Mart Smeets heeft de NOS-kijkers net een fijne voortzetting van de zondag gewenst als 33 renners gebroederlijk over de finishlijn in Meerbeke rijden. Dik twaalf minuten zijn verstreken sinds Andrei Tchmil, met uitgestrekte armen en twee vuisten hoog boven zijn door vermoeidheid nóg ouder lijkende hoofd, de 84ste editie van de Ronde van Vlaanderen op zijn naam heeft geschreven. Smeets’ collega’s van de VRT zijn druk doende te analyseren waarom topfavorieten als Johan Museeuw en Peter van Petegem de overwinning aan hun neus voorbij hebben zien gaan. Verstopt in een korte bijzin doen de Vlaamse commentatoren kond van het finishen van een laatste groep volhouders. Renners met een te groot eergevoel om op te geven in de Vlaamse Hoogmis. Of met een sterke behoefte aan de broodnodige trainingskilometers. Het is een bont gezelschap. Wie kent bijvoorbeeld Oleg Pankov, Jurgen Guns of Rossano Brasi nog? Coureurs die dusdanig in de vergetelheid zijn geraakt dat ze zelfs voor het predicaat ‘vergeten renner’ vermoedelijk nooit in aanmerking zullen komen. Maar ook Tom Steels, Steven de Jongh en Jesper Skibby zitten in diezelfde groep, net als mannen met een verleden in ‘de Ronde’. Of een toekomst. Gianluca Bortolami, een jaar later winnaar in Vlaanderen, is één van de 33. Net als twee oud-winnaars: Jacky Durand (1992) en Michele Bartoli (1996). Zelden was het gezegde ‘de eersten zullen de laatsten zijn’ toepasselijker dan op 2 april 2000 in de Ronde van Vlaanderen. De man die vier jaar eerder nog glansrijk zegevierde in Meerbeke komt nu als allerlaatste over de finish gesukkeld. Nummer 96: Michele Bartoli – Italië – Mapei, vermeldt het uitslagformulier die avond.

Bij het overschrijden van de aankomstlijn legt ploeggenoot David Tani bemoedigend een hand op de schouder van zijn kopman. Het gebaar houdt het midden tussen een blijk van medeleven en een vorm van verontschuldiging. Niet dat Tani veel meer heeft kunnen doen dan Bartoli gezelschap houden in de zware laatste kilometers. Waar de Ronde van Vlaanderen vier jaar eerder nog een triomftocht was voor de Italiaan, is het nu een lange lijdensweg geweest. Met betraande ogen stapt Bartoli even later in de teambus van Mapei. Hij heeft zich vergist, zo veel is nu wel duidelijk. Zijn comeback zal even moeten wachten.

Precies tien maanden eerder is alle misère begonnen. Ergens halverwege Koblenz en Bensheim klapt Michele Bartoli in de stromende regen tegen het asfalt in de zesde etappe van de Ronde van Duitsland. Met loeiende sirenes wordt de Italiaan afgevoerd naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis. Hoe je in het Duits ‘gebroken knieschijf’ zegt, zal Bartoli zijn hele verdere leven bijblijven. Hij moet direct onder het mes en daarna wacht een periode van eerst verplichte rust en vervolgens revalidatie. Het mislopen van de Tour de France is nog tot daar aan toe, de grote rondes zijn voor Bartoli over het algemeen niet veel meer dan een veredelde training of een verplichting aan de sponsor, maar ook het gehele najaar is met de weldadige stroom Duits regenwater rechtstreeks in een plaatselijk afvoerputje verdwenen.

[de strijder van het licht kent de waarde van volharding en moed]

