‘Wat voor dag was dit?’
‘Mwaoh. Een dag als zoveel andere’
‘Warm?’
‘Beuhh, veel vliegen ook.’
‘Zware beklimmingen?’
‘Ja, maar dat zijn we gewend.’
‘Je bent keurig bij de groep gebleven?’
‘Ik kon vandaag goed volgen.’
‘Nog ontsnappingspogingen geweest?’
‘Heel even, toen de waakhonden niet opletten.’
‘Wie durft zoiets?’
‘De jonkies. Die zijn overmoedig.’
‘Snel weer teruggepakt?’
‘Ja, we dromden snel weer samen.’
‘Er was nog één spannend moment…’
‘In de afdaling best online casino van de Tourmalet, ja.’
‘Er stak iemand over, op een fiets.”
“Wat een rund!”
“Geschrokken?”
“Ik belde nog, maar hij had oogkleppen op.”
“Merci, vache, gelukkig lach je nog!”

barguilkoe

Sander Peters

Als Sander Peters (1974) geen teksten schrijft, zit 'ie op de fiets. De racefiets dus. Een Trek, lekker degelijk. Want klussen aan z’n fiets, daar houdt ‘ie niet zo van. Ook niet zo’n fan van clichés en pseudo-intellectueel geneuzel over de koers (Hoogmis, Koers Van De Vallende Bladeren, Hel Van Het Noorden, Il Lombardia, etc.). Dol op macaroni-met-smac-en-kaas en de Vuelta.