In het wiel van MTN-Qhubeka

By |maandag 19 januari 2015|

In 2014 deed Team MTN-Qhubeka als eerste Zuid-Afrikaanse ploeg ooit mee aan een grote wielerronde. De organisatie van de Ronde van Spanje had het pro-continentale team een wildcard gegeven, en daarmee in de gelegenheid gesteld om geschiedenis te schrijven. En zich te meten met grote westerse ploegen.

Negen gretige geel-zwarte mannen stonden er 23 augustus in Jerez de la Frontera aan de start van de Ronde van Spanje, vastbesloten om de Vuelta een Afrikaans tintje te geven. Vier Zuid-Afrikanen, twee Eritreërs, een Spaanse kopman en een Italiaanse en een Duitse sprinter. Vol strijdlust waren de renners nu ze eindelijk de kans kregen om met de grote mannen mee te doen. De verwachtingen van het team waren torenhoog. En dat terwijl zes van de negen mannen nooit eerder een drieweekse wielerronde hadden gereden. Alleen de Duitse sprinter Gerald Ciolek, de Spaanse kopman Sergio Pardilla en de Eritreër Daniel Teklehaimanot (die in 2012 namens GreenEDGE de Vuelta reed) wisten waar ze aan begonnen.

Gelijk de eerste dag verbaasde Team MTN-Qhubeka vriend en vijand door een twaalfde tijd neer te zetten in de ploegentijdrit; ze eindigden op slechts twee seconden van Team Sky en lieten Astana en nog negen andere ploegen achter zich. Het was hun boodschap aan de wereld, duidelijk verstaanbaar: Hier komt Afrika. Onderschat ons niet.

De ploeg heeft fotografe Ilona Kamps en mij toestemming gegeven om ze tijdens de Vuelta van dichtbij te volgen. We arriveren in de tweede week van de Vuelta, op dinsdagavond. De renners verblijven die nacht in een hotel in Irurtzun, in de buurt van Pamplona. In de gangen ruikt het naar massageolie.

In het café van het hotel maken we kennis met teammanager Douglas Ryder. Hij is tevreden met het verloop van de Vuelta tot dan toe: alle negen renners zijn nog in koers. Een wonder, aangezien de 20-jarige Eritreër Merhawi Kudus – tevens de jongste deelnemer aan deze Ronde van Spanje – al twee keer hard onderuit is gegaan. ‘Hij is keihard,’ zegt Ryder. ‘En ongelooflijk goed.’

Er wordt zelfs gefluisterd dat Kudus een nóg betere klimmer is dan zijn 22-jarige Zuid-Afrikaanse teamgenoot Louis Meintjes – en dat is al een supertalent. Die twee moeten het gaan laten zien deze Vuelta. MTN wil vooral in de bergen indruk maken, zeker nu de resultaten van sprinter Ciolek tegenvallen. De inzet: een bergetappe winnen.

8. Na etappe 15 Sergio and Raul

Spaanse kopman Sergio Pardilla met soigneur Raul na de vijftiende etappe. © Ilona Kamps

Ciolek

Team MTN-Qhubeka is niet honderd procent Afrikaans, al willen ze dat over een aantal jaar wel zijn. Maar vooralsnog heeft het team ervaren westerse renners als Gerald Ciolek, Theo Bos, Edvald Boasson Hagen, Tyler Farrar en Matthew Goss hard nodig om te kunnen groeien. Ryder: ‘Als we een WorldTour-licentie willen – en dat is ons doel – moeten we UCI-punten binnenslepen en resultaten boeken. Bovendien kunnen de Europeanen onze Afrikaanse renners helpen hun weg te vinden over de Europese wegen, en in de pelotons.’ De westerse renners zijn een middel om het uiteindelijke doel te bereiken, een welkome lift op de lange weg naar de eindbestemming.

