Het shirt van Bouvatier

By |woensdag 23 januari 2013|

Philippe BouvatierOp een grijze dag in december loop ik over een rommelmarkt in het westen van het land. Veel is er niet te doen, de meeste verkopers zijn gevlucht voor de regen, links en rechts liggen achtergelaten spullen in plassen water. Dan valt mijn oog op een klassieke wielertrui van de ploeg ZOR-BH in een van de kramen. Die moet ik hebben en voor een tientje verdwijnt deze trui in mijn tas. Thuis gekomen valt me pas op dat er een label met de naam ‘Bouvatier’ in de kraag is genaaid. Ik hoef niet lang te googlen om erachter te komen dat ik een bijzonder stuk wielerhistorie op de kop heb getikt. Tijd om mij te verdiepen in het verhaal van een bebrilde Fransman en zo een hoofdstuk aan de collectie vergeten wielrenners toe te voegen.

Philippe Bouvatier wordt geboren op 12 juni 1964 in Rouen. Op jonge leeftijd gaat hij wielrennen en valt voor het eerst op in 1981 als hij het brons haalt bij het WK junioren in het Duitse Grimma. Het volgende jaar wordt hij nationaal kampioen en schrijft hij de allereerste Duo Norman op zijn naam, een koppelwedstrijd op de weg die hij twee maal zou winnen, in 1988 samen met meervoudige Tour de france etappewinnaar Thierry Marie. Bouvatier lijkt geboren om wielrenner te worden en hij wordt dan ook gezien als een grote belofte. In 1983 maakt hij die belofte waar door de inmiddels ter ziele gegane GP des Nations te winnen. Een jaar later maakt de inmiddels 20-jarige Philippe deel uit van de Franse ploeg die wordt afgevaardigd naar de Olympische Spelen in Los Angeles. Op deze, door de Sovjet Unie geboycotte Spelen, wordt hij 6e in de ploegentijdrit. Het is een van de laatste optredens van Bouvatier als amateur, hij tekent bij de Renault-Elfploeg van Laurent Fignon en Greg Lemond en wordt beroepsrenner.

Twee jaar later rijdt Philippe in het shirt van de Spaanse ploeg ZOR-BH de Vuelta en de Tour de France van 1986. In beide grote ronden haalt hij de eindstreep niet, de koersen zijn domweg te zwaar voor een debutant. Toch weet hij in Spanje een rol te spelen in de eindoverwinning van teamgenoot Álvaro Pino. En passant pikt de ploeg van ZOR-BH de winst in het ploegenklassement mee. Bouvatier rijdt uiteindelijk vier keer de Tour de France, met 1988 als hoogte- en dieptepunt.

Want op 17 juli 1988 heeft Bouvatier iets moois gepland, tijdens de 14e etappe van Blagnac naar Guzet-Neige. Het peloton is na een rustdag neergestreken in de Pyreneeën en Philippe is uitgerust, hij voelt zich sterk. In zijn eigen woorden verhaalt de renner wat er die dag gebeurde. “Het was een dag met drie cols en het peloton brak. Ik bevond me in een groep van 18 man en op de laatste klim reed ik plots aan de leiding in het gezelschap van de superklimmer Robert Millar en Massimo Ghirotto. Ik had een geweldige dag en deed het meeste werk. Dit was de dag dat ik voor de etappewinst zou gaan! Dus lanceerde ik de aanval op een meter of 400 van de finish. Ghirotto wist ik te stoppen en Millar liet ik staan.”

In de Nederlandse huiskamers volgen televisiekijkers ademloos het drama dat zich voor hun ogen afspeelt. Mart Smeets levert het bijbehorende commentaar als de drie renners links een steile scherpe bocht ingaan. “Kijk eens naar die draaiingen, dat zijn Pyreneeëndraaiingen. Ai, een sur place werkelijk door die bocht heen. En die grote Ghirotto die gewoon meegaat, hij trekt zijn riempjes aan voor de punten. En Bouvatier denkt ’t in ’t tempo maken te kunnen, die wil nu weg. KIJK HIJ DEMARREERT! Driehonderd meter en Bouvatier die gaat, Ghirotto breekt en Millar….. Nou, nou, nou, als dit t verschil niet zou maken. Bouvatier die op de grote versnelling wegrijdt, jongen toch….”

Voor Bouvatier en Millar duikt plots een wildzwaaidende gendarme op. Midden op de weg maakt de man, zijn witte motorhelm nog op, paniekerige gebaren. Rechts van hem duiken de motoren en auto’s van de organisatie en pers een parkeerplaats op. De politieman wijst op het allerlaatste moment naar rechts maar het is te laat. Mart Smeets is een moment stomverbaasd. “Dan worden de renners verkeerd gestuurd!” Op de achtergrond is te horen hoe iemand van de NOS luidkeels “OOOOOOOOH” roept. Smeets weer: “WAT EEN SCHANDE, WAT EEN SCHANDE! DE RENNERS WORDEN VERKEERD GESTUURD! Het hoofd van de politie stuurt hier de renners verkeerd! Kijk eens wat hier gebeurt zeg! De renners worden hier rechtdoor gebonjourd, terwijl het de andere kant op moest gebeuren.”

