Michael Rasmussen: Gele Koorts. Of: dynepo in je onderbroek

By |dinsdag 12 november 2013|

gelekoorts‘Het was de zoveelste rotstreek,’ schrijft Michael Rasmussen tegen het einde van zijn boek Gele koorts. Hij heeft het over de periode na zijn schorsing, de maanden waarin hij probeert weer een profcontract te bemachtigen. Dat lukt niet. De woorden vormen een rechtstreekse verbinding met de zesjarige Michael die zich op de basisschool kapot ergert aan het feit dat er samen met de meisjes moet worden gegymd – dat kan hij niet serieus nemen. Maar omdat hij het hardst loopt en het vervelendst en meest vasthoudend is, zet de gymleraar hem steeds samen met het dikste meisje van de klas. Michael is er woedend over en laat dat merken ook.

Datzelfde gebeurt als het schoolkamp voor de deur staat. De jonge Michael weigert; zijn fiets kan niet mee. De klassenleraar stuurt vader en moeder Rasmussen een brief: hobby’s en sporten zijn leuk, maar kameraadschap is ook belangrijk. ‘Het ging zoals het moest gaan,’ schrijft Michael dan, ‘mijn leraar legde zich erbij neer en liet mij thuisblijven zodat ik kon fietsen.’

Zo maar twee anekdotes over de mens Michael Rasmussen, die er blijkbaar al op jonge leeftijd alles aan doet zijn zin te krijgen. Drammerig, eigengereid en manipulatief; die karaktertrekken knopen alle gebeurtenissen in het boek moeiteloos aan elkaar. Rasmussen ziet dat zelf ook, maar spijt lijkt hij er niet van te hebben. Sterker nog, de zweem van trots is nooit ver weg. Zo krijgt hij zijn Mexicaanse schoonmoeder zover dat haar arts een valse verklaring over bloedarmoede en osteoporose voor haar opstelt, zodat ze preparaten voor Michael mee kan nemen als ze naar Italië reist. Handig toch? En knap, als je een paar pagina’s eerder nog leest dat schoonmama in eerste instantie fel tegen de relatie tussen haar dochter en die dunne Deen gekant was. ‘Later is ze alsnog van me gaan houden,’ schrijft hij.

Dat geldt niet voor de kennis van echtgenote Cariza, aan wie hij vraagt een schoenendoos voor hem mee te nemen uit Amerika. In die doos zit een voorraad synthetische hemoglobine, maar dat weet de kennis niet. Omdat hij het echter niet vertrouwt, opent hij de doos. Gevolg: de hemoglobine verdwijnt door het toilet en Michael krijgt een woedende kennis aan de telefoon – woede waar hij maar weinig begrip voor opbrengt. Nu zegt hij dat hij zich indertijd vooral dom en onnadenkend gedroeg. Het woord spijt staat er niet tussen.

Gele koorts leest als een karakterstudie, meer nog dan de boeken van Tyler Hamilton en David Millar. Niet dat het een prettig karakter is; het begrip voor de mens Michael Rasmussen wordt er niet groter op. In de pers is het boek al weggezet als ongeloofwaardig, vooral nadat Rasmussen zich in een interview het een en ander liet ontvallen dat hij de volgende dag alweer in moest slikken. Maar lees dit boek eens naast het eerder dit jaar verschenen Bloedbroeders van Steven Derix en Dolf de Groot. Zelfs als Rasmussens verhaal over de dynepo in de onderbroek van de chauffeur niet waar is, blijft er meer dan genoeg materiaal over om je af te vragen hoe het mogelijk is dat sommige mensen uit de begeleidingsstaf van de wielerploeg hun handen nog altijd wassen in onschuld.

Wanneer je even door je oogwimpers naar de dopingverhalen in de wielersport kijkt, zijn er eigenlijk maar drie grote verhalen. Het eerste is dat van de betrapte zondaar die spijt betuigt, boete wil doen en de sport van een dopingvrij elan wil voorzien. Het tweede verhaal is dat van de niet-betrapte: nooit een positieve plas ingeleverd, maar toch bekend en aan de dopingschandpaal genageld als gevolg van onderzoek en verklaringen van collega’s. Het derde – en waarschijnlijk grootste – verhaal suddert net onder de oppervlakte: nooit betrapt, nooit tot een bekentenis gedwongen en vermoedelijk iedere dag hopend op de dag dat we het weer gewoon over de koers gaan hebben. Michael Rasmussens boek is een duidelijke exponent van het tweede verhaal, het verhaal waar ook Michael Boogerd en Lance Armstrong zich in zullen herkennen. De heren hebben meer gemeen: spijt van hun dopinggebruik hebben ze eigenlijk niet – doping hoorde er nu eenmaal bij, het was een fact of life. Er is niet veel fantasie voor nodig om te bedenken dat juist dat gebrek aan spijt dat deze renners tentoonspreiden ervoor zorgt dat ze niet langer welkom zijn in de sport. Hierop voortbordurend zou je dus kunnen beweren dat mensen als David Millar of Thomas Dekker dat toch wat slimmer hebben aangepakt.

