Vrij snel nadat ik vader werd, wisselde het perspectief.
Ik was niet langer de Alain Clarke, maar de vader.
De vader die met breekbare stem de liefde en trots voor zijn kind in een liedje met de wereld deelde.

I see myself
I’m so proud of you

Afgelopen zondag was ik echter weer heel even de Alain, of beter gezegd Mathieu.
Dat kwam door de man die in beeld verscheen, een oude wielerheld, de kop geslepen door zijn levenslange toewijding aan de stiel. Harde, onwrikbare trekken in het magere gelaat, een wielerasceet, maar ook een vader die zijn zoon liefheeft door hem te kastijden, omdat hij uit ervaring weet dat de koers nog vele malen harder uit kan halen.

Een man, even scheutig met openlijke trots en complimentjes als mijn ooms met de jeneverfles, een welhaast calvinistische karigheid die mij heel sterk doet denken aan het onvermogen van mijn eigen vader om op extraverte wijze trots op zijn kinderen te zijn.

Een overeenkomst die mij stak toen diezelfde man, nog maar kort geleden, in het Deense Bogense, voor de camera verscheen nadat zijn zoon, even daarvoor, met zijn wereldtitel cyclocross een diamanten kroon op een gouden seizoen had geplaatst. Ik hoopte op een openlijk trotse vader, maar stuitte op een nuchtere analist die vertelde dat de renner niet zijn beste race gereden had, maar dat het voldoende was voor een ingecalculeerde winst. En door maar weer, materiaal kuisen, de overwinning niet te groots vieren, beentjes op de vloer houden en terug in het dwingende ritme van eten, rusten, trainen en koers.

En nu, terwijl de stofdampen van een prachtige Ronde van Vlaanderen nog neer moesten dwarrelden en de kenners een Italiaanse winnaar in het verkeerde keelgat nog moesten verwerken, verlangde ik nog meer dan in Bogense naar de woorden van een trotse vader. Woorden die aansloten op de euforie die bezit van mij genomen had.

De woorden die er waarschijnlijk niet zouden komen omdat ze bewaakt werden door de emotieloze analist, het onvermogen openlijk trots te zijn.

Die vrees bleek ongegrond. Goed, hij zong het niet, maar dwars door die eeuwige façade van nuchterheid en grenzeloze beroepsernst borrelde duidelijk zichtbaar de vaderlijke trots, als lava onder een gescheurde aardkorst.

I see myself
I’m so proud of you

Die vaderlijke trots raakte mij, maar meer dan dat: het maakte duidelijk, veel meer dan al die andere superlatieven waarmee het debuut van Mathieu werd bekleed, hoe groots zijn optreden werkelijk was geweest.

Joost-Jan Kool

Joost-Jan Kool (1977) uit Lexmond houdt van de koers. Zowel actief als passief. Passief, languit op de bank of springend voor diezelfde bank (afhankelijk van koersverloop) en actief door het rijden van criteriums. Dat laatste valt niet mee door gebrek aan voldoende tijd en vooral talent. Desondanks toch verzot op de foute muziek, de geur van massageolie en de sterke verhalen die de koers maken wat het is. Schrijven over wielrennen is overigens een prima alternatief. Grote droom is het winnen van ‘zijn’ Ronde van Lexmond. Is realistisch genoeg om te beseffen dat dromen vaak bedrog zijn.
Joost-Jan Kool

Latest posts by Joost-Jan Kool (see all)