Het is verbazingwekkend hoe snel je je kunt aanpassen aan veranderende omstandigheden. Zeker ook wij Nederlanders zijn er heel goed in om na jarenlang droogstaan bij de eerste waterdruppels direct niet anders meer te verwachten dan continu stromend water. Bij de koers gebeurt dat momenteel ook. En dat is jammer.

Het Nederlandse wielrennen beleeft momenteel een fantastische bloeiperiode. ‘We’ winnen Grote Klassiekers. Wout Poels wint een monument als Luik-Bastenaken-Luik. Niki Terpstra werd  kasseienkoning in Roubaix. En dan de grote rondes: Steven Kruijswijk die zonder valpartij de Giro d’Italia van 2016 won. Tom Dumoulin, die dit jaar met zoveel gemak de Giro echt op zijn naam schreef, dat hij nog eens op zijn gemak kon toiletteren terwijl de concurrentie wanhopige pogingen ondernam om de Limburger te onttronen. Bij het dameswielrennen is het al niet anders. Of misschien toch. De Nederlandse hegemonie is daar namelijk nog net iets groter. En ze duurt daar ook al langer.

Het is heerlijk om bij zoveel wedstrijden als kijker de spanning te ervaren dat een landgenoot kans maakt op de overwinning. Gewoon echt kans maakt om te winnen! Niet 5e, niet 10e, maar 1e. Het hoogste schavot. Iets dergelijks hebben we al decennia niet meer meegemaakt. Daarvoor moet je teruggrijpen naar de periode dat ik nog vrolijk in vruchtwater rondzwom. Toen won Joop Zoetemelk de Tour de France (gek eigenlijk, dat ik niet Joop heet).

Met de Tour de France voor de boeg, komt ook de keerzijde van dat succes om de hoek kijken. Het lijkt alsof het succes vanzelf komt. Alsof je het mag verwachten van de Nederlandse renners. Als de resultaten tegenvallen, of we in het geval van deze Tour op voorhand geen werkelijke favorieten hebben, dan is de teleurstelling groot. Dan volgt er kritiek op de renners. Waarom ze niet winnen. Niet eens meedoen misschien. De bloeiperiode zorgt voor een inflatie van onze verwachtingen. Een 10e plaats is niets meer waard, voor minder dan top 5 lopen we niet warm.

Toegegeven, na de sterke bezetting en het grote geweld in de Giro lijkt de Ronde van Frankrijk 2017 een beetje op een kommetje vanillevla na een uitbundig diner bij de Librije. Maar toch, laten we de Nederlanders in deze Tour niet beoordelen zoals een ouderwetse schoolmeester dat doet, die bij iedere tegenvaller zijn leerlingen met een lei op de vingers tikt.

Ik heb een voorstel. Laten we de Tour van 2017 bekijken alsof het die van 1997 is. Vergeet het voorjaar even, of dat wat met Dumoulin misschien nog komen gaat. Kijk open, zonder verwachting maar vol hoop naar de Tour, zoals we dat toen deden. Toen we blij waren met de 16e plaats die Michael Boogerd als beste Nederlander wist te behalen. Iedere dag zien als een nieuwe dag waarop het misschien, heel misschien toch gebeurt: succes voor Nederland. En wie weet wordt Dylan Groenewegen wel de Jeroen Blijlevens van toen, en staan we na een zinderende sprint massaal op de banken te juichen. Dat kijkt toch veel leuker.

 

Martijn Veltkamp