Het petje van Kappes

‘Hé, menneke! Vang!’, roept een stem met overduidelijk Vlaams accent naar me. In een reflex die nog het meeste lijkt op die van iemand die ternauwernood een schommelend glas bier op een wiebelende kroegtafel weet recht te houden, doe ik wat me opgedragen wordt. Als ik in de richting van de stem kijk, zie ik nog net hoe een wat corpulente man me in het voorbijgaan een korte knipoog geeft. Zijn blauwwit gekleurde wielershit zit ‘m duidelijk te strak en is eigenlijk te flitsend voor zijn leeftijd. Ik schat de man halverwege de vijftig. Op een drafje achtervolgt hij een uitbollende renner, die zojuist is gefinisht. Terwijl de afstand tussen de man en mij groter wordt verplaatst mijn blik zich naar mijn rechterhand. Een wielerpetje bungelt om mijn samengetrokken wijs- en middelvinger. Histor-Sigma staat er in zwarte letters.

Verfmerken Histor en Sigma zijn de hoofdsponsors van de Belgische wielerploeg die in 1991 voor het derde seizoen mee rijdt in het peloton. Als voortzetting van wat eerst alleen Sigma heette; de ploeg waar Hennie Kuiper drie jaar eerder zijn actieve wielercarrière afsloot en Lucien van Impe een jaar ervoor hetzelfde deed. In 1991 zijn de Belgen Etienne de Wilde en Herman Frison er de kopmannen, vooral in de Vlaamse klassiekers. Wilfried Peeters rijdt er. Deense outsiders als Søren Lilholt en Brian Holm. De bij PDM voor veel geld weggekochte Duitser Uwe Ampler en zijn landgenoot, sprinter Andreas Kappes. Het petje dat de verzorger mij, als tienjarig jochie, zojuist heeft toegeworpen zat een paar minuten eerder nog op zijn hoofd. Kappes is net over de finish gekomen in de Grote Prijs Wieler Revue. Niet als winnaar. De Duitser heeft zijn rol als lead-out man met verve vervuld en de sprint aangetrokken voor ploeggenoot De Wilde. De Belg is met hoog geheven armen als eerste de finishlijn gepasseerd in het Achterhoekse ’s-Heerenberg. Kappes zelf komt als vierde over de streep Adrie van der Poel en de Spanjaard Manuel Jorge Dominguez houden hem van het podium af.

De Grote Prijs Wieler Revue is sinds 1985 de opening van het wielerseizoen in de Benelux. Enkele dagen voordat het startschot in de Omloop Het Volk klinkt, mag een peloton van voornamelijk Belgische en Nederlandse renners de krachten meten in het oosten van ons land. De eendaagse koers is een voortzetting van de Ronde van de Achterhoek, die tussen 1969 en 1984 zestien edities heeft gekend. Daarna is de wedstrijdorganisatie overgenomen door en de koers vernoemd naar tijdschrift Wieler Revue. Het parcours leidt de renners over onder meer de Posbank en de Emmapiramide aan de rand van de Veluwe, waarna het peloton terugrijdt naar de Achterhoek voor zes lussen rond start- en finishplaats ‘s-Heerenberg. Nadat in 1991 een solovlucht van de Belg Roger van den Bossche uit de kleine Belgische La William-ploeg onschadelijk is gemaakt, mag een groep van nog geen dertig renners uitmaken wie de zevende editie van de Grote Prijs Wieler Revue op zijn naam schrijft. Histor-Sigma weet haar numerieke meerderheid in de kopgroep optimaal uit te buiten. ‘Teamwork makes the dream work’. De zin is tegenwoordig vaste prik in motivatie-speeches, die directies van grote bedrijven met regelmaat voor hun personeel organiseren. De renners van Histor-Sigma zijn hun tijd in 1991 ruimschoots vooruit en weten het credo feilloos uit te voeren. Holm en Lilholt sluiten eerst De Wilde’s voornaamste concurrent Van der Poel op slinkse wijze in, Kappes trekt daarna de sprint aan en de kopman rondt het ploegenspel tenslotte simpel af.

