Ratten. Galbakken. Zakkenvullers. Hyena’s. Lapswanzen. Verbrande pannenkoeken. Vuilspuiters. Lullen met hoofdletters LUL. En: ‘Hij heeft geen ballen.’

Het is slechts een kleine greep uit de ontelbare Facebook-reacties op het boek ‘Mijn Gevecht’ dat Thomas Dekker – met hulp van Thijs Zonneveld – schreef over de misstappen in zijn carrière. Het liegt er niet om.

Los van het feit dat deze reacties niet getuigen van veel fatsoen en intelligentie, vraag ik me oprecht af waarom het boek zoveel felle weerstand oproept. Dat de familie en de buren van Michael Boogerd boos zijn, dat begrijp ik. Al zullen zij zich diep in hun hart best realiseren dat de kans groot is dat de verhalen over doping, bedrog en seks waar zijn.

Dat de fanclub van Boogerd teleurgesteld is, dat snap ik ook. Die leuke blozende Hagenees met het hart op de tong en z’n hoge kuifje-gehalte, die zie je liever niet voor je als hij in de nacht voor de Tourstart vier Oost-Europese hoeren urenlang over de kling jaagt.

Ik moest ook even slikken (excusez le mot).

Maar kom op zeg! Journalisten als Frits Barend en Guus van Holland, die zonder enige gêne beweren dat Dekker de namen van Boogerd en Hanegraaf niet had mogen noemen? Dat Dekker hen in bescherming had moeten nemen (ik lieg niet, dit zeiden ze echt!). ‘Hij sleurt anderen mee in zijn val. (…) Dit heeft veel weg van een schreeuw om aandacht. Aandacht die hij in zijn jeugd tekort is gekomen. Dit is niet de juiste therapie. Daar zijn andere manieren voor.’

Zo fileert Van Holland Thomas Dekker.

Ik kan er met de pet niet bij.

En het ergste: dezelfde Guus van Holland, tientallen grote rondes achter de rug als verslaggever van kwaliteitskrant NRC, verwijst op Facebook naar een stuk van z’n eigen hand uit 2013 waarin hij onder meer vertelt dat hij in de Giro ooit van Breukinks hotelkamer werd getrapt toen die aan allerlei infuzen lag. ‘Ik vond het verdacht en vroeg niet verder. De betrokkenen gaven toch geen antwoord. Waarom ook? Het was hun verantwoordelijkheid, hun leven. (..) En inderdaad: het was niet mijn leven.’

Tja. Mijn broek zakt hiervan af (nogmaals sorry voor dit beeldend taalgebruik in deze verwarrende dagen).

‘Beste Geert Wilders, ik stel geen kritische vragen meer, want u antwoordt toch niet.’

Stop dan meteen met jezelf journalist noemen.

Mijn broek zakt nog verder af als ik de reactie van een aantal huidige (en recent gepensioneerde) renners hoor en lees. Ik word er eigenlijk alleen maar heel erg verdrietig van. Ik dacht dat we deze tijd na de bekentenissen van Armstrong, Millar, Hamilton en al die anderen achter ons gelaten hadden. Maar niks is minder waar. Dekker wordt onmiddellijk uit de groep geplaatst (‘nestbevuiler’, ‘aandachttrekker’, etc.), uitgekotst en de rangen sluiten zich. Hetzelfde geldt voor Zonneveld. Dat ‘schrijvertje’ is rancuneus want ‘hij is jaloers op hen die wel het talent hadden om een groot renner te worden’.

Gisteren las ik het dieptepunt. Een renner die ik hoog had zitten qua intelligentie en relativeringsvermogen, Stef Clement, weigert om binnenkort met Dekker in het Brabants Wielercafé op te treden, want ‘hij wil niet meedoen aan dit circus’. Volgens Clement gaat het Dekker erom ‘in the picture’ te blijven. ‘Zijn boekje moet straks onder de kerstboom liggen. Hij stelt zijn eigen belang boven het algemeen belang. Zoals hij nu in de media opduikt, doet me denken aan het charmeoffensief van Willem Holleeder een tijdje geleden.’

….

Ik kan er niets aan doen dat ik dan maar één ding denk: Stef, je bent vast bang dat er iets naar buiten komt waardoor jij kunt fluiten naar je plekje in het peloton voor volgend jaar. Maar als je niks te verliezen hebt, ga je daar zitten. Val Dekker desnoods aan omdat je het niet fair vindt dat ‘ie namen noemt. Prima, maar als je ballen hebt (sic!) en je reed en rijdt schoon rond, dan vertel je dat. Juist op dit moment! Al was het alleen maar om ons, de fans, de jongens en meisjes die ooit nog willen gaan koersen, en je familie en buren, te laten zien dat het wel kan.

Dat een boterham met kaas volstaat.

Door de reacties van deze week ben ik dat helaas nog minder gaan geloven dan ik al deed. En als er dan iemand is die de waarheid vertelt, is het ‘een lul met hoofdletters LUL’. En zeggen ervaren journalisten dat hun collega Thijs Zonneveld een erecode schendt (!!!).

De voortdurende omerta doet de wielersport veel meer schade aan dan tien boeken van Thomas Dekker ooit kunnen doen.

Sander Peters

Als Sander Peters (1974) geen teksten schrijft, zit 'ie op de fiets. De racefiets dus. Een Trek, lekker degelijk. Want klussen aan z’n fiets, daar houdt ‘ie niet zo van. Ook niet zo’n fan van clichés en pseudo-intellectueel geneuzel over de koers (Hoogmis, Koers Van De Vallende Bladeren, Hel Van Het Noorden, Il Lombardia, etc.). Dol op macaroni-met-smac-en-kaas en de Vuelta.