Van enige afstand ziet ‘de man met het grote lichaam’, zoals Smeets Ghirotto een paar minuten eerder nog omschreef, dat zijn concurrenten verkeerd rijden en hij weet, hem zetten ze niet meer te kakken, hij pakt de winst. Ondertussen is Robert Millar snel gedraaid op de parkeerplaats en heeft de achtervolging ingezet. Smeets: “En nu komt Millar hard terug op Ghirotto, wat een verhaal van deze etappe zeg, het kan niet waar zijn! DIT kan niet waar zijn, Ghirotto wint de etappe. Millar wordt twee en Bouvatier stond op een parkeerplaats en oh, oh, oh, oh, oh, dit is een van de ergste blunders die ik ooit in de geschiedenis van het wielrennen heb gezien!” Philippe Bouvatier rijdt al woest beukend op zijn stuur zijn laatste meters naar de finish. De teleurstelling straalt van hem af. “Dit had mijn rit moeten zijn”, hoor je hem denken als hij bestormd wordt door de meute journalisten.

“Ik dacht echt dat ik de kans had om de etappe te winnen”, zegt Bouvatier jaren later, terugkijkend op de vreemde finish. Millar en hij wijzen met een beschuldigende vinger naar de politieman. “Die heeft mij verkeerd gewezen” aldus Bouvatier, die ook heeft een duidelijke verklaring heeft voor het feit dat hij het geen moment vreemd vond naar rechts gewezen te worden. “De aankomst op Guzet-Neige zit in meerdere wedstrijden, de finish ligt dan altijd, hoe kan het ook anders, op de bewuste parkeerplaats.” Robert Millar valt Bouvatier bij: “Een maand eerder reed ik de Route du Sud, dus ik kende de klim en de finish goed. Om de een of andere reden gebruikte de Tourorganisatie de omleidingsroute als finish, in plaats van dat ze zich hielden aan de gewone weg. Ik was daardoor verward en omdat Bouvatier aan de linkerkant van me reed zag ik die laatste bocht ook niet.” Overigens is Millar er nog steeds van overtuigd dat hij die dag de ritwinst had kunnen pakken. “Ik weet zeker dat ik hem in de sprint had geklopt.”

Bijna 23 jaar later is nog steeds moeilijk te zeggen wat er nou precies gebeurde. Feit is dat de regisseur op het beslissende moment switcht van camerastandpunt. In het ene shot zien we de renners de bocht naderen, in het volgende shot zien we de gendarme naar rechts gebaren. Bouvatier geeft in een later interview zelf ook toe dat de situatie verwarrend was. “De man dook plots op tussen het publiek, hij stond absoluut verkeerd om ons aan te kunnen zien komen.” De Britse wielerjournalist Phil Liggett ziet hoe de gendarme een dag later de confrontatie zoekt met Robert Millar. “Ik herinner ’t me nog, hij was de beroemde politieman met de grote snor, die was al dertig jaar bij de Tour de France betrokken. Deze gendarme liep op Robert af en vroeg hem waarom hij iedereen vertelde dat hij verkeerd gestuurd werd. Die gendarme stuurde ze niet verkeerd, hij deed wat hij elke dag deed, de gemotoriseerde voertuigen van het parcours halen, niet de renners.”

De verloren etappe legde Bouvatier geen windeieren. Als morele winnaar van de etappe ontving hij, uit handen van winnaar Ghirotto de podiumprijs, een Peugeot 309. Een formidabele prijs voor een knecht als Bouvatier, wiens jaarsalaris in die tijd geen vetpot is. “Daarnaast maakte het me bekend over de hele wereld, ik reed na de Tour 36 criteriums met bijzondere goede contracten en was verzekerd van deelname aan de Tour van 1989.” Die Tour zou zijn laatste zijn, in de zesde etappe komt hij buiten de tijd, als 190e, net voor rode lantaarndrager Thierry Claveyrolat, in Futuroscope aan en kan zijn koffers pakken. Bouvatier koerst nog tot 1995, een jaar waarin het hem niet meer lukt om nog uitslagen te rijden. Inmiddels werkt de ‘Krokodil’, zoals zijn bijnaam luidt, voor Canal+.

Het wielrennen kan hij nog niet loslaten, Philippe is de voorzitter van ‘Velo Sport Pays de Lamballe’. Het is een van de grootste wielerverenigingen van Bretagne. Als trotse voorzitter weet hij op 13 januari dit jaar nog te melden dat maar liefst 190 leden beschikken over een licentie. De club levert ook renners aan het profpeloton, Fabrice Jeandesboz, van Saur-Sojansun, is één van hen.

En alsof toeval niet bestaat, diezelfde Fabrice beklimt op 16 januari met mijn vriend, de Oldenzaalse beroepsrenner Maarten de Jonge een col in de buurt van Valencia. De twee zijn, net als zoveel wielrenners, op trainingskamp in Spanje en kennen elkaar uit de Tour de Bretagne. De Jonge kwam enige dagen na de vondst van het Bouvatiershirt een aantal van zijn eigen shirts brengen voor de collectie van mijn #1eTwentsWielermuseum. De shirts van Maarten en Philippe hangen inmiddels gebroederlijk naast elkaar.

Harm Job

Harm Job studeerde ooit af aan een kunstacademie in het verre oosten van ons land, maar leeft al geruime tijd van de misdaad. Hij werkt als rechtbankverslaggever voor de regionale omroep. Inmiddels heeft hij een handtekening van Rob Harmeling en jaagt hij zijn droom na, het boek schrijven over de Twentse wielerwereld.

Latest posts by Harm Job (see all)

Related Post

2 Comments

  1. Robert Vuijk 23/01/2013 at 11:33 - Reply

    Prachtig stukje historie. Ik herinner mij dat ‘drama’ nog heel goed. Trouwens wel een geluksmomentje: een truitje vinden voor een tientje en er thuis achter komen dat het een origineel is. Mooi voor het museum.

    • Harm Job 23/01/2013 at 21:34 - Reply

      Robert, ik heb een eigen museum, het #1etwentswielermuseum,met meer dan 100 truien en andere wielerattributen. ;-)

Geef een reactie