Het wielerjaar 1991 is slechts een paar weken op weg en Kappes bewijst al direct zijn meerwaarde voor zijn nieuwe ploeg. Na vier seizoenen in dienst van Toshiba heeft de Duitser de Franse ploeg verruild voor een Belgische werkgever. De overstap is een opluchting voor de steevast zongebruinde renner. Etappezeges in Parijs-Nice en de Giro d’Italia hebben Kappes geen beschermde status opgeleverd binnen Toshiba. ‘Knechten voor Jean-François Bernard’, is het devies voor bijna elke renner in de ploeg. Alleen de broers Marc en Yvon Madiot kunnen bij Toshiba terugvallen op een beschermde status. Kopman Bernard is in de Tour de France van 1987 weliswaar knap derde geworden achter Roche en Delgado, maar daarna is zijn grootste tegenstander vooral het hoge verwachtingspatroon van het Franse wielerpubliek. Bernard bezwijkt in bijna elke koers onder de druk. Een blessure als gevolg van een val in een slechte verlichte tunnel in de Giro van 1988 helpt de Fransman ook niet bepaald mee.

Logisch dat de teleurgestelde Kappes in de herfst van 1990 op zoek gaat naar een nieuwe werkgever. Die ligt voor de hand. In de wintermaanden houdt de Duitser al enkele jaren zijn conditie op peil in zesdaagsen. Met als vaste kompaan Etienne de Wilde schrijft Kappes een fraai aantal op zijn naam. Er ontstaat een vriendschap tussen de twee en zodra Kappes aan zijn kameraad laat doorschemeren een nieuwe ploeg te zoeken, doet de Belg een goed woordje bij ploegleider Willy Teirlinck. Die ontvangt Kappes met open armen bij Histor-Sigma. Teirlinck geeft de Duitser zelfs de mogelijkheid om ploeg- en landgenoot Remig Stumpf mee te nemen, ook bepaald geen trage finisher. Dankzij de eerder genoemde Uwe Ampler, Kai Hundertmarck en Raimund Lehnert rijden er in 1991 liefst vijf Duitsers voor Histor-Sigma. Het is geen toeval. Multinational Petrofina, het moederbedrijf van de verfmerken, wil zich nadrukkelijk manifesteren op de Duitse markt. Ploegleider Teirlinck heeft van zijn sponsor bovendien een belangrijke opdracht meegekregen: boek zoveel mogelijk zeges in de eerste drie maanden van het seizoen. De directie van Petrofina aast op publiciteit in februari, maart en april. ‘Dan schilderen de meeste mensen hun huis’, luidt de achterliggende gedachte. Niet gek dat De Wilde, Kappes en hun ploeggenoten overal de stenen uit de straat rijden, terwijl de meerderheid van het peloton zich spaart voor wat er verderop in het seizoen komen gaat.

Trots kijk ik nog eens naar het petje dat nog altijd om mijn vingers bungelt. Als ik het kleinood wat beter vastpak voel ik dat het klets-, maar dan ook echt klets- en kletsnat is. Doorweekt. Zou de verzorger na de finish snel een spons hebben leeg geknepen boven het hoofd van Kappes en vervolgens een petje op het hoofd van de renner hebben geschoven om aan sponsorverplichtingen te voldoen? Of sta ik nu met Duits sprinterszweet-in-petvorm in mijn handen? Het voltallige peloton heeft de Grote Prijs Wieler Revue weliswaar verplicht met valhelm gereden, maar wie zegt mij dat dit petje niet de hele dag tussen het beschermende hoofddeksel en de donkere lokken van Kappes heeft gezeten? De Achterhoek is eind februari bepaald geen Bessèges of Middellandse-Zeegebied, waar de stralen van de lentezon de eerste wedstrijdkilometers veraangenamen. Nee, arm- en beenstukken zijn geen overbodige luxe in het bosrijke Montferland. Net als een extra petje onder de pothelm. Een acute aanval van smetvrees overvalt me. Schichtig kijk ik om me heen. Mijn oog valt op een vuilnisbak aan de overkant van de finishstraat. Ik steek over en gooi zo achteloos mogelijk het petje van Kappes weg. Mijn plakkerige vingers veeg ik snel af aan mijn broek en loop daarna, alsof er niets is gebeurd, terug naar mijn plek op de stoep. Enkele tientallen meters achter de finishlijn van de wedstrijd die in 1993 voor het laatst de status van profkoers zal hebben. Gebrek aan sponsorgelden is de oorzaak. De Grote Prijs Wieler Revue kent vanaf 1994 nog wel elf edities als koers voor amateurs en beloften. Niet als seizoenstart, maar pas in het najaar. Op dat moment aanstormend talent Niki Terpstra mag zich in 2004 de laatste winnaar noemen. Daarna gaat de Grote Prijs Wieler Revue definitief de geschiedenisboeken in.

