VinokourovDaar liep hij, in San Sebastian. Hij schudde nog wat handen, toonde zijn gouden fiets en stapte toen op het vliegtuig naar Monaco of Astana. Het zat er nu echt op.

Vraagt iemand je waarom je zo verslingerd kunt raken aan de koers? Dan volstaat maar een antwoord: Aleksandr Vinokourov. Kleurrijker dan krijg je ze niet in het peloton. Vino zorgt overal voor reuring, als dader en slachtoffer, winnaar en verliezer ineen. Jeroen Wielaert vond ooit de term ‘Klasbakkazak’ uit, als ik me niet vergis voor de overleden Andrei Kivilev. Maar Vinokourov past die inmiddels titel beter. Nu is hij geen wielrenner meer, maar gewoon citizen Vino. Wat heet: hij is mede-eigenaar van zijn eigen wielerploeg en een van de invloedrijkste mensen in zijn land. Voor Vino gaan altijd en overal deuren open. Het peloton is van hem af, maar we gaan nog veel van hem horen. Waarschijnlijk als politicus. En dus, omdat het kan: vijf memorabele momenten uit vijftien jaar Vino:

Sydney, 2000 (laatste 4 minuten)

Ooit, lang geleden was er EPO. En middenin dat tijdperk werden Olympische Spelen gehouden, inclusief wielerkoers. In die koers reed een kopgroep van drie renners uit dezelfde, ijzersterke ploeg. Andreas Klöden, Jan Ullrich en Aleksandr Vinokourov. Maar dan moeten de medailles worden verdeeld. Twee Duitsers tegen een Kazach. Vino pijnigt zijn hersens. Kilometers lang ligt hij in een verlammende Oost-Duitse houdgreep. Stalorders, meneer. Als troostprijs mag hij tweede worden. En Vino zelf? Hij schudt van onmacht zijn hoofd en juicht vervolgens om het zilver. Het leger van Kazachstan benoemt hem prompt eervol tot kolonel.

Saint-Etienne, 2003

De rit naar de zon verandert in een tranendal als Andrei Kivilev in de rit naar Saint-Etienne doodstil op de grond blijft liggen na een valpartij. De volgende morgen overlijdt hij in het ziekenhuis. Vriend Vino (ze fietsten al sinds hun 13e samen) is diep bedroefd, maar ook getergd. En dan is hij op zijn best. Drie dagen later wint hij de etappe naar de Mont-Faron en vervolgens ook het klassement van Parijs-Nice. Net als het jaar ervoor. Op het podium toont hij snikkend een foto van zijn vriend. Vino ontbolstert als winnaar, maar onder tranen. In de Tour haalt hij het podium en de regering van Kazachstan benoemd hem tot Volksheld Eerste Klasse.

Albi, 2007

In de zomer van 2006 nemen Vino en zijn regeringsvrienden de boedel van Liberty Seguros over van Manolo Saiz. De storm genaamd Operacion Puerto woedt, maar de onverstoorbare Kazach wint de Vuelta en gaat het jaar erna als absolute kopman naar de Tour. In de etappe naar Autun doorkruist een valpartij zijn ambities in het klassement. In Briancon finisht hij in tranen, maar vier dagen later wint hij met overmacht de tijdrit in Albi en twee dagen later nog eens een bergrit. Een dag later is het sprookje uit, als een dopinglaborant onraad ruikt in Vino’s bloed. Een half jaar later beëindigt hij voor het eerst zijn carrière.

Ans, 2010

‘Zo kon ik niet stoppen.’ Met die woorden keert Vino in 2009 terug. Hij aast op revanche, nu als meesterknecht van Alberto Contador. De Kazachse krijger rijdt in de finale van Luik-Bastenaken-Luik weg met de Rus Kolobnev en wint de sprint. ‘Sta mij toe te zwijgen’, zegt Karl Vannieuwkerke. Alsof hij wist wat later uitkwam: de verloren sprint maakt Kolobnev een ton rijker. Opnieuw blijkt Vino heer en meester van het spel van list en bedrog. Als meesterknecht wint hij ook nog een Touretappe, terwijl zijn kopman de Tour wint. Met een pietsje teveel clenbuterol in het lijf.

London, 2012

In de Tour van 2011 breekt Vino zijn dijbeen. Einde carrière, kondigt hij aan. Maar ook zo is het slecht stoppen. Het moet op de fiets en wel in de Ronde van Lombardije. Dan is het echt goed geweest. Niet dus. Ook het derde afscheid is tijdelijk. Hij wil nog naar de Spelen. En verdraaid, bij het opdraaien van The Mall ligt Vino op kop met de Colombiaan Uran. Die kijkt een keer de verkeerde kant op. De vogel is gevlogen, al dan niet na de belofte van een lieve som. Vino weet waar Abraham de mosterd haalt. En nu hij goud waard is, is het echt mooi geweest voor de Klasbakkazak.

Jan Sonneveld

Jan Sonneveld (1983) stopte vorig jaar halverwege de Joux-Plane een kwartier om te schuilen voor een lullig buitje. Heeft daar nog altijd spijt van. Schrijft (wieler-)verhalen en broedt op dat ene verhaal. Luistert Tom Waits, Bon Iver en Blaudzun, leest zich suf en verdient zijn brood als speechschrijver bij een ministerie.

Latest posts by Jan Sonneveld (see all)