Terwijl zijn collega’s strijden om overwinningen in de herfstklassiekers zit Michele Bartoli uren achtereen in het krachthonk om zich voor te bereiden op het nieuwe seizoen. Dat begint met ups en downs. In de Ronde van Mallorca stapt de Italiaan nog gedesillusioneerd af, een week later lijkt de Bartoli van weleer teruggekeerd. In de tweede etappe van de Ruta del Sol, acht maanden na die onvrijwillige kennismaking met het asfalt in Duitsland, lijkt alle ellende verleden tijd. Voor even dan. In de tweede etappe naar Benalmádena, bij vakantiegangers vooral bekend als badplaats aan de Costa del Sol, geeft Bartoli in een sprint bergop ploeggenoten Johan Museeuw en Paolo Bettini het nakijken. De Belg steekt bij het passeren van de finish net als Bartoli zijn handen in de lucht en juicht bijna harder om diens winst dan om sommige van zijn eigen zeges. De comeback van zijn ploeggenoot doet Museeuw denken aan zijn eigen terugkeer in het peloton, ruim een jaar eerder. Na een akelige val in het Bos van Wallers-Arenberg tijdens Parijs-Roubaix van 1998 is de Leeuw van Vlaanderen eveneens bijna een jaar uit de running geweest. Ook Museeuw brak zijn knieschijf. Tijdens de revalidatie van zijn Italiaanse ploeggenoot praat de Vlaming Bartoli dan ook regelmatig moed in. De peptalk heeft een positieve uitwerking. Met name de wetenschap dat de blessure van Museeuw door artsen als ernstiger werd omschreven dan die van Bartoli en het feit dat ook de Belg in eerste instantie door de mondiale wielerpers werd afgeschreven, ten onrechte, geeft Bartoli het vertrouwen dat een terugkeer aan de top zeker niet onmogelijk is. De ritzege in de Ruta del Sol blijkt echter een korte opleving. Niet alleen de rechterknie van de Italiaan heeft het zwaar te verduren gehad, ook mentaal kampt de voormalig winnaar van de Ronde van Vlaanderen met problemen. De laatste plaats in diezelfde koers, op 2 april 2000, is het tragisch dieptepunt van alle malheur. Na de finish in Meerbeke duwt Bartoli met een mengeling van teleurstelling en frustratie zijn fiets in de handen van de dichtstbijzijnde mecanicien. Hij heeft er voorlopig genoeg van. Eerst moet het tussen de oren weer kloppen.

[de strijder van het licht vergeet nooit om dankbaar te zijn]

Een groter contrast met vier jaar eerder is niet mogelijk. Na fraaie ereplaatsen in ongeveer alle belangrijke klassiekers en zelfs een top 10-klassering in de Vuelta van 1995, haalt Michele Bartoli op Eerste Paasdag in 1996 zijn eerste Monument binnen. Op de Muur van Geraardsbergen rijdt de Toscaan alle favorieten één voor één uit het wiel. Vooruit, Johan Museeuw heeft met een hevig protesterend achterwiel een geldig excuus voor het feit dat hij het tempo niet kan bijhouden, maar ook favorieten als Andrei Tchmil, Rolf Sørensen en Maurizio Fondriest hebben het nakijken als Bartoli zijn duivels ontbindt, koploper Cédric Vasseur degradeert tot een recreant en naar zijn eerste grote klassieke zege snelt. Als de Ronde van Vlaanderen een Oscaruitreiking zou zijn geweest en Bartoli had op het erepodium een spiekbriefje uit zijn achterzak mogen vissen om een bedankspeech af te steken, dan had voor twee mensen de loftrompet uitbundig geklonken. Dat bedanken doet Bartoli naderhand veelvuldig, maar op een iets bescheidenere manier dan acteurs doorgaans doen. Ploegleider Giancarlo Ferretti krijgt alle lof voor de uitgestippelde tactiek die de MG-Maglificio-ploeg, waarvoor Bartoli in 1996 uitkomt, in Vlaanderen volgt. Vooral diens aanduiden van het juiste moment om te versnellen op de Muur van Geraardsbergen roemt Bartoli nog vele jaren na dato. De ander met een groot aandeel in de overwinning van de Italiaan, is de winnaar van de Ronde van Vlaanderen van precies tien jaar eerder: Adrie van der Poel.

Nadat Michele Bartoli in het najaar van 1992 zijn profdebuut heeft gemaakt bij Mercatone Uno, de ploeg die op dat moment vooral is geformeerd rond sprinter Adriano Baffi en klassementsrenner Flavio Giupponi, sluit in het volgende seizoen Adrie van der Poel zich bij het team aan. Het klikt tussen de Nederlandse nestor en het jonge Italiaanse talent. Ze delen menig hotelkamer en daar leert Van der Poel Bartoli de fijne kneepjes van het rijden in de Vlaamse klassiekers. Wachten. Zo lang mogelijk krachten sparen voor de finale. En dan zorgvuldig het juiste moment kiezen. Het zijn een paar onderwerpen die tijdens de hoorcolleges van wielerprofessor Van der Poel aan bod komen. Net als talloze tips om die duivelse kasseien in het Vlaamse land zo snel mogelijk over te denderen. Bartoli is Van der Poel zeer erkentelijk en laat dat na zijn zege in de Hoogmis in menig interview blijken.

