Het wielerjaar door de ogen van Karel Van Wijnendaele

By |zondag 23 november 2014|
Karel Van Wijnendaele

Karel Van Wijnendaele

Ik werd gevraagd om een nabeschouwing op het wielerjaar 2014 te schrijven! Het bleek een moeilijkere klus dan gedacht. Milaan-San Remo met zijn 300 kilometers is er kinderwerk bij. De mensen die een relaas hadden gewenst waarin alleen maar de heldendaden van de Vlaamse renners worden beschreven, zullen verweesd achterblijven. Zij moesten zich door allerlei overmachten tevreden stellen met ereplaatsen en een overdosis pech die de buitenlandse rivalen vaak niet kenden. Omdat ik u in deze prelude niet te lang wil vervelen nog één iets. Dit is niet met de pen geschreven, maar met het hart.

  1. Omloop Sportwereld: kille regen en bittere tranen

De start van het nieuwe wielerseizoen! Na omzwervingen door delen van de wereld die bij wijze van zeggen nog ontdekt moeten worden, komt de koers eindelijk thuis. De Omloop Sportwereld! Het is een eresaluut aan de gazet die de koers in onze contreien zo groot heeft gemaakt. Onze inbreng was daarbij toegegeven niet gering, want we kenden de eer mee aan de wieg van het blad te staan! Alvorens ons over te leveren aan het strelen van ons eigen ego kunnen we er niet omheen dat zonder ons proza toentertijd de Vlaamse Wielerbeweging nooit had gestaan waar ze nu staat. Overlaad ons niet met lauweren en kransen, want wat waren we al gelukkig toen we zagen dat het weer was voorbestemd voor echte renners.

We nemen bewust het woord ‘flandrien’ niet in de mond, zoals de pientere lezer zelf al heeft opgemerkt. Door elke koorknaap op een fiets zomaar flandrien te noemen, zijn er geen echte flandriens meer. Het is geschiedkundig gezien ook een onvergeeflijke fout om renners in de tegenwoordige tijd flandrien te noemen, terwijl zij een groep pistiers waren die onder de hoede van de mysterieuze Mac Bolle stonden. Over gans de wereld boekte deze vermaarde groep renners in velodromen de grootste successen en zetten zo na het onvolprezen pionierswerk van Cyriel Van Hauwaert de Vlaamse Wielerbeweging definitief op de kaart. Ondanks de hevige en vaak ongelijke strijd die ze moesten uitvechten tegen doortrapte franskiljonse tegenstanders. We spreken hier over de periode 1913-1935. De Vlaamse Wielerbeweging zal tot in de eeuwigheid schatplichtig zijn aan deze renners!

U heeft ons in een onbewaakt moment ook al wel eens kunnen betrappen op het feit dat we Briek Schotte of een andere Vlaamse coureur met zijn wortels overduidelijk in de Vlaamse klei flandrien hebben genoemd, maar dat was om de herinnering aan flandriens als Marcel Buysse en Rieten Van Lerberghe levendig te houden. Die band met deze roemrijke voorgangers is op schandelijke wijze in het heden helemaal doorgeknipt! Een renner moet maar een koers hebben uitgereden met enkele kasseistroken in of hij wordt al tot flandrien gebombardeerd. Er is zelfs een trofee voor de flandrien van het jaar. Geen Marcel Buysse of Rieten Van Lerberghe op de erelijst te bespeuren. Want wie zien wij daar in de plaats staan? Paolo Bettini. Een Italiaan! Niet voor niets bijgenaamd de krekel. Kon zomaar meespelen in de fabel van de krekel en de mier. Alleen, als de flandrien een beestje is dan wel de wroetende en hardwerkende mier. Met de krekel heeft hij niet de minste affiniteit. Een mier die luiert niet! Had Bettini dan nog de karaktertrekken van Fiorenzo Magni, dan konden we met veel goede wil begrijpen dat hij flandrien zou genoemd worden. Maar behalve de kaalheid zien wij niet veel gelijkenissen. Of nog erger: Tom Boonen. Een Kempenzoon! De Kempen hebben even veel met koers als de gemiddelde West-Vlaamse patattenboer met mogulskiën. Maar het kan altijd nog erger: Filiep Gilbert. Een Waal! Een Waal flandrien van het jaar. Wij hebben alleen nog onze ogen om te schreien.

Dit intermezzo buiten beschouwing gelaten, de regen gutste tegen de afgetrainde rennerslijven in de finale van de Omloop Sportwereld. De wind had vrij spel op de smalle wegeltjes tussen de Vlaamse velden. De temperatuur deed haar uiterste best om boven de 5 graden Celsius te komen, maar dat lukte ternauwernood. Werd de natuurlijke selectie niet door de renners gemaakt, dan wel door de weersomstandigheden! Het was koers zoals koers hoort te zijn. Man tegen man. Zij die uit het goede hout gesneden zijn, kwamen automatisch bovendrijven. Letterlijk en figuurlijk! De taaiste mannen bleken een Brit en een Vlaming te zijn. De uitkomst was tot ons leedwezen anders dan we hadden gehoopt. Greg Van Avermaet is een schone coureur. Maar winnen, het zal nooit zijn grootste specialiteit worden. Hij wint meer wielertrofeeën na het seizoen dan wielerwedstrijden! Sprint hij om een tweede of een vierde plaats, hij zou zelfs Cavendish en Kittel durven kloppen. Laat hem sprinten om de eerste plaats, dan moet hij de duimen leggen tegen strijkijzers als Stannard.

