Van oudsher vormen de bergetappes de blikvanger van etappekoersen. Zowel voor de renners, omdat daar van oudsher de verschillen worden gemaakt, als voor de liefhebber en volger omdat daar de meeste epische strijd wordt geleverd, normaal gesproken.

In alle voorbeschouwingen is het usance het hooggebergte als het visitekaartje te tonen, met ronkende taal als ‘een loodzware slotweek…’. Graphics in de kranten beelden de reuzen af als de fiere torenspitsen van een kathedraal. Inmiddels echter afgefakkeld gelijk die van de Notre-Dame.

De vraag die ik hier namelijk opwerp is of de klassieke bergetappe nog van deze tijd is, voor de renner en voor de liefhebber.

Voor de duidelijkheid: met klassieke bergetappe bedoel ik de dagrit waarin drie of meer lange beklimmingen zijn opgenomen. Denk bij voorbeeld aan de klassieker Pau-Luchon met het kwartet Aubisque-Tourmalet-Aspin-Peyresourde.

Het probleem

Ik schets een karakteristiek verloop van de koers in zo’n doorsnee bergetappe.

Bij de eerste col van de dag wordt een gekend procedé gevolgd. Er verdwijnt een groep vluchters. Zie de honden kwispelen aan de lijn. Als de groep met vrijgeleide uit beeld is verdwenen nestelt zich daarachter een trein op kop, met daarachter nog wat wagonnetjes van andere klassementsrenners. In de buik verschuilen zich de graatmagere koplieden annex gewichtsneuroten, zo smal als schrootjes op een afgetimmerde zolder. Je niet laten zien is het devies. Het zijn soldaatjes die in gelid naar boven marcheren, in een gedrild leger. Op uitgerolde lopers rollen de gewatteerde robots richting mondaine skiresorts, niks zwarte piste.

Ik ben daar klaar mee. Zo voorspelbaar, zo afgesleten als een stuwwal is door vorst, wind en water. Ik ga er niet meer voor zitten, die bergetappes. Een gesloten koers, alsof je tevergeefs bij een winkel aankomt: ‘wegens omstandigheden gesloten’. In de aanloop af en toe een oog werpen op de liveticker (‘wie zitten er bij de vluchters?’, en vooral: ‘wat is de geschatte aankomsttijd?’). En dan op het einde van de dag even de buis aanzetten, als er toch nog een speelkwartier wordt geopend. De wagonnetjes losgekoppeld, de machinisten komen in beeld, voor een spetterende finale, dat wel.

Slechte zaak voor de publiciteitswaarde. In een wegzapcultuur is spankracht van levensbelang, om de kijker, de sponsor, de toeschouwer én de organisator vast te houden.

Ik merk dat er trucs verzonnen worden om mij bij de les te houden.

De uren in de (op zich zalige) siësta-modus worden abrupt verbroken als er balken onder in beeld verschijnen met allerlei data. Over wattages, trapfrequenties en snelheden van verschillende belangrijke coureurs. Meten is weten, zeggen ze wel eens. Maar hier ontbreekt elke duiding. De commentatoren zelf hullen zich ook in nevelen, negeren het derhalve, en leuteren door over andere bijzaken.

Mij valt vooral op dat cijfers continu fluctueren, je vraagt je af of de metingen kloppen, of dat er sprake is van bias in de metingen. Vergelijkingen qua snelheid werken soms op de lachspieren. Uiteraard gaat een vluchter net ná de top sneller dan het bergtreintje van – even wennen – Ineos (voorheen Sky). Juist ja, de kijker gedebiliseerd.

Allemaal een gimmick om de kijker bij de les te houden, en de commentator van materiaal te voorzien om over te praten, al is het maar gezwets. Al die getallen slaan bij mij het bier dood. Een illustratie van de hang naar dataficatie, het roept beelden op van de naderende intrede van de Homo Deus, nu ook op twee wielen dus.

Of dan die houterige opnames uit de volgwagens, nog zo’n truukje, dat voor mij alleen maar bevestigt dat voor een carrière als ploegleider tot nu toe een diploma van de basisschool volstaat. Sommigen zouden de MBA-module Sportmanagement & HRM hebben gevolgd, niets van te merken. Je kunt er wel goed om lachen, da’s mooi meegenomen.

Of nog zoiets onnozels: de opgenomen gesprekjes bij de start. Michel Wuijts: “Hebben we nog een interview klaarstaan?” En terwijl op dat eigenste moment er iets belangrijks in de koers gebeurt, of dreigt te gebeuren. Dan zit je je ook te verbijten.

De diagnose

Is ook helder. Tis de macht van de treintjes. Hoe pak je dat aan? Ofwel door reductie van de teams, ofwel door salarisplafonds, of door andere slimme maatregelen. Dat voorkomt dat het commentaar zich beperkt tot obligate constateringen over de sterkte en vooral de lengte van de ploeg al commande. In principe is dat dus Ineos, even wennen aan de truitjes, een dubieus chemiebedrijf, ook dat nog.