Een andere oud-winnaar van de Ronde heeft ook nog een bescheiden bijrol in het scenario dat zich op 7 april 1996 in Vlaanderen afspeelt voor de ogen van het zoals altijd massaal toegestroomde publiek. Zij het op een iets andere wijze. Als Johan Museeuw na de demarrage van Bartoli op de Muur van Geraardsbergen met een slag in zijn achterwiel de keien op hobbelt, staat net na de klim de pr-man van Museeuws Mapei-ploeg klaar met een reservewiel. Is het eigenwijsheid? Onoplettendheid? Wat er zich op dat moment precies in de bovenkamer van Johan Museeuw afspeelt is een eeuwig raadsel, maar de Belg rijdt bovenop de Muur zijn pr-man straal voorbij en mist zo de kans om snel een nieuw achterwiel te steken. Aangezien het dan nog kilometers zal duren voordat ploegleider Patrick Lefevere kans ziet de vele gelosten te passeren en zijn auto naast Museeuw te manoeuvreren, wisselt de Vlaming veel te laat van fiets. Het is haast een mirakel dat Museeuw er nog wel in slaagt om weer aan te sluiten bij de achtervolgers op Bartoli, maar de Italiaan zelf ziet hij pas terug op het podium in Meerbeke. Museeuw wordt derde. De sprint om de tweede plaats verliest hij van Bartoli’s ploeggenoot Fabio Baldato. De verspilde krachten, die de onnodig lange achtervolging na het rond stuiteren op de bonkige keien, veroorzaakt door een achterwiel met liefst vier gebroken spaken, hebben gekost, zouden in de sprint tegen Baldato uitstekend van pas zijn gekomen. Eigen schuld, dikke bult. Had hij het achterwiel maar van zijn pr-man moeten aannemen. Natuurlijk, in 1996 is Museeuw zelf ook al oud-winnaar van Vlaanderens Mooiste, tot tweemaal toe zelfs (1993 en 1995), maar ook die pr-man van Mapei mocht ooit met de bloemen zwaaien op de eerste zondag van april. Zijn naam? Claude Criquielion.

[de strijder van het licht weet te verliezen]

De tips van Adrie van der Poel weerkaatsen vier jaar later in het hoofd van Michele Bartoli als ware het een verhit debat in het Britse Lagerhuis. Een kakafonie van woorden, zinnen en kreten galmt door het hoofd van de Italiaan, maar zijn hersenen zijn niet in staat orde te scheppen in de chaos. Laat staan dat ze op dit moment precies kunnen reproduceren wat Bartoli’s voormalige leermeester hem eerder heeft bijgebracht. De Italiaan is geen schim meer van de klassiekerkoning, die na zijn overwinning in de Ronde van Vlaanderen van 1996 ook de Waalse Pijl, het Kampioenschap van Zürich, de Brabantse Pijl en zelfs tweemaal Luik-Bastenaken-Luik op zijn naam heeft geschreven. Eén ongelukkige val in Duitsland en de carrière van Michele Bartoli lijkt al voor zijn dertigste verjaardag voltooid verleden tijd.

De rest van de voorjaarsklassiekers gaat van start zonder de man die in voorgaande jaren steevast tot één van de grote favorieten werd gerekend. Niet dat Bartoli’s ploeggenoten bij Mapei lijden onder zijn afwezigheid. In de Ronde van Vlaanderen valt het resultaat, afgezien van Bartoli’s laatste plaats in de uitslag, weliswaar tegen – ook ditmaal heeft Johan Museeuw met tegenslag te kampen en wordt slechts 33ste – de bontgekleurde brigade van Patrick Lefevere compenseert dat in de koersen die volgen op riante wijze. Eerst slaat Museeuw toe in Parijs-Roubaix, een week later schrijft Paolo Bettini Luik-Bastenaken-Luik op zijn naam.

Uitgerekend de twee ploeggenoten die Bartoli in het sprintje bergop in de Ruta del Sol nog achter zich heeft weten te houden, staan amper twee maanden later als trotse pauwen te pronken op de erepodia van de grootste klassiekers. Onderwijl zit Bartoli zelf gehavend en mopperend thuis in Toscane. Met het succes van Museeuw valt nog te leven, de Vlaamse klassiekerkoning is enkele jaren langer prof en won de Ronde al in 1993, toen Bartoli zich net een klein half jaar prof mocht noemen. Dat nu net Paolo Bettini uitgroeit tot één van de andere kopmannen bij Mapei is hem echter een doorn in het oog.