Gele koorts – Michael Rasmussen en Klaus Wivel
Uitgeverij De Geus
160 pagina’s
€ 19,95
Bestel dit boek bij bol.com

Mariska Tjoelker

Mariska Tjoelker (1970) kreeg de liefde voor de koers met de paplepel ingegoten. Mooie zomerherinnering: 30 graden in de schaduw, televisie in de tuin, parasol erboven, haar vader in een klapstoel, zij ernaast, ook in een klapstoel, kijkend naar hoe de wapperende manen van Gert-Jan Theunisse de Alpe d’Huez bestormen. Is ieder jaar weer een week van slag als het laatste rondje over de Champs-Elysées gereden is. Fietst zelf ook en juicht in stilte als ze zo af en toe eens een vent voorbij weet te rijden. In het voorjaar van 2016 debuteert ze bij uitgeverij Thomas Rap met haar boek over wielerkampioene Mien van Bree. Dat er straks een boek van haar in de winkels ligt, vindt ze overigens nog altijd ongelooflijk - en dat is dan voorzichtig uitgedrukt.


Favoriete wielerboeken:

Latest posts by Mariska Tjoelker (see all)

Related Post

5 Comments

  1. Frank van Dam 12/11/2013 at 16:08 - Reply

    Mooi opgeschreven Mariska, maar geldt dat ook voor het boek? Is het net zo geweldig opgeschreven als het boek van Tyler Hamilton? Of moet ik het vooral lezen omdat het inhoudelijk relevant is?

    • Mariska Tjoelker 12/11/2013 at 16:35 - Reply

      Taalkundig is het boek prima (afgezien van het feit dat de vertalers niet helemaal op de hoogte zijn van wielerterminologie; Michael rijdt zijn concurrenten er steeds uit in plaats van af ;-)
      Is het te vergelijken met het boek van Hamilton? Poeh. Lastig te zeggen, omdat een deel van de kracht van het boek van Hamilton ‘m misschien ook zat in de verbazing. Rasmussens boek is in die zin niet meer zo verrassend. Wat mij echter wel verraste, was zijn karakter; ik was nog altijd in de wellicht wat naïeve veronderstelling dat er ergens nog wel iets van spijt, medeleven of anderszins aardigs in de man zou schuilen. Dat ben ik in het boek niet tegengekomen en in die zin vind ik het toch lezenswaardig.
      Daarnaast is Daniel Coyle naar mijn idee een betere co-auteur dan Klaus Wivel – Coyle schrijft beeldender.

  2. Robert 14/11/2013 at 04:19 - Reply

    Ik mis nog een verhaal, behalve de drie genoemde…die van de betrapte doping zondaren die eigenlijk geen spijt hebben en het gewoon als onderdeel van hun werk zien/zagen. Die het kunnen verdedigen, in ieder geval voor zichzelf. Die realistisch genoeg zijn om vast te stellen dat het de simpele en oneerlijke keus was (is?) tussen doping of je carriere beeindigen. Die weten dat het naief is te veronderstellen dat er na meer dan 100 jaar bedrog in het wielrennen NU (alweer?) dan echt een nieuw tijdperk is aangebroken. Je zou Rasmussen in deze categorie kunnen indelen. En Armstrong…op bepaalde momenten. En Boogerd soms. En de meeste andere betrapte renners. Misschien is dit zelfs wel het grootste verhaal. Maar voor de media is het te grijs en te genuanceerd wellicht. Het is eenvoudiger de etiketten ‘goed’ en ‘kwaad’ te gebruiken. Ik ben overigens niet cynisch…doping hoort een beetje bij topsport en zeker bij het wielrennen.

  3. Tom 17/11/2013 at 17:55 - Reply

    Goede analyse, Mariska. Maar hebben David Millar en Thomas Dekker het nu slimmer aangepakt of hebben ze ook oprecht spijt?

Geef een reactie