Gerald Ciolek heeft zijn waarde voor het team inmiddels bewezen met zijn winst in Milaan-Sanremo in 2013. Een verrassende wederopstanding voor de wielerwereld; voor MTN het bewijs dat ze op de goede weg zitten, dat hun beleid vruchtbaar is.

Tijdens de Vuelta blijkt Ciolek ongeveer net zo makkelijk te benaderen als een vluchtende haas. Na een week bij het team heb ik nog altijd geen woord met hem gewisseld. Waar de andere renners me inmiddels vrolijk of op z’n minst beleefd groeten als we elkaar tegenkomen in hotellobby’s, eetzalen en finishplaatsen, kijkt Ciolek vaak de andere kant op. Zijn uitstraling is die van een felrood niet storen-bordje aan een hoteldeur. Om de boodschap te benadrukken, draagt hij regelmatig een enorme koptelefoon.

Uiteindelijk spreek ik hem op de tweede rustdag, in de lobby van een gigantisch, modern hotel in A Coruña. Hij zit heel rustig naast me. Als zijn telefoon piept en er een berichtje op zijn beeldscherm verschijnt, negeert hij het. Oogcontact is nog altijd zeldzaam, maar hij heeft het niet storen-bordje duidelijk van de klink gehaald.

Hij zit niet lekker in zijn vel, zoveel is duidelijk. Het loopt niet goed, hij heeft last van de enorme hitte, hij sprintte niet zoals hij had willen sprinten. Hij is teleurgesteld in zijn eigen prestaties, maar hij is wel trots op het team, in het bijzonder op de jonge renners. Zeker op Louis Meintjes, die vijfde werd in de veertiende etappe, die eindige op de immens steile klim La Camperona. ‘Je zou kunnen zeggen: het was maar een vijfde plek,’ zegt Ciolek, ‘maar als je ziet hoe hij reed en met welke renners hij die dag naar boven ging, hoe jong hij is, dat het zijn eerste grote ronde is, dan is dit een prachtig resultaat.’

Ciolek praat heel doordacht, een beetje monotoon, maar op vaderlijke toon bijna, met veel compassie voor zijn jongere ploeggenoten. Al na drie zinnen heeft hij mijn sympathie alsnog gewonnen. Hij staat niet boven of buiten het team, maar hij maakt er echt onderdeel van uit – al toont hij dat misschien niet aan de buitenwereld. ‘Twee jaar geleden had ik de mogelijkheid om voor weer een ander WorldTour-team te gaan rijden en door te gaan met waar ik mee bezig was,’ vertelt hij. ‘De andere optie was om een stapje terug te zetten, en een leidersrol te krijgen, en daardoor twee stappen vooruit te gaan. Ik wilde verandering, en MTN-Qhubeka gaf me veel vertrouwen en steun, dus dat leek me een goede beslissing. En ik voel me nog steeds op mijn plek bij het team, het is een fijne groep mensen. Het totaalplaatje overtuigde me: de kansen die ik persoonlijk kreeg, maar ook het Qhubeka-project dat het team heel speciaal maakt, interessant, anders. En we doen ondertussen ook nog mee op hoog niveau.’

6.Gerald Ciolek

Gerald Ciolek tijdens de Vuelta van 2014. © Ilona Kamps

Biet met yoghurt als ontbijt

De verbintenis van het wielerteam met het Qhubeka-project is inderdaad bijzonder. MTN, een Afrikaans telecommunicatiebedrijf, is de hoofdsponsor van het team, de naam Qhubeka wordt vermeld op het shirt om aandacht te genereren voor de gelijknamige Zuid-Afrikaanse liefdadigheidsinstantie. Qhubeka betaalt de ploeg dus niets. De organisatie zet zich in om kinderen in achtergestelde gemeenschappen in Afrika te voorzien van fietsen, zodat ze de afstand naar school makkelijker en veiliger kunnen afleggen. In ruil voor die fietsen doen de gemeenschappen iets terug voor hun leefomgeving: herstelwerkzaamheden, afval opruimen, bomen planten.