De ‘Krekel’ is pas voor het vierde jaar beroepsrenner. In 1997 had hij een contract gekregen van Giancarlo Ferretti, met één enkele doelstelling: knechten voor Bartoli. Zoals Van der Poel vier jaar eerder bij hem deed, neemt de Italiaan zijn jongere landgenoot onder zijn hoede. Het klikt tussen de twee en aanvankelijk ontstaat zelfs een vriendschapsband. Gebroederlijk verkassen Bartoli en Bettini eerst naar de Asics-ploeg van Davide Boifava om een jaar later samen over te stappen naar het keurkorps van Patrick Lefevere. De één als kopman, de ander als zijn helper. Als het aan Michele Bartoli had gelegen zou die rolverdeling hun hele verdere carrières hetzelfde zijn gebleven. De gebroken knie, opgelopen in Duitsland, gooit echter roet in het eten en doet Lefevere besluiten om Bettini een vrije rol te geven in de klassiekers die Museeuw minder goed liggen. De verhoudingen binnen de Mapei-ploeg veranderen voorgoed. Bettini grijpt de geboden kans aan met de gretigheid van een kind dat een koekje krijgt voorgehouden. Het is de aanzet tot een imposante zegereeks.

[de strijder van het licht laat geen gelegenheid onbenut om zichzelf iets te leren]

Thuis in Toscane raakt Michele Bartoli na die bedroevende Ronde van Vlaanderen in 2000 zijn fiets maar liefst zeven weken niet aan. De wedstrijden volgt hij zelfs niet eens van afstand. Bewust niet. Frustratie en teleurstelling drukken iedere vorm van interesse op ruwe wijze naar de achtergrond. Dankzij de verrassende prestaties van Paolo Bettini geeft jaloezie nog eens een extra duwtje in de verkeerde richting. Het zal niet meer goedkomen tussen de twee Italianen. Tegelijkertijd wakkert de situatie revanchegevoelens aan bij Bartoli. Hoofd en lijf moeten weer op krachten komen en dan zal hij strijden, de wereld laten zien wie rond de millenniumwisseling de beste is van de ‘azzuri’ in de belangrijkste eendagswedstrijden. Na zeven weken van rust wordt de training hervat en ook in Bartoli’s bovenkamer zijn de wildste stormen inmiddels tot de bedaren gebracht. De rust heeft de gehavende renner goed gedaan, maar dat niet alleen. Tijdens die korte ‘sabbatical’ besteedt Bartoli veel tijd aan iets dat hij tot dan nauwelijks deed. Lezen is in die donkere periode één zijn voornaamste bezigheden.

Een vriend tipt Bartoli Paulo Coelho’s De Strijders Van Het Licht, Een Handboek. De Braziliaanse schrijver, bij het grote publiek vooral bekend van de klassieker De Alchemist, heeft een omvangrijk oeuvre op zijn naam staan, waarin spiritualiteit en filosofie over het algemeen de boventoon voeren. Met dezelfde interesse als waarmee Bartoli enkele jaren eerder de adviezen van Adrie van der Poel opzoog, absorbeert hij de teksten van Coelho. 133 korte verhaaltjes staan er in diens Handboek. Of beter: levenswijsheden. In ieder van ons schuilt namelijk een strijder van het licht, die weet dat hij kan vechten voor zijn dromen. Aldus Coelho. Er gaat een wereld open voor Michele Bartoli. Dankzij Il Manuale Del Guerriero Della Luce, zoals de Italiaanse versie van het boek vol wijsheden heet, vindt hij zichzelf opnieuw uit.

Toeval of niet, juist in de Ronde van Duitsland, de veroorzaker van alle ellende, maakt Michele Bartoli twee maanden na zijn laatste plaats in de Ronde van Vlaanderen zijn comeback. Il Guerriero, zoals zijn bijnaam mede dankzij het boek van Paulo Coelho inmiddels is gaan luiden, is er in de derde etappe al direct dicht bij ritwinst. Udo Bölts voorkomt dat Bartoli zijn terugkeer in het peloton wat extra glans kan geven. Ook in de Ronde van Zwitserland loopt de Italiaan een dagzege maar net mis. In het nationaal kampioenschap is het wel raak. Solo rijdt de aanstaande drager van de groen-wit-rode tricolore over de finish, waarna hij weinig verrassend de waterlanders de vrije loop laat. De langverwachte bevestiging is eindelijk daar: de Strijder is eindelijk terug aan het front.

