Weinig waar ik zo’n gloeiende hekel aan heb als de herfst. Ja, aan de Ronde van Lombardije misschien. Overschatte koers. Vaak ellendig rotweer, even vaak een voorspelbare winnaar. Wiedes: slechts drie renners hebben half oktober nog zin om 260 kilometer te koersen. Kansje van drieëndertig een derde procent dus.

Nou nou nou. Spannend, hoor.

Ik hoor het Gary Lineker al zeggen: de Ronde van Lombardije? Dat is die koers van zeven uur over talloze saaie, lange beklimmingen, waar 90 procent van de renners vroegtijdig uitstapt en waar Damiano Cunego in de kopgroep zit.

Ergerniswekkend is ook het pseudo-intellectuele geneuzel over deze koers. Grote woorden als gepassioneerde liefde en mythische schoonheid vliegen je om de oren. Dezelfde woorden die aanhangers van het Italiaanse wielrennen altijd en overal bezigen. Net zo overdreven als de Italianen zelf. Aanstellers.

Neem dat kerkje, bovenop die heuvel. Met die klokken. De Madonna del Ghisallo heet het, als ik me niet vergis. Italië staat barstensvol met dat soort kapelletjes. Maar nee, dit kerkje, dat is speciaal. Sterker: hier moet een documentaire aan gewijd worden. Of beter nog: een hele film. Met stemmige muziek eronder. Veel gele, rode, bruine blaadjes in beeld. Een scooter. Een Fiat. En een espresso op een terrastafel waaraan een mevrouw met bontjas en zonnebril. En dan weer de herfstige gloed van de zon op de beboste heuvels. Saa-aai.

O ja, goed idee, doen we ook nog een beeld van de kleumende rondemisszus van Ivan Basso met veel lang blond haar en in ieniemieniejurkje. Mooi shot, en ook zo typisch Italiaans. Fantastissimo (zal wel niet kloppen, maar gelukkig zijn er genoeg lezers die mij kunnen corrigeren).

Godzijdank leeft Gino Bartali niet meer (God hebbe zijn ziel). Anders zou ook die iedere vijf minuten in beeld komen. Hopsakee, iedereen weer een winter lang in katzwijm.

Italia? Naaaaaah!Hoe langer ik erover nadenk, hoe meer ik me realiseer: ik heb een hekel aan Italië. Aan Italianen. En zeer zeker aan het Italiaanse wielrennen. Geef mij maar Spanjaarden, Belgen, Duitsers, ja, desnoods Fransen. Alles beter dan al die kleine gelikte coureurtjes met hun bakkebaardjes, hun gebaartjes, hun mama’s, hun onduidelijke ploegjes, hun achterover ge-gelde krulletjes en hun te witte sokjes op te bruine beentjes.

En dan dat gekoketteer met tradities. Ik zeg: vet saai dat ze daar in Lombardije al dik 100 jaar naar boven rijden naar een en hetzelfde kapelletje. Überhaupt vet saai dat ze in Italië alles al honderden jaren hetzelfde doen. Doe eens gek: gooi eens wat anders dan parmezaanse kaas over die spaghetti bolognese.

Zul je zien: straks is het Milaan-San Remo en gaan we weer met ons allen opgewonden zitten doen over de aartsbisschop van Milaan die op het plein voor de Dom (il Duomo, sorry) alle schijnheilige leden van de omertà-familia z’n zegen geeft. Och, wat heerlijk tradizionale. ‘Een Italiaan die Milaan-San Remo wint, dat is wat hoor. Dan ben je een hele signore’.

Jajajajaja. Geef mij maar de HEW Classics. Of de Ronde van Oman. Lekker geen traditie.

Basta.

Sander Peters

Als Sander Peters (1974) geen teksten schrijft, zit 'ie op de fiets. De racefiets dus. Een Trek, lekker degelijk. Want klussen aan z’n fiets, daar houdt ‘ie niet zo van. Ook niet zo’n fan van clichés en pseudo-intellectueel geneuzel over de koers (Hoogmis, Koers Van De Vallende Bladeren, Hel Van Het Noorden, Il Lombardia, etc.). Dol op macaroni-met-smac-en-kaas en de Vuelta.