Een voor een vielen de Nederlandse fietsenmakers in de jaren negentig om. En ook bij de grote fabrikanten doofde de vlam van het lasapparaat. Fietsen werden voortaan in Azië gemaakt en hier in Nederland in elkaar gezet. Behalve bij Herman Braun, die ging stug door met het maken van zijn eigen Braun racefietsen.

Lees ook de vorige vier delen in deze serie:
Van Vugt – Liefde voor carbon
A. Dugast – Tubes voor kampioenen
St Joris Cycles – Perfectie in staal
FFWD – Een plek tussen de topwielen
Lester Cycles – Handtekening van de framebouwer

Sinds 1983
Hij moet er zelf wel een beetje om grinniken, in zijn winkel en werkplaats in Spijkenisse. Herman Braun is hartstikke eigenwijs en daar is hij ook trots op. Dat geloof in eigen product heeft hem dan ook nooit in de steek gelaten. Al sinds 1983 maakt hij fietsen. Altijd zijn de klanten blijven komen voor een racefiets op maat, van staal.

“Je moet goed werk en goede kwaliteit leveren en dan komen de klanten vanzelf terug. Ik heb altijd geloof gehad dat ik met mijn manier van werken kon blijven voortbestaan. In de tijd dat ik mecanicien was bij de Gazelleploeg, heb ik heel goed geluisterd naar de profs. Daarmee doe je ervaring op die je in een fietswinkel niet kunt krijgen. En met die kennis ben ik fietsen gaan maken.”

Maatfiets
De filosofie van Herman Braun is overzichtelijk. Hij werkt met buizen van het Italiaanse Dedacciai, hij tig-last, aan lugs doet hij niet, ook niet aan pressfit brackets en zo zijn er nog andere dingen die je niet op een Braun tegenkomt. Van groot belang is wel de maatvoering. Want of het nu het goedkoopste model is of het duurste, allemaal zijn ze op maat van de koper gemaakt. Een goede fietshouding is alles, aldus Herman Braun. En wie eenmaal op één van zijn fietsen heeft gezeten, wil niks anders meer:

“Ze gaan 6 tot 8 kilometer per uur harder. Ga je ermee een afdaling in dan passeer je zonder te trappen andere fietsers. En hij stuurt ook nog eens sneller door de bocht.”

Alle profs die hij kent uit zijn lange carrière laat hij een keertje langskomen. En stuk voor stuk laat hij ze op een van zijn fietsen rijden, altijd komen ze met dezelfde verbazing terug: een stalen fiets? Hij rijdt fantastisch.

Flecha
Maarten den Bakker, Erik Breukink, Juan Antonia Flecha, allemaal kunnen ze erover meepraten. Ook het staal is vooruit gegaan sinds de jaren tachtig. Het is zowel stijf als comfortabel. En stukken duurzamer dan carbon.

Als het over carbon gaat, zet Herman Braun nog een tandje bij. Hij opent de fotomap carbon op zijn telefoon en laat een verzameling foto’s zien van kapotte carbonnen fietsen. Of “kartonnen dozen” zoals hij ze liever noemt.

Dave Braun
Herman Braun zegt door te werken tot hij erbij neervalt. Hij zou niet weten wat hij anders zou moeten doen. Toch staat zijn opvolger al klaar. Zoon Dave doet het meeste werk in de werkplaats, waar ook de frames van Duell worden gemaakt. Hij zegt:

“Ik weet nog dat ik 16 was en het lassen telkens fout ging, ik brandde gewoon gaten in het staal. Ik heb toch doorgezet en vanaf mijn achttiende ben ik gaan bouwen. Ik ben inmiddels 27 en weet nu precies hoe het moet, ik ben ook titanium frames gaan bouwen.”

De werkplaats van Herman Braun is indrukwekkend. Eerder in deze serie zei Lester Janssen dat tooling alles is. Daarmee verwees hij ook naar het ideaal voor iedere fietsenbouwer en dat ideaal staat in Spijkenisse. Er staat veel apparatuur speciaal voor het maken van de frames. Bijna ieder apparaat is dubbel, zodat er in één, twee of vier dagen een frame in elkaar gelast kan worden. Er is zelfs een computergestuurde mal, die op basis van de afmetingen de buizen precies op de goede plek vast zet zodat ze zonder urenlang gepuzzel vastgelast kunnen worden. Hoeveel frames vader en zoon in een jaar maken, houden ze niet bij.

“Ik weet het echt niet”, aldus Herman Braun. “Ik heb baantjes gehad waarin ik productie moest draaien, alles werd precies bijgehouden, dat wilde ik nooit meer. Als wij met zijn tweeën even geen zin hebben, dan doen we een dag wat minder. Net als dat we ’s avonds doorgaan wanneer het af moet. Ik hoef ook helemaal niet te groeien of reclame te maken. We hebben genoeg werk om er samen van te kunnen leven. Dat kunnen niet veel framebouwers in Nederland zeggen.”

En dat terwijl je met een Braun alleen eens in het jaar wat onderhoud hoeft te laten doen, want eigenlijk hoef je na je eerste Braun twintig jaar geen nieuwe fiets meer.

Alex van der Hulst