[de strijder van het licht probeert altijd beter te worden]

Ditmaal is Bartoli’s comeback geen toevalstreffer of een eenmalig incident, zoals in februari in de Ruta del Sol. De Italiaan heeft zijn positie als topfavoriet herovert en weet die status te onderbouwen met klinkende uitslagen. Aan de indrukwekkende erelijst die Bartoli in de periode voor zijn val in Duitsland had opgebouwd, voegt hij in de tweede helft van zijn carrière een minstens net zo imposante reeks overwinningen in kleinere en grote klassiekers toe. Onder meer de Omloop Het Volk, Amstel Gold Race, Milaan-Turijn en (tweemaal op rij) de Ronde van Lombardije verwelkomen Michele Bartoli als winnaar op hun erelijsten. Inmiddels is de Toscaan dan weer terug onder de vertrouwde vleugels van ploegleider Giancarlo Ferretti en draagt het wit-blauwe tenue van diens Fassa Bortolo-team. De onmin met voormalig boezemvriend Bettini wordt te groot om de twee langer samen in één ploeg te houden. Spreekwoordelijke druppel is een relletje, kort voor het WK van 2001. Mapei stelt Bartoli niet op in de Ronde van Lazio. Wat volgt is het beste samen te vatten in een paar steekwoorden: woede, vertrouwensbreuk, contractontbinding. Bartoli stapt per direct over naar Fassa Bortolo. Het incident kost de Italianen achteraf wellicht zelfs een wereldtitel, want de rancuneuze Bartoli weigert een week na zijn vertrek bij Mapei resoluut om in de straten van Lissabon de sprint aan te trekken voor zijn land- en voormalig ploeggenoot als een omvangrijke voorste groep als een kudde buffels op de finish af dendert. Oscar Freire is de lachende derde en geeft Bettini op de meet het nakijken. Al scheelt het bar weinig.

[de strijder van het licht gaat niet almaar dezelfde strijd voeren – vooral niet wanneer hij geen vooruitgang of zelfs achteruitgang ziet]

In de Ronde van Vlaanderen speelt Michele Bartoli in de edities na die armzalige 96ste en laatste plaats nooit meer echt een rol van betekenis. De reeks 15 – 55 – 16 – 57 levert met veel geluk misschien een prijs op tijdens een plaatselijke Bingoavond, maar de voormalige winnaar van de Hoogmis zal er niet tevreden mee zijn geweest. Hoe indrukwekkend zijn prestaties in andere koersen in de eerste jaren van het nieuwe millennium ook zijn, de relatie met Vlaanderens Mooiste is, in ieder geval op basis van uitslagen, enigszins bekoeld. Eind 2004 zet Michele Bartoli na ruim twaalf jaar een punt achter zijn actieve loopbaan. De Strijder heeft zijn strijd gestreden. In zijn laatste seizoen, in dienst van Team CSC van Bjarne Riis, kampt de Italiaan met te veel pijntjes en te weinig motivatie om er nog een jaar op het hoogste niveau aan vast te plakken. Zelfs de teksten van Paulo Coelho weten de Italiaan niet langer te inspireren. Althans, niet om nog meer grootse daden te verrichten op de fiets.

[de strijder van het licht laat anderen delen in zijn kennis van de weg]

Heel even doet Bartoli de wereld nog eens geloven een nieuwe, grootsere comeback te willen maken als coureur, maar zijn woorden zet hij niet om in daden. Plannen om na vier inactieve jaren in 2009 terug te keren in het profpeloton verdampen al snel als regenwater op een hete zomerdag. In plaats daarvan zet Bartoli zich op andere manieren in voor de wielersport. Samen met fietsenfabrikant Prestigio ontwerpt de gewezen klassiekerkoning een eigen frame, de Bartoli Altair, waarvan de secuur uitgekiende balans tussen lichtheid en stijfheid het voornaamste kenmerk is. Zijn belangrijkste inspiratiebron tijdens dit proces? De schrijver die Michele Bartoli regelmatig in handboekvorm bijstaat wanneer hij als coach zijn kennis en kunde overdraagt aan renners uit het huidige peloton. Onder anderen Carlos Betancur, Rui Costa, Daniel Martínez en sinds kort ook Nairo Quintana mogen zich ‘strijders van het licht’ noemen. Dankzij het handboek van Paulo Coelho, maar met name dankzij de wijsheden die daaruit zijn gedestilleerd door Michele Bartoli, Il Guerriero Della Luce.

Noot: de citaten zijn – uiteraard – ontleend aan Paulo Coelho’s De Strijders Van Het Licht, Een Handboek. In Nederlandse vertaling verschenen bij Uitgeverij De Arbeiderspers, Utrecht.

Vincent de Lijser

Vincent de Lijser (1980). Wielergek sinds het NK in 1988 op en rond de Posbank in Rheden/De Steeg werd gehouden. Op nog geen 100 meter afstand van zijn ouderlijk huis. Volgt bijna elke koers, leest en schrijft er over. En gebruikt dat dan als excuus om zelf niet eens wat vaker op de fiets te stappen.