Er is niemand op deze aarde die Van Avermaet de overwinning misgunt. Alleen hijzelf laat zijn killersinstinct thuis wel eens op de keukentafel liggen wanneer hij de deur achter zich toetrekt. Koerste iedereen maar met het temperament als het zijne. Hij vertikt het om te begeven. Hij kan in de koers altijd die ene keer extra sterven wat nodig is om tot het kransje grote coureurs te behoren. Verzadiging, kent hij niet! Waar ge sommige overbetaalde coureurs één keer in het jaar ziet in de Tour met het risico dat ze daar jammerlijk falen, ziet ge Van Avermaet een heel jaar lang. Van de Omloop tot Parijs-Tours! Van Avermaet is een noeste arbeider die dat op een ragfijne manier weet te koppelen aan het kunstenaarschap. Van Avermaet kunstenaar, gij hebt weer te veel gedronken zeker Koarle hoor ik u al denken. Deze keer niet. Van Avermaet brengt mensen in vervoering door tweede, derde, vierde of vijfde te worden. Ge moet het maar doen!

  1. Hoeveel geluk kan een Zwitser verdragen?

De Ronde van Vlaanderen, wat een symbolisch beeld zou moeten zijn voor de Vlaamse spierkracht en de Vlaamse sportweelde, werd voor het tweede jaar op rij gewonnen door een Zwitser. Niet uit fysiek meesterschap, maar louter door het geluk aan zijn zijde te hebben. We betwisten niet dat hij een goede renner is, misschien zelfs een kampioen, maar zonder de oerkracht van Vanmarcke won Greg Van Avermaet of Stijn Vandenbergh dit jaar de Ronde van Vlaanderen. De Vlaamse renners hebben zich op jammerlijke wijze in de luren laten leggen door de Zwitser. De kastanjes in zijn vuur werden er door Sep Vanmarcke uitgehaald!

Vanmarcke heeft ons in de Ronde het meest weten te bekoren. Hij is dan ook afkomstig van een sterk ras dat weliswaar steeds meer gecorrumpeerd wordt door uitheemse krachten, maar nog altijd wel verwant is met datzelfde gezonde en sterke ras waartoe ook Briek Schotte behoort. Deze beschikte ook niet over een sprint, maar wanneer het kaf van het koren werd gescheiden, moest men met hem rekening houden. We zouden hem zelfs durven vergelijken met Marcel Buysse, wat hem tot een niet te beschrijven eer strekt. De veruitwendiging van de Vlaamse onverzettelijkheid, die nog liever zijn kop onder het kapblok legde dan zich in de meest hopeloze situaties gewonnen te geven! Als ge Buysse zag, dan kreeg je in één tijd het beeld van het Vlaamse volk. Vanmarcke is in de hedendaagse wielerbeweging de enige coureur die uit hetzelfde goede hout is gesneden.

Waarom vertellen we dat? In de Ronde van Vlaanderen was Vanmarcke zo onstuimig, zo sterk als een os, dat hij het gat met Cancellara in zijn wiel dichtreed. De koers was daar eigenlijk al gereden! Kunt ge hem dat verwijten? Nee, ge moet dat bewonderen! Het is zijn onverwoestbaar temperament. Niet zien naar een ander, maar zelf het initiatief durven nemen. Zelfs niet naar ploeggenoten! Wanneer ge hem achter een eigen ploegmaat ziet rijden, is dat niet in een bui van dwaasheid, maar gewoon omdat hij zijn eigen hart volgt en weet dat hij sterk en fors genoeg is om zelf wielergeschiedenis te schrijven!

Sep Vanmarcke is de typische exponent van het Vlaamse volk dat zich voedt met noeste arbeid en hierbij nimmer zijn kopke laat hangen. Een ijzeren wil, maar ook een schoon hart. Toen Sep niet lang na het bijzonder betreurenswaardige overlijden van de jonge Igor Decraene op Canadese bodem een koers won, droeg hij deze op aan Decraene. Een schoon gebaar dat alleen maar van een grote kampioen kan komen. Ge ziet het aan de oerkop van Vanmarcke dat hij er heeft voor moeten werken. Hij houdt de hoop levend. Want voor de rest brullen de Vlaamse Leeuwen niet meer, ze grommen in het schoonste geval een klein beetje.

Morgen het tweede deel…

Matthias Vangenechten

Matthias Vangenechten (geboren in het jaar dat Rebellin zijn eerste profwedstrijd reed en ook op de dag dat Eddy Merckx het levenslicht zag) gelooft dat ironie en twijfel het bestaansrecht van wielrennen zijn, al is hij daar niet zeker van. Er lag een grootse carrière voor hem in het verschiet als sportjournalist, maar gelukkig herwon hij tijdig zijn zelfrespect en gaat hij nu door het leven als zelfverklaarde manager van Gianni Wespelaer.

Related Post

Geef een reactie