Vorige week werd de BinckBank Tour verreden. Het zou de rittenkoers moeten zijn waarin beide lage landen hun visitekaartje als koersland afgeven. Vergeet de BinckBank: suf duf schouwspel. Maar liefst 3 zenders doen live-verslag (NPO, VRT en Eurosport). Hoe verzinnen ze het.
Tegelijkertijd vond er in het hoge noorden een andere etappekoers plaats: de Arctic Race of Norway. En dan hebben we het écht over het Hoge Noorden. Arctisch wil niets anders zeggen dan ‘nabij de noordpool gelegen’. Het is het gebied waar de Nederlandse klassieker op literatuurgebied zich afspeelde: Nooit meer slapen van WF Hermans.

In de provincie Finnmark rijdt een peloton onder een nimmer ondergaande zon.

Gelukkig zendt Eurosport deze koers ook uit, of het live is weet ik niet, maar het zou goed kunnen, want aan daglicht geen tekort daar. (‘Live wielrennen’ zegt mijn programmagids.)

Gisteren was de rit van Tana naar Kjøllefjord. Adembenemend.

De Arctic Race of Norway, jonge loot aan de rittenkoersstam. Steven Kruijswijk behaalde er één van zijn te weinig trofeeën.

Landgenoot Matthieu van der Poel verdedigt zijn de dag voordien veroverde leiderstrui. Het veld is compleet uit elkaar geslagen. Overal waaiers, niet om koelte te brengen, maar om doodsklappen uit te delen. Vooraan geeft Astana gas. Daarachter zit een groepje achtervolgers, met veel BMC, Katusha, en ook de Nederlander Van Winden. De Noorse jokerploeg (Joker is een Noorse supermarktketen, weet ik van de keren dat ik zelf door dit schitterende land fietste, maar dan wel stukken en stukken zuidelijker) heeft ook wat afgevaardigden.
En dan daar weer achter (als 3e roedel in de rij) de groep met de leider. De koerssituatie voor iedereen volledig zichtbaar en overzichtelijk, want de ruimte is leeg. Een verlaten en woest landschap, boomloos.

Zie Matthieu van der Poel zwoegen. Als eenzaat omringd door een groepje aasgieren. In geen fjorden of wegen een ploegmaat te bekennen. Van der Poel fietst voor de formatie van Corendon. Corendon, voor de goedkope vakantie naar de zon. Of deze uithoek ook in hun catalogus voorkomt betwijfel ik. De ploeg heet voluit Corendon-Circus. De tweede co-sponsor schijnt een gokkantoor te betreffen.
Gegokt en verloren. ‘De leider is een invalide’.

Renners houden zich met moeite staande. Als de weg maar iets draait, dienen de vedergewichten hun balans aan te passen. Warren Barguil lukt het niet, hij fietst de wilde natuur in, en komt tot stilstand op een veldje met wat lukraak neergekwakte rotsblokken. Duidelijk het noorden kwijt. Het beeld doet denken aan die legendarische editie van Gent-Wevelgem waarin Geraint Thomas (ja die) zomaar een greppel langs de weg in werd geblazen.

Graphics brengen de windstromen in beeld, mooi gedaan. Op de display van de motard is te lezen dat de snelheid van de koplopers daalt naar 26 á 27 kilometer. Atypisch voor een profkoers, maar wel geruststellend voor mij. Met dergelijke snelheid peddel ik tegenwoordig door het Nijmeegse achterland.
De spartelende renners lijken een kansloze prooi voor de wind. Het kost weinig moeite je voor te stellen dat ze één voor één als een plastic tuinstoel van Leen Bakker de lucht in geslingerd worden.
“Het gaat hier gevoelig bergop”, vervolgt Eurosport. Ook dat nog. Close-ups van de camera op de motor blikken recht in opengesperde bekjes. Tis lijden, ieder voor zich, Odin voor ons allen.

De renners worden gesecondeerd door een kudde rendieren. Geen idee wie harder gaat. Verder lijkt het decor in een vroeg-pleistoceen landschap gesitueerd.
Met nog 10 kilometer te gaan verschijnen er echter zowaar wat curiositeiten. Ik zie een soort yurts. Wikipedia legt mij uit dat Finnmark het gebied is van de sami, de lappen met hun tenten gemaakt van rendierhuid. Wat zegt Hermans hierover, nog maar eens herlezen.
De renners werpen lange slagschaduwen op het wegdek, de zon staat laag, een zon die weigert onder te gaan.
Dan een bordje ‘camping’, toch een vleugje toerisme, voor de wereldfietser op weg naar de Noordkaap.
Heya, heya, roept een plukje toeschouwers langs de weg. Hopelijk schreeuwen ze niet tegen de wind in, want anders komt er niets van hun welgemeende aanmoedigingen aan.
De wind blaast en loeit zo hard dat de TV-kijker het geraas zijn woonkamer hoort binnenkomen.
Iedere fietser (‘hoe sterk is de eenzame…’) weet hoe gemeen en eerloos de natuurlijke luchtbeweging is. Opboksen tegen een onzichtbare tegenstander. De wind sloopt je, totdat je koers 180 graden draait. Maar niet hier, op weg naar Kjøllefjord.
Van der Poel zit en staat op zijn fiets, zijn frèle bovenlichaam op en neer wiegend. Hier wordt van een jongen een man gemaakt.
De commentator van dienst merkt op dat ‘het landschap zich uitstekend leent om als schrijver aan je memoires te beginnen’.
Hierbij alvast een eerste herinnering. De Amerikaan Joyce verslaat Van Winden voor de dagzege. Van der Poel komt ruim ’n minuut later binnen, Chernetski is de nieuwe leider.
Morgen naar Hammerfest.

Fantastische sport, de koers.

Marc Peeters

Marc Peeters (1958) schrijdt en schrijft bij leven en welzijn voort op twee wielen. Fietst bij voorkeur naar boven, in plaats van zich naar beneden te laten vallen. Zijn verhalen volgen de kronkelige lijnen van zijn tochten. Verheugt zich het meest op de Leffe Blond na afloop. Ziet liever meer fietspaden dan een Grand Départ. Mist in alle commotie en aandacht rondom het d-woord de methodologisch verantwoorde nuance.

Latest posts by Marc Peeters (see all)