“Da’s vroeg!”, hoor je dan, als een mannetje de trein verlaat met een zweem van hoop bij de commentator, snakkend naar spanning.

En vanachter staat natuurlijk de poort open. De camera zwenkt er graag naar, als er weer een renner van de 2e garnituur uitgebonjourd wordt. Vroeger waren dat types als Linus Gerdemann. Tegenwoordig kunnen we wachten op Fabio Aru. Hetgeen de commentatoren dan weer wat voedsel voor bespiegeling geeft: “Wat is er toch aan de hand met…?”

Als het een landgenoot betreft gaat Herbert Dijkstra in de optimisme-modus: “Van Gesink weten we dat ie het vaker moeilijk heeft in het begin van de klim.”

En zo zijn we dus overgeleverd aan de oohs en aahs van het landschap, als ware reizen we mee in de bergtreintjes van het peloton.

Geef mij de onzekerheid en de verrassing. Niet vreemd dat die factoren gelijk opgaan voor de renners. Hoe onzekerder, hoe meer verrast hij is, hoe meer hij dient te improviseren, hoe meer hij de kijker bij de les houdt.

Denkend aan spannende etappes zie ik renners die aanvallen op onverwachte momenten, zie ik renners die zelfstandige beslissingen moeten nemen, zie ik renners die op instinct koersen, zie ik renners waar het koersplezier vanaf spat, zie ik renners die over mysterieuze krachten beschikken, zie ik meer arrampicatores dan scalatores, zie ik renners die ik bewonder.

Een oplossing?

Gelukkig is er, afgezien van trein-sabotage, een alternatief, een reddingsboei zogezegd, dat zijn de etappes door het middelgebergte. Ik pleit voor een rehabilitatie voor al die wat verlegen in de luwte tegen de grote reuzen aanschurkende bergen, want bergen blijven het (zie ook http://hetiskoers.nl/mont-du-chat/).

Niet zo’n uitgestrekte monotoon lange Alpencol, maar een trits snel op elkaar volgende beklimmingen van pakweg 5 kilometer met grillige percentages in grimmige landschappen.

In plaats van een ‘day at the office’ zullen de renners na afloop spreken over een stress-dagje, een dag waarop meerdere jasjes uit moesten.

Jan Bakelants merkte zoiets al op, enige tijd geleden, tussen neus en lippen door in een uitzending van Extra Time Koers. De koersdirectie van Tirreno Adriatico had besloten om voor dit jaar geen lange bergrit meer te programmeren. In vorige edities wilde men daarmee ronde-pretendenten als Quintana en sir Chris Froome cum suis behagen in hun voorbereiding op dat ene sacrale doel. Dit jaar een opvallende wending, meer ritten door de heuvelachtige contreien van de Marche en Umbria. (Nog afgezien van het voordeel dat het risico op annulering wegens sneeuwval afneemt.) Bakelants zag net als ik tot wat voor spectaculaire ritten dit besluit leidde.

Is dit dan ook het failliet van de grote ronde?

Ik ben een groot voorstander van inkorting van etappes. Ellenlange lamlendigheid gereduceerd tot een furieus samengebald spektakel. Liefst met veel contingentie en veel afwisseling qua klimpercentage, qua kronkels, qua parcours als het kan, qua alles eigenlijk. En inkorting van drie naar twee weken is ook het overwegen waard.

Eerder poste ik hier al een ode aan de kleinere rondes.

Kleine rondes die zich vanwege de kleine schaal wel moeten beperken tot het middelgebergte, uitzonderingen daargelaten met hooguit een freaky lange slotklim, een zwarte piste zogezegd.

Enfin…, ik wil hier geen Untergang des Abendlandes verhaal  neerpennen. Ik gooi slechts een steen in de vijver.

En wil ik ook absoluut geen fatwa over de monumenten Tour, Giro of Vuelta uitspreken. In Spanje zijn ze overigens allang bezig om de 200+ ritten uit te bannen. En wie weet tovert Preudhomme, de CEO van de Tour, nog een konijn uit de hoed, met zijn voorstel om bonificaties op enkele tussencols uit te delen.

Moge de aanstaande Giro al mijn sombere gedachten logenstraffen. We gaan het zien!

Ceterum censeo dat alles in het werk gesteld dient te worden om de treintjes uit het peloton te verwijderen.

 

Foto: Joris Knapen

Marc Peeters

Marc Peeters (1958) schrijdt en schrijft bij leven en welzijn voort op twee wielen. Fietst bij voorkeur naar boven, in plaats van zich naar beneden te laten vallen. Zijn verhalen volgen de kronkelige lijnen van zijn tochten. Verheugt zich het meest op de Leffe Blond na afloop. Ziet liever meer fietspaden dan een Grand Départ. Mist in alle commotie en aandacht rondom het d-woord de methodologisch verantwoorde nuance.

Latest posts by Marc Peeters (see all)