In de auto, op weg terug naar huis, slaat een gevoel van spijt bij me toe. ‘Waarom heb ik dat petje nou weggegooid?’, denk ik, terwijl mijn vader zijn Volvo de A12 opstuurt. Ma had het met liefde in de wasmachine gedaan. Meerdere keren desnoods. Het petje van Kappes zou een mooie aanvulling zijn geweest op de collectie handtekeningen, strooifoto’s en andere prullaria die mijn jongenskamer sieren. Maar ja, de volgende dag tegen mijn klasgenoten opscheppen over een petje van een Duitse wielrenner wiens naam hen niets zal zeggen, lijkt me niet de moeite. Bovendien is Kappes slechts vierde geworden. Ploeggenoot De Wilde is de winnaar. Ze zullen me uitlachen dat ik het petje van de verkeerde Histor-renner had, troost ik mezelf.

Drie dagen later keert het spijtgevoel onverwacht terug. Thuis voor de televisie zie ik een sterk uitgedund peloton op de finish van de Omloop Het Volk af stormen. Een vroege ontsnapping van het trio Carlo Bomans, Phil Anderson en Frans Maassen heeft geen stand gehouden en nadat op de beruchte Paddestraat in Zottegem dertig renners zich afscheiden van de rest, zet Claude Criquielion zich op kop. De Belgisch kampioen houdt het tempo zo hoog dat niemand een ontsnapping durft te wagen. Criquielion zelf is op voorhand kansloos in het Vlaamse land. Voor hem is het parcours, met de laatste klim op meer dan veertig kilometer van de aankomst, simpelweg niet selectief genoeg. De kopman van Lotto cijfert zich weg voor ploeggenoot Johan Museeuw. De latere ‘Leeuw van Vlaanderen’ behoort in 1991 tot de snelste mannen van het peloton, hetgeen hij een half jaar eerder al heeft onderstreept door de twee enige massasprints in de Tour de France te winnen. Rassprinters als Olaf Ludwig, Guido Bontempi en Djamolidine Abdoujaparov hadden slechts een teleurgestelde blik op het achterwiel van de Belg kunnen werpen, terwijl hun benen elke pedaalslag meer verzuurden.

Het beulswerk van Criquielion in de laatste twintig kilometer van ‘Het Volk’ blijkt voor niets. Met zijn inspanningen helpt hij niet alleen ploeggenoot Museeuw, maar met name ook de andere snelle mannen in de kopgroep. Histor-Sigma trekt dezelfde kaart als in ’s-Heerenberg. Kappes de lead-out, De Wilde de ultieme jump en de winst. Tenminste, dat is vooraf het plan. Het loopt anders. Op enkele tientallen meters voor de finish raakt De Wilde ingesloten door een onhandige manoeuvre van landgenoot Peter Huyghe. Het maakt de winnaar van de Grote Prijs Wieler Revue op slag kansloos. In een reflex kan De Wilde nog snel naar voren schreeuwen dat hij Kappes’ wiel kwijt is. De Duitser reageert subiet op de noodkreet van zijn ploeggenoot. Met een ultieme inspanning perst hij het laatste beetje kracht uit zijn gespierde lijf. Achter zich voelt hij zijn concurrenten naderen. Een roedel wolven dendert hongerig op haar prooi af. Carlo Bomans voorop. De Belg geeft zich na zijn mislukte ontsnappingspoging met Anderson en Maassen nog altijd niet gewonnen. De Omloop Het Volk van 1991 duurt echter een meter of twintig te kort voor Bomans. De voorsprong van Kappes is precies groot genoeg en de afstand tot de finish simpelweg te kort om nog voorbij de Duitser te schieten. Met zijn rechterarm omhoog passeert de renner van Histor-Sigma de streep. Als eerste. Een half wiel is zijn voorsprong op Bomans. Meer niet. Etienne de Wilde komt niet verder dan een voor hem tegenvallende tiende plaats. Vier plaatsen achter Johan Museeuw.