Hoewel wielrennen in sommige Afrikaanse landen heel groot is – in Eritrea is het bijvoorbeeld volkssport nummer één – speelt de fiets in de meeste landen een veel kleinere rol. Louis Meintjes vertelt daarover: ‘Het succes van MTN-Qhubeka heeft heel veel veranderd in Zuid-Afrika. Mensen hadden eerst helemaal geen idee van wielrennen. Als ik zei dat ik wielrenner was, vroegen ze vijf minuten later: “Maar wat doe je nou echt?”’

Ik denk terug aan de eerste ochtend dat ik bij het team was, inmiddels een week geleden. De meeste renners lagen nog in bed, en ik was even aan hun tafel aangeschoven, om met enkelen alvast kennis te maken. Louis Meintjes zat naast me. Hij opende een verpakking waar twee rode bieten in zaten, legde er een op een diep bord en begon de biet heel precies in stukjes te snijden. De geur alleen al. Vol medelijden keek ik hem aan. ‘Ach, het valt wel mee hoor,’ zei hij lachend. ‘Je went eraan, en met wat yoghurt erbij is het best te doen.’
Biet met yoghurt als ontbijt, dat is pas leven voor je vak.

Inmiddels hoeft Meintjes thuis niet meer zo vaak uit te leggen wat dat vak inhoudt – vooral zijn zilveren medaille op het WK voor beloften in 2013 heeft veel teweeggebracht in Zuid-Afrika. Ook na zijn vijfde plek in de Vuelta-etappe die eindigde op La Camperona liet de achterban van zich horen. ‘Ik ben zeker drie uur bezig geweest om alle reacties op Facebook en Twitter te lezen.’

La Camperona, wat was die steil. Ik volgde de etappe vanuit de ploegleiderswagen, in het uitstekende gezelschap van de Spaanse ploegleider Manel Lacambra. Het hart van Lacambra ligt bij het vrouwenwielrennen, want, zo biechtte hij op: ‘In het mannenwielrennen heb je te veel wereldkampioenen die denken alles te weten maar die eigenlijk niets weten.’ Maar toen hij werd gevraagd om voor MTN-Qhubeka te komen werken, zei hij toch ja. Omdat het zo’n bijzonder project was.

Op La Camperona zitten Lacambra en ik met onze neus zo ongeveer aan het kleine tv’tje voor in de auto vastgeplakt om te kijken hoe Meintjes in de kopgroep de laatste kilometers rijdt. Voor ons kruipt Wout Poels naar boven, achter ons maakt Tobias Ludvigsson tot groot geluk van het publiek eindeloze bergop-wheelies. Op het tv’tje zien we Meintjes achterin de groep hangen, nog maar zes renners bij hem. ‘Up, up, up!’ roept de Duitse ploegleider Jens Zemke, die achter de kopgroep rijdt, door de microfoon. ‘Naar voren, Louis! Pak het wiel van Hesjedal maar, dat is een goed wiel!’
Meintjes rijdt schijnbaar moeiteloos naar voren en pakt het wiel van Hesjedal. Mijn mond valt open van verbazing.
‘Het is geen onkunde dat hij daar achterin zit,’ licht Lacambra toe. ‘Het is alleen maar onervarenheid.’
Voor we het goed en wel doorhebben, rijdt Meintjes helemaal vooraan. ‘Tranquilo,’ zegt Zemke nu. Meintjes houdt weer wat in.
Uiteindelijk komt de Zuid-Afrikaan 42 seconden na ritwinnaar Hesjedal over de streep.
Lacambra is geïrriteerd. ‘Hij had er gewoon voor moeten gaan, eerder al. Dat tranquilo was nergens goed voor.’