Een aantal minuten later kijk ik teleurgesteld naar de televisie. Andreas Kappes wordt inmiddels gehuldigd op het podium in Gent. Met een brede grijns neemt de voormalig West-Duitser een bos bloemen en twee zoenen van een miss in ontvangst. Op zijn hoofd prijkt precies zo’n petje als dat ik drie dagen eerder zo achteloos in een ’s-Heerenbergse vuilnisbak gooide. Een jochie van tien kan enorm de pest in hebben om zoiets kleins.

Als het peloton een half jaar later neerstrijkt in Raalte voor een 43 kilometer lange tijdrit in de Ronde van Nederland, heeft mijn vader opnieuw een vrije dag opgeofferd om samen naar de koers te gaan. Dit is mijn kans om iets recht te zetten. Quasi-zelfverzekerd stap ik op een paar geparkeerde auto’s van de Histor-Sigma ploeg af. In 1991 hebben de meeste wielerploegen nog niet de beschikking over dezelfde luxe teambussen als tegenwoordig. Terwijl drie renners zich op een rollenbank warm rijden, herken ik de verzorger die ik in ‘s-Heerenberg zag. Hij mij ongetwijfeld niet. “Zou ik misschien zo’n petje mogen?”, stamel ik verlegen. De man kijkt verrast op van zijn werk. Grote ploegen als Panasonic, Buckler, PDM, Castorama, Motorola; allemaal zijn ze aanwezig in de Ronde van Nederland, maar ik ben die dag maar in één ploeg geïnteresseerd. De zijne. Lachend gaat de Vlaming in op mijn verzoek. De olijke uitroep ‘hé, menneke! laat hij deze keer achterwege. Met een kort bedankje neem ik het petje van hem aan. Droog en schoon. Waarschijnlijk ongedragen. Niet het petje van Kappes. De winnaar van de Omloop Het Volk is niet in de Ronde van Nederland aanwezig. Maar tegen jaloerse klasgenootjes heb ik volgehouden dat ik ‘m persoonlijk van Andreas had gekregen…

Voor aanvang van ieder nieuw wielerseizoen denk ik altijd even terug aan het petje van Andreas Kappes. Een jaar geleden zal er vast ergens een tienjarig knulletje, hopend op een handtekening van Simon Gerrans of de broertjes Yates, hebben gedacht: “Mathew wie?!”, toen Mathew Hayman voor de start van één van de eerste wedstrijden van het seizoen uit de bus van Orica stapte. De handtekening van de renner, die niet veel later Parijs-Roubaix op zijn naam zou zetten, mislopend. Over een maand of acht weten we met wiens handtekeningen, petjes of bidons tienjarige wielerfans hun klasgenoten dit seizoen jaloers maken. Wat betreft komende zaterdag: als je toevallig een petje van Quick-Step Floors in je bezit hebt, gooi het, ondanks dat het keurkorps van Patrick Lefevere sinds de zege van Nick Nuyens in 2005 iedere kans op winst in de Omloop steevast onbenut laat, niet op voorhand achteloos weg!

Vincent de Lijser

Vincent de Lijser (1980). Wielergek sinds het NK in 1988 op en rond de Posbank in Rheden/De Steeg werd gehouden. Op nog geen 100 meter afstand van zijn ouderlijk huis. Volgt bijna elke koers, leest en schrijft er over. En gebruikt dat dan als excuus om zelf niet eens wat vaker op de fiets te stappen.

Related Post

Geef een reactie