7.Etappe 16 Alto de la Cobertoria

Alto de la Cobertoria, etappe 16. Rechts Louis Meintjes in zijn Zuid-Afrikaanse kampioenstrui. © Ilona Kamps

Verbonden met Afrika

Uiteindelijk halen alle negen renners van Team MTN-Qhubeka de eindstreep in Santiago de Compostela – ook de piepjonge, gehavende Kudus. Douglas Ryder is heel erg trots op zijn team, maar soms rijst de vraag of de ambitieuze en charismatische Zuid-Afrikaan wel ten volle beseft wat een enorme beproeving de zes onervaren renners hebben doorstaan. Dat een Grand Tour rijden prestigieus is omdat het de zwaarste sportieve prestatie is die een renner kan leveren, en niet zozeer vanwege de publiciteit, of omdat het rijden van grote rondes een WorldTour-licentie naderbij brengt.

MTN-Qhubeka is zo’n team dat zich in je hart nestelt. De underdog kan vaak op sympathie rekenen, maar zelden heb ik zo’n sympathieke underdog ontmoet. Alsof het al niet moeilijk genoeg is om een Afrikaans wielerteam naar de top te brengen, wil MTN ook nog een liefdadigheidsinstantie internationaal op de kaart te zetten, om de liefde voor de fiets – en het enorme nut ervan voor achtergestelde gemeenschappen – te verspreiden over de wereld. En dan al die lieve mensen achter de schermen. De mecaniekers, de soigneurs, de doktoren, de mediamannen en de ploegleiding, de mensen met wie Ilona en ik elke avond aan tafel zaten en die ons hebben opgenomen in de groep, die voor ons gezorgd hebben. (Een mecanieker en een soigneur hebben op een zondagmiddag zelfs een keer mijn was gedaan. Ik kreeg alles schoon en gevouwen terug, op één kledingstuk na – iets van kant. Ik moest er bij de materiaalwagen om vragen voordat één van hen het grijnzend overhandigde.)

Ryder vraagt zich weleens af of zijn aanpak de juiste is. Zo uit de Afrikaanse achterban regelmatig kritiek op het aantrekken van grote, niet-Afrikaanse namen. Het zou toch een Afrikaans team worden? En hoeveel van die gele Qhubeka-fietsen hadden er wel niet uitgedeeld kunnen worden van de salarissen van mannen als Boasson Hagen, Goss, Farrar en Bos?

Het is te hopen voor Ryder dat de grote mannen zich verbonden gaan voelen met het team, met Afrika en met Qhubeka. Het is geen toeval dat er renners met verschillende nationaliteiten zijn aangetrokken – de achterban moet groeien, breder worden, internationaler. En dan moet op een dag die ene grote droom gaan uitkomen: dat een renner met veel fans een grote koers wint en in het interview na de meet zegt: Ik heb vandaag niet voor mijzelf gereden, maar voor al die Afrikaanse kinderen die dromen van een fiets.

2.De bus

Bij de bus van MTN-Qhubeka. © Ilona Kamps

 

Ilona Kamps is fotografe. Nergens kun je dieper in de ziel van de renner kijken dan in volle inspanning bergop, is haar ervaring. Jarenlang heeft Ilona in vele cyclo’s de kilometers gevreten en zich het snot voor de ogen gereden. Als fotograaf reist ze met camera en fiets op verschillende continenten de verhalen van haar reportages achterna. Wielerreportages verschenen in o.a. De Muur, Soigneur, AD, Gazzetta dello Sport, Fiets, NRC Handelsblad, One World en Supporter (NCDO). Portfolio wielerfoto’s: behance.net/ilonakamps. Website: www.ilonakamps.nl.

 

Lidewey van Noord

Lidewey van Noord (1985) is freelance (sport)journalist, schrijver en redacteur. In haar vrije tijd geeft ze Nederlandse les aan expats en maakt ze wielergerelateerde pelgrimstochten door Italië. Bovenaan haar lijst met verhalen die ze nog wil schrijven: ‘Mijn Route 66-roadtrip met Taylor Phinney’ en ‘Cowboy Lance en de whiskyproeverij’.


Werkte mee aan:

Related Post

Geef een reactie